Home

Oprichter Dutch Design Week Miriam van der Lubbe: ‘Commercie heb je keihard nodig’

Miriam van der Lubbe (53) is de helft van ontwerpduo Van Eijk & Van der Lubbe en mede-oprichter en ‘creative head’ van Dutch Design Week. Deze maand vindt de 25ste editie plaats. Dit is wat ze leerde in het leven: design reageert altijd op de samenleving, en Brabant is de beste plek voor ontwerpers.

„Toen ik net klaar was met de academie stond ik samen met ontwerper Eduard Sweep op een beurs genaamd ‘Wonen en leven in stijl’ in het Beursgebouw in Eindhoven. We hadden een stand op een vide en hingen bijna huilend over de reling. Beneden stonden allemaal knutselproducten: mozaïeken tafeltjes en zo. Het was een veredelde braderie. Toen zeiden we tegen elkaar: laten we het eens zelf proberen. In 2000 hebben we een plan geschreven voor wat we toen nog het Design Event noemden. Vol bravoure schreven we dat we ‘een event van naam’ wilden neerzetten ‘als reactie op de grote onvrede over presentatiemogelijkheden’. We wilden Eindhoven nationaal en internationaal laten uitgroeien tot ‘dé plek in Nederland waar jonge ontwerpers zich presenteren’. Aan de eerste editie in 2001 deden 22 ontwerpers mee. Door allerlei initiatieven te bundelen is het later de Dutch Design Week (DDW) geworden met inmiddels 2.500 ontwerpers. Soms moet je zelf initiatief nemen.

Ik geloof heilig in de rol van design in de samenleving. Ontwerpers kunnen zeker niet alles oplossen, maar ze kunnen wel een grote bijdrage leveren aan het aanpakken van belangrijke maatschappelijke vraagstukken. De kern van wat ontwerpers doen is kijken: welke uitdagingen en opgaven zien we? En hoe kunnen we bijdragen aan verbetering? Niemand ontwerpt nog zomaar een stoel. Dit jaar doen er zeven ministeries mee aan DDW. Het idee dat ontwerpkracht kan helpen bij de opgaven waar we als maatschappij voor staan wordt steeds breder gedragen. Voor het Van Abbemuseum in Eindhoven heb ik een tentoonstelling gemaakt met ontwerpen die niet alleen reflecteren, maar altijd het doel hebben dingen te verbeteren. Soms bold en naïef, soms groots en soms klein.”

Mijn moeder, een héél slimme vrouw, komt uit de tijd dat vrouwen moesten stoppen met werken op het moment dat ze trouwden. Haar broers mochten allemaal mooie universitaire studies doen, zij niet. In de generatie van mijn moeder is veel talent verloren gegaan. Ik ben de jongste van drie kinderen en toen ik in het laatste jaar van de basisschool zat, is ze alsnog gaan studeren en HR-medewerker geworden. Ik heb een enorme gedrevenheid meegekregen. Eigenlijk wilde ik architect worden. Mijn opa was dat ook, net als mijn oudere broer. Maar ik had een pretpakket waarmee dat niet kon. Toen ontdekte ik de Academie Voor Industriële Vormgeving, zoals de Design Academy destijds heette. Achteraf een zegen.

Niels [van Eijk] en ik kennen elkaar van de academie. Ik zat in het derde jaar en hij in het eerste toen we een setje werden. De eerste jaren na de academie werkten we niet samen, maar we deelden wel een werkruimte. Toen merkten we: samen komen we verder. We zijn allebei ontwerpers, maar ik zit meer in het conceptuele stuk, terwijl hij heel goed is in het fysiek maken van een idee. We begonnen klussen samen te doen en stuurden elkaar steeds factuurtjes. Toen we beseften dat dat nergens meer op sloeg zijn we Van Eijk & Van der Lubbe begonnen. Het geheim van een succesvolle samenwerking is heel kritisch tegen elkaar durven zijn. DDW en de tentoonstelling in het Van Abbe doe ik zonder hem. Al bemoeit hij zich er net zo goed tegenaan. Er gaat eigenlijk niks weg hier zonder dat we er allebei van denken: ja, dit is een goed idee.

In 2006 kregen we van een galerie in New York de vraag of we iets héél duurs konden ontwerpen. Een idiote vraag. We dachten: dát gaan we dus niet zomaar doen, hoe kunnen we op een andere manier ook waarde creëren? We zijn toen gaan samenwerken met waanzinnig goede houtsnijwerkers in Indonesië. We hadden een tafel bedacht met een patroon dat zo ingewikkeld was dat er wekenlang meerdere mensen aan moesten werken. Tegen een eerlijk honorarium. Wij ontwerpen verandering, zeggen we altijd. Of het nou een product is of een ruimtelijk concept, design moet altijd iets bijdragen. Begin volgend jaar wordt de nieuwe entree die we voor het Van Abbemuseum hebben ontworpen opgeleverd. Een openbare route dwars door het museum. Een pad waar iedereen, ook zonder ticket, in aanraking kan komen met beeldende kunst.

Vroeger vroeg iedereen: wat doen jullie in Eindhoven?! Tegenwoordig hoef je dat als ontwerper niet meer uit te leggen. Eindhoven is de onofficiële designhoofdstad van Nederland geworden. Met Van Eijk & Van der Lubbe hebben we in het verleden projecten op plekken als Tokio, New York en Milaan gedaan. Steeds opnieuw moesten we uitvogelen hoe we dingen gedaan konden krijgen. In de loop der jaren zijn we dichter bij huis gaan werken. Een verademing. Hier kunnen we sneller schakelen en echt iets bereiken. Samenwerken zit in het dna van Brabant. Meer dan op andere plekken, dat geloof ik echt. Even bellen of een berichtje sturen met: hé, wil je even meekijken? Dat is zó easy hier.

Niels en ik hebben recent een plan gemaakt voor toerisme in Den Bosch. Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat niet al die toeristen naar dat kleine stukje historisch gebied in de binnenstad gaan? Wat ik heb geleerd, is dat je dat soort onderzoeken altijd moet vertalen naar iets fysieks. Of je nou een landkaart maakt, een maquette, animaties of een VR-experience, dat maakt niet uit. Je krijgt mensen pas mee als je ze een plaatje kunt laten zien. Als iets alleen een boekje is of een beleidsstuk, dan verdwijnt het in een la.

Dat er iets tastbaars uit een ontwerpproces komt is niet meer vanzelfsprekend. Bij DDW hebben we een programmateam dat elke aanmelding bekijkt en daar wordt vaak gediscussieerd: is iets ontwerp, of toch een beleidsplan? Het moet niet te abstract worden. We zijn de Dutch Design Week, niet de Dutch Everything Week.

Nu DDW groter is, zie je dat commerciële bedrijven ons weten te vinden. We moeten waken voor designwashing. Partijen die zeggen ‘kijk ons eens goed doen, we werken met ontwerpers’, misbruiken het vak voor eigen gewin. We vragen altijd door: en, wat doen jullie nou echt met ontwerpers? Tegelijkertijd ben ik helemaal niet vies van commercie. Je hebt commercie knalhard nodig als je verandering wil bewerkstelligen. Daar zit het geld.

Als een jonge ontwerper drie weken van tevoren vraagt of-ie nog mee mag doen, moet je altijd ja zeggen. Als ik ergens discussies over heb met het DDW-team, is het daar wel over. Vaak zijn dat juist de gekste en de leukste dingen. Tja, als je zo laat komt sta je niet op het officiële programma. Maar wat maakt het uit of er nog een extra iemand z’n werk neerzet? Mits het goed is natuurlijk.

Toen ik begon werkten er weinig vrouwen in de designwereld. Ik ben héél vaak voor dingen gevraagd omdat ze dachten: we hebben nog een vrouw nodig. Ik heb een hoop zien veranderen, maar gelijk zijn de man-vrouwverhoudingen in de designwereld nog steeds niet. En divers genoeg is het trouwens ook nog niet. Niet zo lang geleden stond ik bij een opening te kletsen met Jeroen Dijsselbloem, de burgemeester van Eindhoven, die de tentoonstelling zou openen. Opeens realiseerde hij zich dat hij straks met alleen maar mannen op het podium zou staan. O, zei hij, ik had me voorgenomen om dat niet meer te doen. Heel goed natuurlijk, dat hij zich daar bewust van is. Hij vroeg of ik het wilde overnemen. Maar Jeroen, zei ik, ík heb me juist voorgenomen dingen niet meer te doen als ik alleen maar word gevraagd omdat ik een vrouw ben.”

cvMiriam van der Lubbe

Past Present Possible, de 25ste editie van de Dutch Design Week, 18 t/m 26 oktober op verschillende locaties in Eindhoven. ddw.nlBridging Minds, 4 oktober t/m 18 januari 2025, Van Abbemuseum, Eindhoven. vanabbemuseum.nl

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Uitgelichte artikelen

Source: NRC

Previous

Next