Home

Famke Wilmink werkt als technicus in de Formule 1 bij Red Bull: ‘Toen ik begon, was ik de enige vrouw’

Famke Wilmink | autosport-engineer In haar jeugd wilde Famke Wilmink schaatser worden, maar ze ging lucht- en ruimtevaarttechniek studeren. Nu werkt ze voor Red Bull in de Formule 1. „Eerst haalde ik alles uit mezelf, nu uit de auto.”

Famke Wilmink bij een race-auto van Racing Bulls, het tweede Formule 1-team van Red Bull

Als haar vader vroeger op televisie naar de Formule 1 keek, werd Famke Wilmink chagrijnig. „Ik vond het zo’n herrie. Dan zei ik: kan je het niet kijken zonder geluid?”

Nu, twintig jaar later, draait haar hele leven om de Formule 1. Ze zit eind augustus aan een tafeltje in het gastenverblijf van Red Bull in de paddock op het circuit van Zandvoort, waar een paar dagen later de grand prix plaatsvindt. Wilmink is druk geweest met de opbouw van de twee auto’s van Racing Bulls, het tweede F1-team van Red Bull.

Wilmink (27) heeft veel verstand van aerodynamica, de luchtstromen rond een F1-wagen die niemand ziet maar die een allesbepalende invloed hebben op het racen. Datzelfde geldt voor Wilminks werk. Zij is één van de duizenden technici, ontwerpers, monteurs, machinebankwerkers, wiskundigen en andere experts in dienst van de tien F1-teams, wier werk voor het grote publiek verborgen blijft.

Wie Wilminks functietitel hoort – aerodynamics performance engineer – zal zich waarschijnlijk niet meteen een beeld kunnen vormen van haar werk. „Het gaat over alle aspecten die bij de aerodynamica komen kijken. Van de ontwikkeling van de auto, tot de bouw.”

Simpel gezegd: Wilmink analyseert of luchtstromen rond de auto lopen zoals ze moeten. Eerst proberen ontwerpers de buitenkant van de auto zó vorm te geven dat die de rijwind vanaf de voorvleugel in rustige, gelijkmatige stromen geleidt naar de achtervleugel en de speciaal gevormde lagedruktunnels onder de auto. Die onderdelen genereren de neerwaartse druk (downforce) waardoor coureurs met 250 kilometer per uur door de bochten kunnen rijden. Wanneer het ontwerp klaar is, begint de evaluatiefase en kan Wilmink aan de slag – om te kijken wat er goed gaat, en wat er beter moet.

„We weten precies wat het ontwerp doet in de computersimulaties of in de windtunnel. Maar daar racen we niet. Er kan soms een behoorlijk verschil zitten met wat er op het circuit gebeurt.” Dat is de ‘correlatie’ waarover het in de moderne Formule 1 vaak gaat: of een nieuwe vleugel die het rijgedrag van de auto op papier zou moeten verbeteren, dat in de praktijk ook echt doet.

„In de simulaties kunnen we bij elke pixel precies meten wat de luchtdruk is, en hoeveel downforce we hebben.” Maar omdat je aan een rijdende auto lastiger metingen kunt verrichten dan aan een computermodel, zijn de metingen op het circuit minder precies.

Cruciale feedback

Op basis van de data van circa honderd luchtdruksensoren op de blauw-witte Racing Bulls, pluist Wilmink uit of en waarom de auto op het circuit anders werkt dan verwacht. „De coureurs vertellen wat zij voelen. Met een groep mensen gaan we dan de data van de aerodynamica analyseren. En dan bekijken we: klopt dit met wat de coureurs zeggen?” De bevindingen van Wilmink en haar collega’s zijn cruciale feedback voor de ontwerpers.

Soms zit Wilmink achter een bureau in het Britse Milton Keynes, waar Racing Bulls een tweede vestiging heeft, naast het hoofdkwartier in het Italiaanse Faenza. Maar bij 18 van de 24 races dit jaar doet ze haar werk op het circuit. Ze kijkt dan mee terwijl monteurs de auto’s van coureurs Isack Hadjar en Liam Lawson in elkaar sleutelen, en let erop dat alle onderdelen van de koolstofvezel buitenkant zo naadloos mogelijk aansluiten. Elk minuscuul opstaand randje verstoort de luchtstroom en maakt de auto nét iets langzamer.

Wilmink: „In vergaderingen zit ik tussen allemaal mannen die ouder zijn en een hogere positie hebben. Dat is soms best intimiderend.” Foto Justin Griffiths-Williams

Verder zijn haar lange werkdagen in de pits gevuld met vergaderingen met coureurs en andere technici, doorspitten van grote bergen data die de auto’s produceren telkens als ze het circuit opgaan, en meedenken over de juiste afstelling van de auto.

Vooral wat dat laatste betreft, kan Wilminks werk tastbare resultaten opleveren. Bijvoorbeeld als het om koeling gaat: de sleuven in de motorkap die frisse wind langs de hete motor laten stromen, maar ook voor extra luchtweerstand zorgen en dus vertragen.

Met simulaties schatten Wilmink en haar collega’s hoeveel koelsleuven waarschijnlijk nodig zijn. Het doel is om zo weinig mogelijk sleuven te gebruiken, zónder dat de motor door de hitte aan vermogen en betrouwbaarheid inboet. „We bedenken waarmee we kunnen wegkomen.” De fractie van een seconde tijdswinst die het gevolg is van een juiste keuze, kan zomaar een paar plekken schelen in de kwalificatie.

Fanatiek schaatser

Wilmink groeide op in Hoofddorp, waar ze naast het tweetalig vwo vooral fanatiek aan schaatsen deed. Ze hoorde als junior bij de beste schaatsers van Nederland, met name op de langere afstanden.

Intussen grepen auto’s haar interesse. „Ik vroeg me af waarom ze op een bepaalde manier worden ontworpen.” Autosport combineert dat technische element met de competitie die ze kende van het schaatsen, zag Wilmink. „De Formule 1 was het perfecte plaatje.”

Ze ging in Delft lucht- en ruimtevaarttechniek studeren, een geijkte richting voor F1-aerodynamici. In 2019, terwijl ze in het tweede jaar van haar studie zat, werd Wilmink aangenomen als stagiaire in Engeland bij Red Bull Racing, waar Max Verstappen toen al races won. Voor haar positie hadden zich vele honderden kandidaten gemeld, vertelt ze.

Waarom Red Bull juist haar uitkoos? „Dat vraag ik me ook nog wel eens af.” Haar cijfers op de universiteit waren goed – maar geen negens en tienen. „Dat is niet per se het belangrijkste voor de Formule 1.” Gemotiveerd zijn, hard willen werken, competitief zijn: dat is volgens Wilmink net zo belangrijk. „Ik denk dat het feit dat ik zoveel schaatste, interessant was.”

Wilmink stond voor een dilemma. Ondanks een slepende heupblessure had ze haar ambitie om topschaatser te worden nog niet vaarwel gezegd – en in Engeland zou ze aan schaatsen niet meer toekomen. Haar vader overtuigde haar ervan dat de stage bij Red Bull een té grote kans was om te laten lopen. Bovendien zou ze, als ze na afloop terugkeerde naar Nederland, altijd weer verder kunnen schaatsen. „Maar dat terugkomen is nooit gebeurd.”

Na haar stage kreeg Wilmink een baan bij Racing Bulls, waarvoor ze nu sinds begin 2024 de wereld over reist. Ze ziet duidelijke parallellen met het schaatsen. „Die focus op één ding dat je wilt optimaliseren. Eerst alles uit mezelf halen, en nu uit de auto.”

Maar, zegt Wilmink: „De prijs die je betaalt is hoog. Qua tijd, qua vermoeidheid, qua je familie niet kunnen zien.”

Veel van huis

Wilmink is bijna het halve jaar van huis. Naast de achttien races doet ze nog zo’n tien testsessies per jaar. Soms krijgt ze maar vier uur slaap en het komt voor dat ze 25 dagen onafgebroken werkt. „In de Formule 1 leven een heleboel mensen in zo’n ritme. Ze hebben dezelfde periodes waarin ze voor mensen buiten de Formule 1 niet beschikbaar zijn.

Dat is soms lastig in relaties en vriendschappen, merkt Wilmink. Om te ontspannen gaat ze sinds kort in haar spaarzame vrije tijd schaatsen op een shorttrackbaan in Birmingham, anderhalf uur rijden van haar huis in een gehucht vlakbij Milton Keynes.

Als vrouw bij een F1-team is Wilmink ook in 2025 nog ver in de minderheid. Bij Racing Bulls is 15 procent van de circa achthonderd werknemers vrouw, mailt het team. Een paar jaar geleden was het nog zo’n 10 procent. Die toename heeft Wilmink zelf gemerkt in de Britse vestiging van Racing Bulls. „Toen ik daar kwam werken, was er één stagiaire, verder was ik de enige vrouw. Nu zou ik niet meer kunnen zeggen hoeveel het er zijn.”

Wilmink denkt dat de situatie aan twee kanten verbetert. Aan technische universiteiten studeren meer vrouwen af – én haar team neemt die vrouwen vervolgens daadwerkelijk aan. „Door het competitieve van deze industrie denken mensen: het maakt me niet uit hoe je eruit ziet, ik wil gewoon de beste persoon.”

En toch: hoewel teams zoals Racing Bulls hun best doen een gelijkwaardiger personeelsbestand op te bouwen, de realiteit blijft voorlopig dat er veel meer mannen dan vrouwen werken in de Formule 1. Hoe ervaart Wilmink dat?

„In vergaderingen zit ik tussen allemaal mannen die ouder zijn en een hogere positie hebben. Dat is soms best intimiderend. Dan moet je sterk in je schoenen staan om tegen jezelf te zeggen: ik weet wat ik doe, de [aerodynamische] data spreken voor zich, en ik ga dit nu met deze mensen delen.”

Ook al ervaart ze in haar team geen discriminatie of andere tegenwerking vanwege haar geslacht, tóch ontkomt Wilmink niet helemaal aan man-vrouw-vooroordelen. „Bijvoorbeeld het idee dat mannen beter met druk kunnen omgaan dan vrouwen. Totaal onterecht, maar we groeien allemaal op met zulke stereotypen. Ze zitten ook in mijn hoofd.”

Drie dagen na het gesprek met NRC rent Wilmink door de pitstraat in Zandvoort naar het erepodium. Racing Bulls-coureur Hadjar is na een knappe race verrassend derde geworden, de eerste podiumfinish voor het team in vier jaar.

Het is zonder twijfel het mooiste moment uit haar F1-carrière, vertelt ze later aan de telefoon. Ze stuurt een foto door waarop ze breed grijnzend met de trofee poseert. „Ik was net zo blij als toen ik het telefoontje kreeg dat ik was aangenomen bij Red Bull. Onwerkelijk.”

Tijd om het succes uitgebreid te vieren is er niet. Een paar dagen later moet Wilmink weer aan de bak in Monza. „We hebben een teamfoto gemaakt. En toen moesten we heel snel naar Schiphol toe.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next