Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
In een buitenwijk van de stad, in de plantenbak van een groot hotel, kampeerden een
vader en een dochter. Ze hadden geen huis. Ze hadden geen werk. De vader was
een goeie kok, maar hij kookte al een tijdje niet meer. Dat kwam zo: hij had geen
papieren. Die waren ze ooit kwijtgeraakt in het kompjoetergebouw. Sindsdien werd
de vader soms driftig, bijvoorbeeld als de nieuwe Michelin-gids uitkwam en zijn
vegan lijsterpastei wederom was genegeerd – nog geen Bib Gourmand kon er vanaf.
Op die momenten smeet hij alle pannen door de keuken. Maar dat mocht niemand
weten, anders zou Jeugdzorg zijn dochter uit de plantenbak komen vissen, en zou hij
een verplichte agressie-regulatietraining moeten ondergaan, of erger. Ze zouden
elkaar dan alleen nog kunnen zien via hun malkanderspiegeltjes, of FaceTime. De
vader heette Tos, de dochter Otje. Ze waren op zoek naar een beetje geluk, maar dat
zeiden ze alleen tegen elkaar. Geluk was iets wat je moest toevallen, je mocht er
beslist niet zelf naar zoeken.
‘Weet je’, zei Tos tegen Otje, boven een bord brandnetelsoep. ‘Ik voel me net Kafka.’
‘Dat moet je niet zeggen’, zei Otje. ‘Da’s een klisjee. En het klopt niet eens.’
Op een ochtend klonk er lawaai vóór het hotel. Otje klom uit de plantenbak en
spiekte door een kier in de gordijnen. Er stonden een paar honderd mensen te
roepen. Een paar wapperden met prinsenvlaggen. Een jongen met een kaal hoofd
richtte een paar lawinepijlen op de ingang.
Tussen twee getourmenteerde kunstpalmen verscheen het slaperige gezicht van
Tos. Zijn koksmuts hing op half zeven. ‘Wat gebeurt er?’, vroeg hij. ‘Is het al
Nieuwjaar?’
‘Bezorgde burgers’, zei Otje. ‘Ze roepen ‘wij zijn Nederland’, ‘azc weg ermee’ en ‘ziek hijl’.’
‘Hmmm’, zei Tos, ‘dat zou betekenen dat deze bloembak is aangemerkt als officiële
opvanglocatie voor statushouders zonder woonruimte. Dat is prachtig nieuws.’
‘Wat is dit?’, vroeg Otje zich vertwijfeld af.
‘Een hellend gebrek aan draagvlak.’
‘Maar wie doen zoiets?’, vroeg Otje.
‘Nederlanders’, zei Tos. ‘Zij zijn Nederland. Wat is het hier trouwens benauwd.’
‘Dat is de aarde die steeds sneller opwarmt’, zei Otje. ‘Maar niemand heeft zin om
daar óók nog mee bezig te zijn.’
‘Kutkakkerlakken!’, gilde de menigte.
‘Moet dat nou?’, sipte Zaza de kakkerlak.
‘Jij zit helemaal niet in dit verhaal’, zei Otje streng.
‘Ik ga eens kennismaken’, zei Tos. ‘Het zijn misschien vreemde vogels, maar de
vogels zijn tenslotte altijd onze vrienden geweest. Misschien heeft een van hen wel
papieren voor me.’ En daar ging hij, de glazen draaideur door, de parkeerplaats op,
net op het moment dat een paar mensen die geen huis konden krijgen eieren in de
richting van de ingang smeten om hun argumentatie kracht bij te zetten. De eieren
belandden op de muts van Tos, en braken daar in keurige stukken. En toen dacht
Tos niet meer aan Jeugdzorg, of de agressie-regulatietraining of aan papieren: hij
zwol op, liep paars aan en stormde als een woedend spiegelei op de gooier af. Die
zou Tos zeker hebben weggesmeten als een oude pan als hij niet, op grond van de
nieuwe Antifa-wetgeving, was opgepakt en afgevoerd naar een speciaal
heropvoedingskampement voor keukenpersoneel zonder papieren.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant