Geschiedenis Dagen van melk is niet alleen een boeiend verhaal over een ondernemersfamilie, het illustreert ook hoe de Nederlandse overheid melk en zuivel promootte door de jaren heen.
Leen Menken (met het hoedje) voor de melk fabriek in 1923 in Leiden. Foto besproken boek
Amper negen was Jutta Chorus toen ze in 1976 haar eerste verhaal schreef over de zuivelfabriek die haar opa Leen Menken had opgericht en groot gemaakt. Het was een schoolopstel na een bezoek aan de Menken-fabriek in Wassenaar, waar ondertussen vier van haar ooms de leiding hadden. De trots op het familiebedrijf is af te lezen van het brave verslag, noteert Chorus zelf in de inleiding van Dagen van melk. Wat ze toen niet wist, was dat het bedrijf ondertussen al in moeilijk vaarwater terecht was gekomen, als een van de laatste particuliere zuivelbedrijven had Menken het moeilijk om op te boksen tegen de concurrentie van grote coöperaties. Menken stond op het punt om te worden overgenomen door Melkunie, later zelf opgegaan in Campina.
„Waar is het bedrijf ons ontglipt”, vragen ooms en tantes zich wel eens af op familiefeesten. Die vraag loopt als een rode draad door het verhaal van Chorus, waar ze aan begon na het overlijden van haar moeder in 2022. Maar Dagen van melk is zeker geen droge economiegeschiedenis, al komen overnames, fusies, mislukkingen en successen natuurlijk wel aan bod. Het is vooral ook een verhaal over falen en opnieuw beginnen, over familiale solidariteit onder de vijftien kinderen en 45 kleinkinderen van Leen en zijn vrouw Anna van der Drift, over vooruitgangsoptimisme en het geloof in de kracht van eerlijk ondernemen (deels geïnspireerd door het rooms-katholicisme van de Menkens), een principe waarvan Chorus zich afvraagt of het nog wel bestaat.
Dankzij de vele gesprekken met de tien nog levende kinderen van Leen Menken en enkele geschreven bronnen, is Chorus erin geslaagd een levendige familiegeschiedenis te schrijven. Heerlijk zijn de veelzeggende details, zoals die van een piepjonge Leen Menken die zich persoonlijk ging aanbieden bij de directeur van De Landbouw, een ander zuivelbedrijf, om melkslijter te worden. Of het nu branie was of jeugdige overmoed, Menken legde er wel de kiem voor wat op het hoogtepunt een bedrijf van vijfhonderd medewerkers zou worden, dat uiteindelijk ook De Landbouw zou overnemen.
Niet alles is rozengeur en maneschijn. Menken moest zowel privé als zakelijk de nodige obstakels overwinnen. Met zijn spaargeld dat hij verdiende als slijter bij De Landbouw betaalde hij de schulden van zijn vader af, zijn eerste vennoot bleek een klaploper waardoor een herstart vanaf nul noodzakelijk was, na de geboorte van hun eerste kind kreeg Anna een postnatale depressie, en daarna nog eens twee miskramen. Maar ondanks al die tegenslagen werkte Menken hard. Het snel groeiende gezin moest elke cent omdraaien, maar Menken geloofde dat hard werken en eerlijk zorgen voor elkaar op den duur zou lonen.
Dagen van melk geeft een mooi beeld van de tijdsgeest. Hoewel alle kinderen flink moesten werken in de familiezaak, werden ze niet allemaal gelijk behandeld. De jongens konden studeren en de oudste vier kregen een rol in het familiebedrijf, de anderen werden op weg geholpen (al was het soms met een lening tegen 6 procent rente). Maar voor de meisjes zat studeren er niet in, en ondanks hun bijdrage aan het familiebedrijf was voor hen geen rol weggelegd in zaken. Huwen met een goede katholieke man, liefst ook een ondernemer, en kinderen krijgen, daarvoor waren zij voorbestemd. Rebellie was er niet, maar de tantes in het boek beklagen zich wel over zoveel oneerlijkheid, al zullen ze hun vader er nooit over afvallen. Mária, de moeder van Jutta, was een buitenbeentje. Zij vocht openlijk voor gelijke rechten en schreef columns in vrouwenbladen, wat haar binnen de familie het predicaat ‘Dolle Mina’ opleverde.
Uit de familiegeschiedenis wordt ook duidelijk welke belangrijke rol de overheid speelde in het succes van de zuivelindustrie. Al in de jaren dertig, toen pasteurisatie zorgde voor veiliger zuivelproducten, liep de overheid voorop in het promoten van melk. Er werden optochten georganiseerd, er kwam zelfs een revue over melk, en in 1937 werd de schoolmelk geïntroduceerd. Ook na de Tweede Wereldoorlog werd het steunbeleid voortgezet. Minister Sicco Mansholt introduceerde de garantieprijs voor melk, wat hij in de jaren zeventig nog eens op Europese schaal zou overdoen als eerste Europees Commissaris voor Landbouw. En de overheid voerde in de jaren vijftig een campagne met de slogan ‘Niets is gezonder dan zuivel’. In de zogenaamde ‘schijf van vijf’ met noodzakelijke voedingsmiddelen werden zuivelproducten opgenomen in drie van de vijf schijven.
Steeds sterkere concurrentie van limonades en frisdranken en de prijzenoorlog met supermarkten zorgden vanaf de jaren zestig voor een sterke terugloop in de verkoop van melk. Men bedacht de vlaflip (een mengsel van vanillevla, yoghurt en limonadesiroop), de superheld Joris Driepinter die dankzij drie glazen melk per dag olifanten en auto’s kon tillen, en Remco Campert bedacht de slogan ‘Melk is vurrukkulluk’, maar het zette allemaal geen zoden aan de dijk. „Ik sta in een mijnenveld”, verzuchtte opa Menken, terwijl zijn oudste zoon Ad de eerste openingen maakte naar de coöperaties, omdat hij dat zag als enige uitweg om te overleven.
Of Menken het zou hebben gehaald als Ad Menken minder snel overstag was gegaan, blijft binnen de familie voer voor debat. Zelfs Ad heeft z’n twijfels. „Opa moet zich in zijn graf hebben omgedraaid”, vertelde hij verslagen tijdens een wandeling met Chorus in 2003. Feit is dat de tijdgeest met aandacht voor de minder positieve kanten van zuivel gewoon niet meezat. Ondertussen blijft alleen magere melk over binnen de schijf van vijf.
Met melk als leidraad schetst Chorus zo een mooi beeld van een veranderende wereld en bestrijkt ze een volledige eeuw. Sommige passages zijn misschien net iets te particulier, maar ze staan de vaart van het verhaal nauwelijks in de weg. Alleen haar vraag of eerlijk ondernemen nog wel bestaat en lonend kan zijn, wordt nauwelijks beantwoord. Ze had misschien te rade kunnen gaan bij drie kleinkinderen van Ad Menken, die sinds 2018 als vierde generatie het familiebedrijf nieuw leven proberen in te blazen. Dat feit blijft onvermeld. Een gemiste kans in een verder uitstekend boek.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC