Charli XCX duikt de komende tijd op in liefst zeven (!) films – en ze is niet de enige muzikale superster op het witte doek. Waar komt die drang om te acteren van sommige artiesten toch vandaan, en hoe goed zijn hun pogingen eigenlijk?
De Engelse superster Charli XCX heeft het er maar druk mee. Het zal niemand zijn ontgaan dat haar album Brat de zomer van 2024 beheerste, want het prijkte in bijna ieder jaarlijstje bovenaan als beste album van het jaar. Er volgde een uitverkochte en uitputtende tour langs stadions en festivals, die haar status als popfenomeen onderschreef. Ondertussen trouwde ze óók nog met The 1975-drummer George Daniel. Gelukkig in de liefde, enorm succesvol in de muziekindustrie, een status als opper-cool girl; Charli XCX heeft het allemaal.
Maar naast muziek, clubs en drummers heeft Charli nóg een liefde: film. Op filmapp Letterboxd en op TikTok laat ze regelmatig weten wat ze heeft gezien, voorzien van nonchalant commentaar. Over Autumn Sonata, in een filmpje dat ze om half vier ‘s nachts na het feesten opnam: ‘Mijn favoriete [Ingmar] Bergman. Ik vond de film verpletterend, het is zo fucking eerlijk en verdrietig. Er zit zoveel schoonheid in deze film [...]. Dit was een soort van levensveranderende film voor mij.’
Daar stopt de filmliefde niet, want Charli staat inmiddels aan de vooravond van een poging om ook in de filmwereld door te breken. En dit gaat er niet bescheiden aan toe, want de komende tijd speelt Charli grote rollen in liefst zeven (!) films. De eerste is het op festivals goed ontvangen drama Erupcja, dat volgende week de Nederlandse première beleeft op het Leiden International Film Festival.
Charli XCX is bepaald geen uitzondering, want de laatste jaren zagen we ook supersterren als Lady Gaga, Taylor Swift en Harry Styles een poging wagen om het te maken op het witte doek.
Wat drijft toch al die muzikale supersterren die ook serieus genomen willen worden als acteur? Natuurlijk, er zijn carrières waarbij die trajecten ongeveer parallel aan elkaar lopen, maar heel vaak is er eerst de supersterrenstatus en dan pas de acteercarrière. Is het een geinig extraatje bij een verder toch al zeer succesvol bestaan, of is de ambitie om ook als acteur serieus genomen te worden, simpelweg onbedwingbaar?
Neem Elvis Presley. Die was halverwege de jaren vijftig zo ongeveer de grootste beroemdheid ter wereld, maar had tóch de diepgevoelde behoefte om ook te gaan acteren. Dat was ook deels ingegeven door de wereld om hem heen, want film was in die tijd, veel meer dan in de tijd van TikTok en Spotify, een extra manier om van sterrendom naar supersterrendom te gaan.
Bovendien wilde Elvis het zelf graag. In een interview met Life in de jaren vijftig: ‘Ik wilde een goede acteur worden omdat je niet een hele carrière kunt bouwen op zingen alleen. Kijk naar Frank Sinatra. Totdat hij ook ging acteren, ging het bergafwaarts met zijn carrière.’ Elvis droomde van een carrière zoals Bing Crosby en Dean Martin die eerder ook hadden gehad: grote zangers die ook gevierde acteurs werden.
Toch bleek de carrière van Elvis uiteindelijk vooral kwantitatief indrukwekkend. De superster speelde uiteindelijk in 31 films, waarvan er toch weinig zijn blijven hangen. Bijna alle Elvis-films waren grote hits, maar critici vonden het niets en ook Elvis zelf was niet tevreden. Hollywood zou hem altijd verkeerd hebben begrepen, en Elvis vooral hebben gecast als Elvis. Transformeren deed hij daardoor nooit echt. Een Sinatra zou hij nooit worden.
Nu was die laatste ook wel een uitzondering, want Sinatra slaagde er wél in om de ster te doen vergeten en de acteur te laten zien, bijvoorbeeld in zijn met een Oscar bekroonde bijrol als gedoemde soldaat in From Here to Eternity. Of kijk naar zijn fantastische hoofdrol in paranoiaklassieker The Manchurian Candidate, waarin Sinatra een gehersenspoelde Korea-veteraan speelt. Om nog maar te zwijgen over films als The Man With the Golden Arm, Guys and Dolls en (de originele) Ocean’s Eleven. Sinatra werd zanger én acteur, niet een zanger die het acteren er een beetje naast deed omdat het kon.
Van dat laatste zijn er natuurlijk talloze voorbeelden: artiesten die tekenen voor een geinige cameo in een grote film, de zogenaamde ‘stunt casting’, waarbij iemand als Keith Richards ineens opduikt in een Pirates of the Caribbean-film, bijvoorbeeld.
Maar de lijst met artiesten die daadwerkelijk een serieuze poging waagden, is veel langer. Charles Aznavour, David Bowie, Lady Gaga, Whitney Houston, de formidabele Cher (die een Oscar won voor haar prachtrol in Moonstruck), of een indrukwekkende Mariah Carey als verpleegster in Precious. Diana Ross bleek een perfecte Billie Holiday in Lady Sings the Blues, en Tom Waits ontpopte zich, alleen al door zijn heerlijk noeste kop, tot zeer verdienstelijk karakteracteur.
En verdomd, zelfs John Lennon ging ooit even acteren (in de komische oorlogsfilm How I Won the War), al was dat naar verluidt vooral omdat hij zich verveelde. Sting viel dan weer hopeloos door de mand in de Dune-verfilming van David Lynch. Sterren Mick Jagger (in Performance) en Art Garfunkel (in Bad Timing) maakten kortstondige acteeruitstapjes, en ook dichter bij huis vinden we positieve uitschieters als Willeke Alberti (Rooie Sien en De kleine waarheid) en Huub van der Lubbe (De aanslag).
De stap van muziekwereld naar filmwereld is op het eerste gezicht ook niet heel groot. Want ja, het is natuurlijk een stuk makkelijker om gecast te worden als je al een zekere sterrenstatus hebt: Harry Styles komt sneller aan de bak als acteur dan elke andere willekeurige Harry, waarbij de filmmakers ook nog de ‘fanbonus’ krijgen, omdat de fans van zijn muziek dan ook naar de bioscoop zullen trekken.
Bovendien hebben veel popsterren al bepaalde horden genomen die veel aspirant-acteurs nog moeten nemen. Popsterren leren vaak al vroeg om zich behoorlijk kwetsbaar op te stellen naar een groot publiek, spelen al een rol op een podium, en zijn gewend om te entertainen.
Toch is dat laatste ook fascinerend, want podiumcharisma is niet altijd vanzelfsprekend ook filmcharisma: supersterren als Styles en Taylor Swift kunnen voor de camera ook ineens verworden tot onopvallende muurbloempjes. De camera in de greep houden blijkt toch een nét iets andere kunst dan een popzaal of stadion bezweren.
De vraag die bij acterende artiesten daardoor vooral boven de markt hangt, is of de artiesten artiest blijven, of daadwerkelijk acteur worden. Bouwen ze hun charisma verder uit (zoals David Bowie telkens weer deed in al zijn film- en tv-rollen), of is hun uitstapje richting het acteren niet meer dan een voortzetting van wat ze al deden? Kortom: word je een Elvis en speel je vooral versies van jezelf, of word je een Lady Gaga of een Mariah Carey, die op het scherm daadwerkelijk kunnen transformeren tot een personage?
Naar aanleiding van de aanstaande Charli-dominantie in de bioscoop (ze krijgt vooralsnog lovende reacties op haar grote debuuthoofdrol in Erupcja), duiken we daarom in een aantal van de beste én slechtste voorbeelden van acterende artiesten, en reiken we een paar (volstrekt willekeurige) awards uit.
In haar muziekcarrière heeft Lady Gaga al laten zien hoe veelzijdig ze is. Ze introduceerde zichzelf als popster in een vleesjurk, scoorde veel hits met de albums The Fame (2008), Born This Way (2011) en Artpop (2013), ze nam een uitstapje door met Tony Bennett een jazzalbum op te nemen, en herontdekte zichzelf met het softrock-americana-album Joanne.
Maar de muziekwereld bleek te klein voor de veelzijdige Gaga, die al van kinds af aan de droom had om te acteren, en begin jaren nul zelfs even opdook als figurant in The Sopranos. Maar voordat ze een wereldster werd, leverden audities uitsluitend afwijzingen op. Kortom: Gaga had haar sterrenstatus nodig om de transitie te maken naar de acteerwereld, en dat werd een succesverhaal.
Haar rol als de matriarchale vampier The Countess in American Horror Story (2015-2016) werd beloond met een Golden Globe en Gaga kreeg een Oscarnominatie voor haar gevoelige, van tierelantijntjes gestripte vertolking van Ally Campana in A Star Is Born (2018). Met haar excentrieke rollen in House of Gucci (2021) en Joker: Folie à Deux (2024) liet de zangeres zien hoe veelzijdig haar talent is.
‘Ik dacht meteen: past Jan Smit als held in een oorlogsfilm?’ Aldus Jan Smit zelf, volkszanger, Topper en voorheen Jantje. Smit vond het in eerste instantie ‘een gek idee’ om te gaan acteren, maar ‘de kunst is het personage zo te laten groeien dat de kijker opgaat in het verhaal en Jan Smit compleet vergeet’. De makers modelleerden hun film, over een bokser die verliefd wordt op een rijke jonge vrouw in het Rotterdam van WO2, naar Titanic, maar helaas: Jan Smit bleek bepaald geen Leonardo DiCaprio. Iemand die ook niet mag ontbreken in dit rijtje is trouwens Marco Borsato, die in zijn War Child-film Wit licht ook goed liet zien dat een personage laten groeien inderdaad echt een kunst is.
De best beluisterde artiest ter wereld blijkt helaas erg slecht in het maken van een serie. Het is bizar dat de Canadese Abel Tesfaye (The Weeknd) zulke baanbrekende muziek maakt, maar het zo ontzettend misgaat met zijn serie The Idol. Tesfaye maakte de serie en speelde een van de hoofdrollen.
Het maakproces was een rommeltje: regisseur Amy Seimetz werd ontslagen omdat ze een ‘te vrouwelijk perspectief’ zou hebben, Euphoria-regisseur Sam Levinson nam het over. Vanaf toen werd het verhaal, over hoe een popster (die los van de rouw om haar moeder geen persoonlijkheid lijkt te hebben) in de armen valt van een gore cultleider (Tesfaye), vooral een verkrachtingsfantasie van de makers. The Idol werd de slechtst beoordeelde HBO-serie ooit. Het script is vreselijk, dat kunnen we Tesfaye in dit geval óók kwalijk nemen. En het huiveringwekkend vlakke acteren zeker.
Zelden speelde iemand een verpletterender debuutrol dan de IJslandse superster Björk in het extreem grauwe drama Dancer in the Dark, als slechtziende Tsjechische immigrant in Amerika die een afschuwelijk leven heeft, en dagdroomt over een filmisch musicalleven. Dat loopt uiteindelijk toch vooral grimmig af. Björk kreeg volop lof, en won op het filmfestival van Cannes zelfs de prijs voor beste actrice, maar hield zelf een wrange nasmaak over aan haar acteerdebuut. Björk beschuldigde regisseur Lars von Trier van wangedrag en seksueel misbruik, en zou hierna nooit meer een grote filmrol spelen, los van een fascinerende cameo in Robert Eggers’ Vikingfilm The Northman (2022).
Op het gebied van acterende artiesten die we wél missen, kunnen we natuurlijk ook niet heen om icoon David Bowie, die goed was in alles wat hij deed, en zijn onweerstaanbare charisma inzette om allerlei fascinerende rollen te spelen, van Twin Peaks en The Prestige tot Labyrinth en The Man Who Fell to Earth.
Beyoncé, enigmatisch-charismatisch icoon dat ze is, kan natuurlijk prima acteren. Maar daar blijft het zo’n beetje bij. In de Broadway-bewerking Dreamgirls speelt American Idol-afvaller Jennifer Hudson haar totaal weg. Beyoncé speelt oké, maar is op het witte doek geenszins zo verpletterend als op het podium. In komediefilms als Austin Powers In Goldmember en The Pink Panther wordt ze vooral gecast als extreem knappe vrouw, de rollen hebben weinig meer om het lijf dan de mannelijke hoofdpersonages in katzwijm laten vallen. Dat terwijl haar muziek (Renaissance! Lemonade!) juist bewijst dat ze ontzettend veel diepgang heeft. Bijna zonde om dan een mindere acteercarrière na te jagen.
Het lijkt erop dat muzikanten toch vaak beginnen bij rollen die binnen hun comfortzone liggen, wanneer ze de drang voelen opkomen om te gaan acteren. Neem bijvoorbeeld Whitney Houston als de diva-achtige zangeres Rachel Marron in The Bodyguard (1992), Snoop Dogg als een relaxte stoner in Soul Plane (2004) en Cher als sterke, onafhankelijke vrouw in Moonstruck (1987).
Toch spant Madonna de kroon als het gaat om semi-autobiografische rollen. Ze speelt in Desperately Seeking Susan de rebelse vagebond Susan Thomas. Het lijkt erop dat de popster bij aankomst op de filmset de kleedruimte en visagie kon overslaan. Susan heeft net als Madonna blonde getoupeerde lokken met een grote zwarte strik erin. Ze dragen allebei zwarte leren jassen, handschoenen zonder vingers en risqué visnetpanty’s. Voor de eigenzinnige en onverschillige persoonlijkheid van het personage hoefde Madonna ook geen erg grote sprongen te maken: haar rol was vooral een voortzetting van haar persona.
Die arme Ice Cube had hoe dan ook geen schijn van kans in deze coronaverfilming van de klassieke H.G. Wells-roman De oorlog der werelden. De rapper heeft in andere films als The High Note laten zien dat hij het best aardig doet in afgebakende rollen, ingebed tussen andere goede acteurs. Maar in Prime Video’s War of the Worlds (volgens veel media de slechtste film van het decennium, dan wel ooit) krijgt hij een zware taak. Los van het bizarre plot, dat uiteindelijk vooral aanvoelt als een uit de hand gelopen reclame voor moederbedrijf Amazon, is ook zijn rol bijzonder lastig. Ice Cube moet grotendeels in zijn eentje de film dragen, vanachter zijn computerscherm in een leeg kantoorpand. Af en toe videobelt hij de andere personages, maar de film bestaat toch vooral uit een naar het scherm fronsende Ice Cube.
Toch best wonderlijk, wanneer extreem charismatische popsterren voor de camera transformeren tot uitstralingsloze natte kranten. Iets anders kunnen we simpelweg niet maken van Styles’ grote hoofdrol in het mislukte sciencefictionliefdesdrama Don’t Worry Darling, waarin Styles in vrijwel elke scène volledig van het scherm wordt gespeeld door tegenspelers Florence Pugh en Chris Pine. Vooruit, Styles werd niet geholpen door het slappe script, maar van iemand met zijn présence op het podium hadden we toch echt meer verwacht. Het moet gezegd dat hij met rollen in films als Dunkirk en My Policeman wel iets van acteertalent liet zien, maar drie jaar na zijn laatste rol lijken de acteerambities op een laag pitje te blijven staan.
Een grote artiest met een kleine rol. Het is misschien een teleurstelling voor Swifties, maar voor filmfans is het misschien maar beter dat Liz Meekins, gespeeld door Taylor Swift, in de dertiende minuut van de film Amsterdam (2022) onder een auto wordt geduwd. Swift speelt een vrouw die vermoedt dat haar vader vermoord is, maar is in haar paniekerige dialoog met hoofdrolspelers Christian Bale en John David Washington maar weinig geloofwaardig.
Stunt casting kan een film veel publiciteit opleveren. Weinig regisseurs zullen toegeven dat ze een grote bekendheid in hun film hebben gecast om media-aandacht te genereren, maar in sommige gevallen is het moeilijk te ontkennen. Madonna die met een kleine rol toch op de poster van A League of Their Own (1992) staat, Ed Sheeran die onverwachts opduikt in Game of Thrones (2017), en Swift als lokkertje van Amsterdam. Taylor Swift is ontzettend goed in muziekmaken, maar blinkt niet op elk terrein uit (laten we het dus ook maar niet meer hebben over haar rol in de absurde musicalmislukking Cats).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant