Home

Verslag doen in een dictatuur: bij WK wielrennen in Rwanda hoorde je het pr-verhaal van de overheid overal terug

Sportswashing Het autoritaire regime in Rwanda maakte goede sier met het WK wielrennen in Kigali. Redacteur Thijs Niemantsverdriet merkte ter plekke hoe ingewikkeld het is om in een dictatuur verslag te doen van meer dan sport alleen.

Toeschouwers zien wielrenners passeren tijdens het WK wielrennen in Kigali van vorige week.

Meer dan drie uur voor vertrek ben ik op Kigali International Airport. De douanebeambte bekijkt mijn paspoort. Vraagt of ik de naam van mijn werkgever op een papiertje wil schrijven. En dan, na minder dan een minuut zwaait het poortje naast hem open en kan ik doorlopen, rechtstreeks de taxfreeshop binnen. Mijn opluchting is groot.

Anderhalve week heb ik voor NRC verslag gedaan van het WK wielrennen in Rwanda. Het was een bijzonder WK, het eerste ooit in Afrika en bovendien over een loodzwaar parcours. Het was ook een omstreden editie, georganiseerd door een land zonder oppositie, vrije pers of onpartijdige rechtspraak: president Paul Kagame werd vorig jaar herkozen met 99,18 procent van de stemmen. Bovendien woedt op nog geen honderd kilometer van het WK-parcours, in Oost-Congo, een bloedige oorlog waarin Rwanda al decennia een cruciale rol speelt.

Een typisch geval van sportswashing dus: sport als instrument voor een repressief regime dat zichzelf internationaal in het zonnetje wil zetten – net als oliestaten in de Golf die een WK voetbal organiseren of eigenaar zijn van clubs als Paris Saint-Germain en Manchester City.

Op de redactie spreken we af dat ik van tevoren in Nederland een artikel schrijf over deze politieke context. En ik stel mezelf een opdracht: in Kigali ga ik verslag doen van méér dan sport alleen. Maar dat, zo zal ik ontdekken, is buitengewoon ingewikkeld in een dictatuur. Zelfs voor een buitenlandse journalist die van de Rwandese overheid in principe niets te vrezen heeft.

Lithium en kobalt

Voor mijn stuk over sportswashing lees ik boeken en bestudeer ik de meest recente rapporten over het land van Amnesty International en Human Rights Watch. Ik lees over critici van het regime die in de gevangenis worden gestopt, gemarteld of vermoord, zelfs in het buitenland. Ik lees dat Rwanda steun verleent aan de gewelddadige rebellengroep M23 in Oost-Congo – al ontkent de regering dat – en op die manier kostbare grondstoffen in handen krijgt als lithium en kobalt, die gebruikt worden voor smartphones en elektrische auto’s.

Ik spreek Rwanda-kenner Marie-Eve Desrosiers, hoogleraar aan de University of Ottawa, over de bredere sportswashing-campagne van de regering-Kagame. Het logo van staatstoerismeagentschap ‘Visit Rwanda’ prijkt op de shirts van voetbalclubs als Arsenal en Paris Saint- Germain, de overheid werkt samen met de Amerikaanse basketbalcompetitie NBA en Kagame heeft een bid ingediend voor een Formule 1-race in Kigali.

Het past allemaal perfect bij hoe Rwanda zich op de kaart wil zetten, zegt Desrosiers: als dé centraal-Afrikaanse hub voor business en technologie, met luxetoerisme, internationale conferenties en bijeenkomsten van politieke leiders. „Het beeld moet zijn: dit is een schoon, welvarend en goed bestuurd land in een verder instabiele regio.”

De Rwandese wielrenster Xaverine Nirere tijdens de tijdrit voor vrouwen op het WK in haar land. Foto Anne-Christine Poujoulat/AFP

Tot op zekere hoogte, zegt zij, klopt dit ook: onder Kagame, die in 1994 als militieleider een einde maakte aan de genocide en sinds 2000 president is, heeft Rwanda ongekende vooruitgang geboekt. De economie groeit gemiddeld met 8 procent per jaar, de infrastructuur ligt er uitstekend bij, het onderwijs en de gezondheidszorg functioneren – voor Afrikaanse begrippen – goed.

Het gevolg is dat het bescheiden Rwanda – qua landoppervlakte kleiner dan Nederland – geldt als een belangrijke en stabiele partner van het Westen en één van de invloedrijkste landen in Afrika. „Afrika heeft leiders nodig”, zegt Desrosiers, „en Rwanda is één van die leiders.”

Voor David Lappartient, voorzitter van de internationale wielerbond UCI, is een WK in Afrika een lang gekoesterde wens. Verwijten van sportswashing schuift hij terzijde. „De mensenrechten zijn een belangrijk punt voor de UCI”, zegt hij na de toewijzing van het WK aan Rwanda, maar „we moeten niet alle regeringen in de wereld altijd door onze strikt Europese bril beoordelen.” Verder zijn sport en politiek twee gescheiden werelden, aldus de voorzitter – en dat moet vooral zo blijven.

Onzin, vindt Desrosiers. „Als jij ‘Visit Rwanda’ op je shirt zet of een wielerkoers organiseert in het land, verbind je je met een regering die zijn politieke tegenstanders vermoordt. Dan kies je partij voor repressie, mensenrechtenschendingen en dictatuur.” Ze noemt de opstelling van de UCI „ struisvogelpolitiek, die autocraten in de kaart speelt”. Een duidelijke conclusie voor mijn artikel, dat klaar staat om kort voor het WK te worden gepubliceerd.

Fotograaf in de stress

Maar dan gaat alles schuiven. Het begint met de fotograaf, een Europeaan die in Kigali woont. Al maanden tevoren hebben we afspraken met hem gemaakt: hij zal meegaan op reportage in de wijk rond de Muur van Kigali, een steile kasseienklim in het WK-parcours. Ik heb open kaart gespeeld met hem: ik kom niet naar Kigali om louter verslag te doen van de koers, er zal vooraf ook een kritisch stuk verschijnen. Daarmee is hij akkoord gegaan.

Anderhalve week voor het WK schiet de fotograaf in de stress. Hij is bij nader inzien toch bang dat foto’s met zijn naam erbij in NRC hem in verlegenheid zullen brengen. Ze houden alles in de gaten hier, zo appt hij. En ook al gaat onze geplande reportage helemaal niet over politiek – het feit dat er in dezelfde krant óók een kritisch stuk zal verschijnen, kan er toch voor zorgen dat ze in regeringskringen „slechte intenties zullen vermoeden”.

De volgende die zich meldt, kort nadat we de samenwerking met de fotograaf hebben afgeblazen, is de ‘fixer’, degene die mee zal gaan naar de Muur van Kigali om te tolken en contact te leggen met mensen. Zij is óók zenuwachtig geworden. Hebben we wel een vergunning bij de overheid aangevraagd voor de reportage, wil ze weten. Zo nee, dan kan ze niet mee op pad.

Na twee dagen van kafkaëske communicatie met de Rwandese overheid ligt er een accreditatie van de UCI klaar voor de fixer. Ze kan mee. Maar we besluiten wel om het artikel over sportswashing een paar dagen later te publiceren dan gepland – pas nadat we in de wijk op pad zijn geweest. Zonder fixer kunnen we de reportage over de Muur van Kigali vergeten.

‘Stevig applaus’

Bij aankomst in Rwanda voel ik meteen dat dit geen vrij land is. Niet alleen door de politiemannen met machinegeweren langs het WK-parcours of de detectiepoortjes overal. Of door het feit dat ik in tien dagen Kigali geen enkele zwerfhond zie, nul bedelaars tegenkom en niemand zie roken of eten of drinken op straat.

Het zit hem ook in kleinere dingen. Het woord ‘streng’ dat te pas en te onpas valt in relatie tot de autoriteiten – positief bedoeld, welteverstaan. Obers en taxichauffeurs die ongevraagd beginnen over hoe veilig en schoon Rwanda is (wat overigens strookt met mijn waarnemingen). De spreekstalmeester bij de persconferentie na de koers, die de journalisten oproept de renners met een „stevig applaus” te begroeten – wat vervolgens alleen de Rwandese reporters doen.

Ik heb de metafoor van de ‘vrije lucht’ altijd een beetje vergezocht gevonden. Maar in Kigali begrijp ik hem ineens volkomen. De lucht hier is niet vrij. Mensen zeggen niet wat ze denken. En de dingen die ze wél zeggen, geven je een ongemakkelijk gevoel. Een lunchgenoot die zegt: „Als een ambtenaar een fout maakt, wordt hij er meteen uit gegooid.” De suppoost bij het genocidemonument in Kigali die komt zeggen dat er geen foto’s gemaakt mogen worden – en dat ik mijn foto’s „mag verwijderen”. Een opmerking in een gesprek over Paul Rusesabagina, de moedige hotelmanager die tijdens de genocide het leven redde van meer dan duizend mensen – zie de film Hotel Rwanda – maar later in de gevangenis belandde wegens kritiek op het regime: „Tsja, sommige mensen spreken kwaad over hem. Helden bestaan nu eenmaal niet.”

Nerveuze appjes

Een paar dagen na aankomst ga ik op pad naar de Muur van Kigali – de reportage verschijnt een paar dagen later. Maar het contact met de fixer blijft een bron van stress. Telkens krijg ik nieuwe berichtjes en telefoontjes. Hebben we niet toch de regels overtreden? Wordt het verhaal wel „positief”?

Op de redactie nemen we een besluit: het uitgestelde verhaal over sportswashing komt helemaal niet meer in de krant. Beter voor mijn gemoed, al bezweert iedereen dat een Westerse journalist heus geen gedoe gaat krijgen – dat is het laatste wat de autoriteiten willen tijdens deze pr-show. Maar bovenal gaat het ons om de fixer. Of haar nerveuze appjes wel of niet terecht zijn, kunnen we niet beoordelen. Maar we willen haar absoluut niet in de problemen brengen.

Het stuk niet publiceren voelt enigszins als capituleren, maar twee dagen later ben ik toch blij dat we het besluit hebben genomen. Dan verschijnt er een aflevering van Vandaag, de dagelijkse NRC-podcast, waarin ik vertel over het WK en sportswashing. Die hebben we opgenomen voor mijn vertrek naar Kigali. Zo’n podcast blijft wat meer onder de radar dan een stuk, denken we.

Renners gereflecteerd op de ramen van een fruitzaak, tijdens het WK in Kigali. Foto Kim Ludbrook/EPA

De aflevering is amper verschenen, of de fixer hangt aan de lijn. Waar gaat die podcast over? Over politiek? Nu krijg ik ook zelf de zenuwen. Hoe weet ze van die podcast? Geattendeerd door een ministerie dat alles in de gaten houdt? En wat betekent dit telefoontje dan?

Vooraf heb ik gelezen en gehoord over subtiele vormen van intimidatie door de Rwandese staat: anonieme telefoontjes, geheimzinnige mannen die plots binnenlopen tijdens interviews met dissidenten. Het kan zijn dat de fixer zich oprecht zorgen maakt. Maar het kan ook zijn dat de autoriteiten via haar een boodschap aan mij overbrengen: we houden precies in de gaten wat je doet, vriend.

Ik kan het niet helpen: vanaf dat moment verandert mijn gevoel van ongemak in serieuze achterdocht, zo niet paranoia. Waarom vertelde de manager van mijn hotel bij aankomst dat de autoriteiten „heel streng in de gaten houden” of buitenlandse hotelgasten wel goed verzorgd worden – en zelfs onaangekondigd in kamers kunnen komen „controleren op netheid”? En die kerel in het zwart die op een hotelterras plots naast me komt zitten en in alle rust een kop koffie drinkt – is dat een mannetje van de overheid?

In de dagen voor mijn vertrek naar huis voel ik de spanning toenemen. Wat als ze me bij de douane eruit pikken voor ‘een gesprekje’? Of er op de een of andere manier voor zorgen dat ik niet (op tijd) aan boord van het vliegtuig geraak?

Zijne Excellentie

Misschien was het naïef om te denken dat ik vanuit een dictatuur zou kunnen schrijven over andere zaken dan een wielerkoers. Of misschien heb ik door de stress dingen gezien die er niet waren, dat kan ook. Maar wat ik wel zeker weet, is dat ik voor het eerst een autoritair regime in het gezicht heb gekeken.

Wat me daarom echt verbaast, is hoe makkelijk andere bezoekers tijdens het WK het narratief van de Rwandese regering overnemen. Dan heb ik het niet over het opzichtige geslijm van de Engelstalige commentatoren op de UCI-streaming. Of over UCI-voorzitter Lappartient, die foto’s plaatst op X van zichzelf bij de medaille-uitreiking met „Zijne Excellentie Paul Kagame, president van Rwanda”.

Nee, ik heb het over de gesprekken met wielerfans, ngo-medewerkers, andere journalisten – intelligente, goed geïnformeerde mensen. Telkens weer klinkt een light-versie van het verhaal van de Rwandese overheid. ‘Rwanda is een complex land met een bloedige geschiedenis. Wellicht dat democratie hier niet werkt.’ ‘Voor de Rwandezen zijn minder armoede en meer veiligheid misschien wel belangrijker dan de vrijheid om je uit te spreken.’ En, uiteraard: ‘Wie zijn wij om te oordelen? In het Westen hebben we ook boter op ons hoofd, met ons koloniale verleden.’

Volgend jaar is het WK voetbal in de Verenigde Staten, een land dat hard op weg is een autoritaire staat te worden. De driftig sportswashende olielanden aan de Golf halen steeds meer sportevenementen in huis, van tennis tot golf tot atletiek – en organisatoren en sportbonden werken gretig mee. Een grand départ van de Tour de France in Doha of Abu Dhabi? Zeker niet ondenkbaar.

Of ik daar bij zal zijn, weet ik niet. Wat ik wel weet, na mijn bezoek aan Rwanda: op de redactie van een krant die over méér verslag wil doen dan sport alleen, zullen we de komende jaren nog voor ingewikkelde dilemma’s komen te staan.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next