Claw Boys Claw, een van Nederlands opwindendste rock-’n-rollbands, is bezig met zijn laatste clubtour. Daarna stoppen ze ermee. Volger van het eerste uur, Gijsbert Kamer, loopt met de band door hun roemruchte geschiedenis aan de hand van zes favoriete nummers.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
Goed nieuws dit voorjaar van platenmaatschappij Excelsior: Claw Boys Claw had hun dertiende album Fly opgenomen. Minder was de mededeling die volgde: de Amsterdamse gitaarband zou nog maar één clubtour doen. Na 42 jaar hield een van Nederlands opwindendste rock-’n-rollbands het voor gezien. Platen maken, oké, zanger Peter te Bos (74) en gitarist John Cameron (64) zouden heus nog wel liedjes blijven schrijven, en Claw Boys Claw hield echt niet op te bestaan. Maar optreden, nee. Het is mooi geweest.
‘Het besluit kwam zomaar uit het niks in de oefenruimte’, zegt Cameron, die samen met Te Bos in de Amsterdamse Balie terugblikt op meer dan veertig jaar Claw Boys Claw. ‘Als we willen, kunnen we nog jaren door hoor’, vult Te Bos aan. ‘Maar het is beter om zelf te bepalen wanneer je stopt, het geeft me ook de rust om weer aan andere dingen te denken. En het is eigenlijk ook helemaal des Claw Boys Claw om het zo aan te pakken.’
De hele bandgeschiedenis hangt van toevalligheden aan elkaar. Aan langetermijnplanning heeft de band nooit gedaan, ze hebben altijd hun intuïtie gevolgd.
Het rondje langs het clubcircuit, met Paradiso als grootste podium, heeft Claw Boys Claw tientallen keren gemaakt en die Amsterdamse popzaal zal in december ook het eindpunt van de tournee zijn die in september in het Rotterdamse Rotown begon.
Claw Boys Claw gaf er een hartverwarmende, dampende rock-’n-rollshow. Behalve veel nieuwe liedjes kwamen er ook een paar echte bandklassiekers voorbij die ze soms al veertig jaar spelen. We nemen er een paar door.
Te Bos: ‘Dit liedje van ons eerste album, Shocking Shades of Claw Boys Claw, had ik al heel lang niet meer gezongen. Dat eerste album was ook zo’n toevalstreffer. We hadden een prijs gewonnen, 500 gulden, en mochten een liedje opnemen.’
Cameron: ‘Dat was bij de Stichting Popmuziek Nederland. Er was een technicus die volkomen ongeïnteresseerd met zijn benen op tafel de krant zat te lezen.’
Te Bos: ‘Hij drukte alleen de startknop in. Wij namen in een keer een liedje op, en hadden tijd over. Toen zijn we maar een hele plaat gaan opnemen.’
Shocking Shades Of Claw Boys Claw verscheen in mei 1984. De 1.000 geperste exemplaren (Cameron: ‘Met zo’n aantal zouden we nu blij zijn’) vlogen de winkels uit. Want het toen zeer invloedrijke muziektijdschrift Oor had hun recensie besloten met de woorden: ‘Dit is de allerbeste lp ooit in Nederland gemaakt.’
Dat bracht heel veel teweeg, weten ze nog. Claw Boys Claw kon overal spelen en bouwde al snel de reputatie op van de opwindendste band van Nederland.
Te Bos: ‘Ik weet wel waarom al die zaaleigenaren zo blij waren met ons, ze hadden een volle zaal met enorme baromzet en ze hoefden ons maar 100 gulden te betalen.’
Een ontroerend momentje in Rotown als Te Bos hun wellicht bekendste nummer en ieder geval een van de ruigste liedjes, So Mean, opdraagt aan de vorig jaar overleden Allard Jolles, en even naar boven kijkt, ‘voor jou Allard’. Jolles was oprichter van Claw Boys Claw. Cameron: ‘Hij koppelde bassist Bobbie Rossini en mij aan elkaar. Allard kon beter gitaarspelen dan ik, maar we hadden ook een drummer nodig, dat is hij gaan doen. We hadden nog een andere zanger, maar mijn zus nam Peter een keer mee en die zag gelijk dat hij het beter kon.’
Te Bos: ‘Nou, vooral anders. Ik moest alleen nog wel door een ballotage. Jullie vonden me wel goed, maar ook een beetje gek, en ik was ook nog eens tien jaar ouder dan jullie.’
Te Bos mocht blijven. Hij schrok zich dood toen hij zijn stem voor het eerst terughoorde. ‘Een soort aardappel on the run, maar het had wel wat.’
Jolles verliet Claw Boys Claw in 1985 om zich op zijn eigen band L’attentat te richten. So Mean, dat ze zoals alle liedjes toen samen schreven, was het eerste nummer dat op de radio gedraaid werd. Cameron: ‘In Ronflonflon, het programma van Wim T. Schippers. Zoals alle muziek werd het na drie seconden afgezet. De tweede keer dat we gedraaid werden, werd dat onderbroken voor een nieuwsbericht over een spookrijder.’
Te Bos: ‘We hadden geen geluk met de radio. Het was misschien ook wel te veel herrie wat we maakten. Maar daar konden we niet echt mee zitten, het ging ons vooral om het live spelen. We wisten dat we goed waren, de beste zelfs. En we wilden naar het buitenland. We tekenden bij een grote internationale platenmaatschappij, Polydor, niet om veel platen te verkopen, maar om daar te mogen spelen.’
Te Bos: ‘Een heerlijk liedje om te zingen, nog altijd. Het is een cover van Jethro Tull, een band waar toen iedereen met een grote boog omheen liep, wat voor ons een extra reden was om het op te nemen.’
Een hit werd het niet, en het contract met Polydor was geen lang leven beschoren. Te Bos: ‘Willem Venema van Mojo Concerts had zich inmiddels over ons ontfermd, en hij ging even verhaal halen bij Polydor, vragen waarom zij zo weinig met ons deden. Wij moesten maar even in de auto blijven zitten. Hij kwam stomend van woede terug, maar we waren van ons contract af.’
Claw Boys Claw mocht dan weinig platen verkopen, hun live reputatie groeide gestaag. Zeker na hun spraakmakende optreden op Pinkpop 1986 met So Mean als een van de hoogtepunten.
Te Bos: ‘Onze enige top-40-hit was een heel rustig liedje. Ik had er op een gegeven moment ook genoeg van om het live te doen. Maar het publiek bleef er maar om zeuren.’
Cameron: ‘Het ontstond zomaar, uit een riedeltje op de gitaar. Ik vind het door dat tokkelen eigenlijk nog steeds een moeilijk nummer om te spelen. Ik ben niet zo’n virtuoos.’
Te Bos: ‘Rosie heeft ook veel goede dingen voor ons gedaan. We kregen er veel nieuw publiek door.’
En het markeerde ook het begin van een nieuwe, wat melodieuzere manier van zingen voor Te Bos. Claw Boys Claw kon meer dan schreeuwnummers maken, en zou daarvan ook steeds meer blijk geven.
Daydream is één van de mooiste liedjes van hun nieuwe album Fly. Live wordt het sixtiesgeluid van het nummer versterkt door een vrouwenkoortje, gevormd door Camerons vrouw Chris en hun twee dochters, Hannah (26) en Gini (30).
Het koortje is nieuw bij liveoptredens. ‘Ja, dat wordt dringen in de bus met Johns halve familie erbij’, zegt Te Bos. Ook op de plaat zingen ze mee. Cameron, met onverhulde trots: ‘Gini speelde in de band van Pip Blom en had al ervaring, maar Hannah had nog nooit zoiets gedaan. Ze deed het heel natuurlijk, dat vond ik echt mooi.’
Te Bos: ‘Zangeressen erbij op het podium? Dat verwachten mensen niet van ons, daarom is het juist leuk, en het verandert de sound ook een beetje.’
De band heeft altijd eigenwijs met de verwachtingen van het publiek gespeeld. Het standaardriedeltje van plaat maken en touren werd regelmatig doorbroken. Tussen de albums Will-O-The-Wisp (1997) en Pajama Day zaten zelfs 11 jaar en ook Fly verscheen vier jaar na Kite.
Te Bos: ‘De liedjes komen niet zomaar uit de lucht vallen, daar zijn John en ik samen bij hem in de bezemkast gewoon lang mee bezig. En we zijn buiten de band ook druk met andere dingen.’
Zorgen dat je niet afhankelijk bent van je band, dat is een van de lessen die Te Bos van Willem Venema heeft geleerd. Zijn werk als grafisch vormgever is hij er altijd naast blijven doen. ‘Ik liet me met de tourbus om vijf uur ‘s ochtends bij mijn atelier afzetten, en ging halfdronken weer aan het werk.’ Ook Cameron heeft er altijd een baan naast gehad als producent van evenementen.
Cameron: ‘De enige druk die we hadden, was die we onszelf oplegden. Ik realiseerde me in 2007 helemaal niet dat we al zes jaar niet gespeeld hadden, en vond het best eng om weer te gaan touren. Maar de zalen liepen vol en het voelde meteen weer vertrouwd.’
Wanneer in de toegift in Rotown Superkid ingezet wordt, zien we achter de drums niet de vertrouwde Jeroen Kleijn, maar zijn 17-jarige zoon Jan. Te Bos draait zich om en kijkt lachend en vol bewondering toe.
Te Bos: ‘Jan mag van zijn vader al zes jaar een nummertje meedrummen, maar jeetje, wat is die jongen goed geworden. Hij speelt nu met zijn eigen band The Hook in ons voorprogramma.’
Het is een troostrijke gedachte: Claw Boys Claw mag dan live ten einde zijn, het stokje wordt doorgegeven aan de volgende generatie, de een neemt z’n dochters mee, de ander zijn zoon.
Te Bos: ‘Klinkt mooi ja, maar we hebben het niet zo bedacht, hoor. Alles komt bij ons door toeval, en een beetje geluk. Met die Oor-recensie, met Venema die zo veel vertrouwen in ons had, Pinkpop op het juiste moment, en met die malle prijs bijvoorbeeld.’
Te Bos doelt op de BV Popprijs die Claw Boys Claw in 1987 door toenmalig minister Elco Brinkman werd uitgereikt. Te Bos gaf Brinkman als dank een zoen op de wang, wat door veel media werd opgepikt.
Wat we toen niet wisten, is dat Te Bos een weddenschap had afgesloten. ‘Wat krijg ik als ik Brinkman een kus geef? Onze geluidsman wilde voor een tientje wedden dat ik dat niet durfde. Ik zei dat ik het zou doen als er 100 gulden in de pot zat. Die was zo vol. Allemaal lachen en ik het podium op. Dus je kunt nu als kop gebruiken: ‘Te Bos deed het voor het geld.’’
Claw Boys Claw: Fly. Excelsior/V2.
Claw Boys Claw speelt 3 oktober in TivoliVredenburg. De laatste show is 7 december in Paradiso, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant