Louis Janssens | theatermaker In ‘Family’ van Louis Janssens vertellen vijf queers over de relatie met hun ouders en de noodzaak je eigen familie te kiezen. „Het idee is: laat in je ziel kijken.”
Theatermaker Louis Janssens.
‘Ik maak voorstellingen zonder conflict. Ik toon mensen die lief zijn voor elkaar. Die luisteren naar elkaar, die zorgen voor elkaar. Die elkaar aanraken. Die iets gemeenschappelijks doen. In een wereld die alleen maar rechtser, gevaarlijker, agressiever, seksistischer, homofober, racistischer is geworden, heb ik de impuls om theater te maken dat voelt als een omhelzing.”
Midden in het gesprek vindt Louis Janssens een rake omschrijving van zijn werk. Dat komt goed uit, want het is niet makkelijk om de aantrekkingskracht van zijn voorstellingen over te brengen. Ze zijn ontroerend door hun eenvoud, hun pure emoties, hun strak gecomponeerde vorm, en door de zachtheid die hij beschrijft. Evengoed zit het in de pijn en ellende van het menselijk bestaan waar de personages tot in de intiemste details over praten. Janssens schrijft drama’s die hun tanden in je hart zetten, maar dankzij de golf van liefde die over je wordt uitgestort kom je toch verkwikt de theaterzaal uit.
Hij is 29, maar de Vlaamse theatermaker kwam al met drie magistrale voorstellingen. Met Willem de Wolf (van De Hoe) maakt hij het inventieve duet Analoog, waarin ze elkaar spelen. In het begeesterende Desire spraken vier jonge mannen hardop hun dromen en angsten uit. En in augustus ging op festival Boulevard in Den Bosch het met vijf acteurs gemaakte Family in première, dat vanaf 3 oktober op tournee gaat. Elk stuk werd geïnitieerd en mede geschreven en gespeeld door Janssens, die met deze drie werken laat zien één van de grootste talenten van zijn generatie te zijn.
In een ruimte van kunstencentrum Monty in Antwerpen vertelt Janssens over Family, dat hij speelt en maakt met landgenoten Peter Seynaeve, Mourad Baaiz en Francis Geeraert, en de Nederlandse actrice Maureen Teeuwen. „Ik merkte dat in de vorige voorstellingen die ik maakte het thema familie steeds terugkwam. Het ging over moeders, over vaders, over kinderloosheid. En over het idee van de chosen family, over je omringen met vrienden die zorgen voor elkaar. Daar wilde ik dieper op ingaan. Wat is familie? Iedereen is een kind van iemand: dat leek me een mooi vertrekpunt.”
Family is een voorstelling over familie vanuit queer perspectief. De vijf acteurs staan en zitten rond een tafel en spreken rechtstreeks naar het publiek toe, ieder voor zich, omstebeurt een stukje. Ze zijn openhartig over de relatie met hun familie, in het bijzonder over hoe die omgaat met hun homoseksualiteit. Janssens koos queers van alle leeftijden. Seynaeve, 55, in al zijn eerdere werk zijn regisseur, moest mee de vloer op. En hij belde Teeuwen, 67 jaar. „Ik had haar zien spelen bij Discordia, waar ze als Susan Sontag sprak over lesbisch zijn. Dat was me altijd bijgebleven.”
Theatermaker Louis Janssens. Foto Andreas Terlaak
Het lijkt alsof de acteurs hun eigen verhaal vertellen. In welke mate zijn het jouw teksten?
„Van sommigen kende ik hun verhalen al. Van Francis wist ik dat zijn vader gestorven was. En van Maureen kende ik de problemen met haar moeder. Met die kennis schrijf ik. Op de eerste repetitiedag heb ik vijftig pagina’s voorgelezen. Daar haken zij hun eigen verhalen aan. En ik gaf opdrachten. Bijvoorbeeld: ‘Maureen, ik zou het mooi vinden om te horen over de eerste keer met een vrouw naar bed gaan.’ Zij schrijft dat op en ik doe daar redactie op. Het gaat altijd door mijn molen.
„De acteurs kenden elkaar niet allemaal. Dat was een gok, maar het eerste samenzijn, in Den Haag bij Het Nationale Theater, was meteen open en liefdevol. Ook omdat we vijf queers zijn. Peter vertelde dat het voor hem in dertig jaar spelen de eerste keer was dat hij alleen met gay acteurs aan tafel zat. Voor Francis, die net van de toneelschool komt, was het ook de eerste keer.
„Die eerste repetitiedag was een belangrijke dag. Dat gaf me het idee: dit moet de voorstelling zijn, vijf mensen die elkaar leren kennen, en op het einde zijn ze een eenheid.
„Schrijven is een leuk spel. De verhalen zijn autobiografisch, maar ik meng dat met fictie, met elementen uit boeken en films. Of we nemen elkaars biografie over. ‘Dat verhaal van mijn oma? Misschien is het beter als jij dat vertelt.’”
De verhalen zijn intiem. Is intimiteit een criterium?
„Het idee is: laat in je ziel kijken, durf te delen wat pijnlijk is, wat droevig is, wat je dromen zijn. Dat heeft mijn interesse. Want ik wil mensen leren kennen.
„Theater moet kernachtig zijn. Zuiver. Ik wil het over existentiële zaken hebben. Family gaat over verliefd worden, over de relatie met ouders. Het zijn geen crazy avonturen.
„Het is wonderlijk om te merken hoe herkenbaar dat is. Dat horen we veel van bezoekers. Dan merk je dat je vanuit het kleine en persoonlijke een universeel verhaal vertelt. Dat is wat ik zoek.”
Iedereen vertelt over zijn en haar coming-out. Dat is vier keer een droevig verhaal. Alleen bij jou niet.
„Als je vijf gays bij elkaar zet, gaat het al snel over ieders coming-out. Dan is het leuk als iemand zegt: ‘Mijn outing was een feest.’ Wat natuurlijk niet helemaal zo is. Het was voor mij ook een eng moment. Maar de reactie van mijn moeder was precies wat ik vertel in de voorstelling. We zijn op restaurant gegaan en we hebben flessen wijn gedronken. En ze zei echt: ‘Ik wist het op het moment dat je geboren was. Jij bent mijn kind, I love you.’”
Zelf was je niet zo snel. Volgens Peter was je op je zeventiende nog met een meisje.
„Het heeft lang geduurd bij mij. Waarom weet ik niet. Want ik kom uit een open nest. Mijn ouders zijn vrije, artistieke mensen, met veel gays in hun vriendenkring. Er was iets in mij wat me tegenhield, denk ik. Mijn moeder zei ook: ‘Ik heb daar toch nooit een probleem van gemaakt?’ Nee, maar ik leef wel in een maatschappij die er een probleem van maakt.
„Ik geloof dat ik door de toneelschool uit de kast kwam, omdat de school je dwingt naar jezelf te kijken. Ik had een danslerares en die was een beetje zweverig, met danstherapie enzo. Ik vond het bullshit. Maar de lessen waren verplicht. Dus ik dacht: ik kan negatief blijven of ik kan mijn gevoel openzetten en kijken wat er gebeurt. Wat er gebeurde, was: mijn outing.
„Dora van der Groen, beroemd lerares, zei: ‘Op de toneelschool word je voor de tweede keer geboren.’ Dat merk ik nu ik zelf ook lesgeef. Vroeger was het op toneelscholen: we maken je helemaal kapot en dan bouwen we je opnieuw op. Zelfinzicht is nog steeds het doel, maar de methode is geheel anders. We vragen studenten: ‘Wie ben jij echt, en welk deel van jezelf houd je nog geheim?’
„Die liefde voor mijn vriendin was overigens oprecht. Zij is een belangrijke vrouw geweest in mijn leven. Het is niet dat ik er spijt van heb.”
Ook bij de jonge acteurs bleek de coming-out nog steeds problematisch. Is het niet ontmoedigend dat er geen vooruitgang is?
„Zeker. Net als het besef dat het klimaat beter is geweest dan het nu is. In de eighties en nineties was er sprake van experiment, van vrijheid, van baldadigheid en openheid. Terwijl we nu in veel conservatievere tijden leven.”
Interessant dat je dat zegt, want de buitenwereld is altijd ver weg in jouw stukken.
„Dat is waar. Het grote maatschappelijke en politieke komt alleen indirect binnen, via hoe mensen zijn. Daar geloof ik ook in.
„Dat er vijf queers, van 22 tot met 67 jaar, aan die tafel zitten, is cruciaal. Wij eisen een soort normaliteit op. Wij zijn gay, maar wij zijn hetzelfde. Wij hebben ook een stadstuintje en wij eten ook rode biet.
„Ik ben geen activistische maker, niet iemand van de vuist, de regenboogvlaggen, de Pride. Ook superbelangrijk, maar dat is niet wie ik ben. Wat ik maak, kun je als statement beschouwen. Maar het is heel soft.
„Queers die komen kijken, zijn ontroerd. Ze zeggen: ‘Dit heb ik nog nooit gezien.’ Dat is belangrijk voor mij.”
Je vader en moeder komen in al je stukken terug. Lijk je op ze?
„Ik ben een combinatie van mijn ouders. Mijn moeder is horecaonderneemster, en van haar heb ik een gevoeligheid voor lekker eten, mooie stoffen, mooi gedekte tafels, kaarsen, muziek, mooie kleren. Mijn vader heeft altijd in het theater gewerkt, als technicus en decorontwerper. Hij is ook schilder. Van hem heb ik kennis over vormgeving, architectuur, kleur. Als kind heb ik vaak met mijn vader geknutseld en getimmerd. Zoals ik vertel in de voorstelling: wij bouwden een theater in onze woonkamer, met een theatergordijn uit de opera en een katrol. Elk familiefeest deed ik een act. Mijn humor en neiging tot hard werken komen van hen.”
In ‘Desire’ gaat het over de schaamte voor je vader, die drinkt en huilend in je armen ligt.
„Ik vertel dingen over mijn vader en mijn moeder waarvan ik denk: ‘Moet ik dat wel zeggen?’ Ik heb mijn vader gevraagd wat hij ervan vindt. Hij zei dat het goed is dat ik het doe, omdat andere mensen de situatie zullen herkennen en daar iets aan hebben. Mijn vader begrijpt de universele kracht van zo’n verhaal.”
Je was in therapie met je vader, vertel je.
„Als het goed gaat met mijn vader, en dat gaat ook op voor mijn moeder, dan gaat het goed met mij. Dus in de periode dat het minder goed ging met mijn vader, ging het met mij ook minder goed. Omdat ik het gevoel had dat ik hem gelukkig moest maken. Dat ik er voor hem moest zijn. Alsof de zorgrol was omgedraaid.”
Denk je dan dat zo’n depressie als hij had jou ook zou kunnen overkomen?
„Het drinken is het symptoom van een donkerte in hem, en van een aanleg voor depressie. Dat heb ik niet. Wat ik herken is de gevoeligheid, de emotionaliteit. Ik ken donkerte en verdriet en eenzaamheid, maar ik ben iemand die graag leeft. De levenswil in mij is altijd sterk. Die zorgt ervoor dat ik mijn bed uitkom. Ik wil altijd het feest maken. Ook als ik mij slecht voel.
„Ik heb veel drive. Ik wil dingen doen, dingen veroorzaken. Ik kan heel slecht tegen stilstand.”
De kracht van je werk zit ook in de strenge, sobere vormgeving. Weinig beweging. Alleen stemmen die samen als het ware een muziekstuk weven.
„De confessies die we doen, sorteren effect door de sobere manier van vertellen. Mijn aanwijzing aan de acteurs is: ‘Sta maar stil. Niet bewegen. Niet door elkaar praten. Alleen vertellen.’ De methode is minimalistisch, voor maximale voorstellingen.
„Wat je vaak ziet, is dat acteurs met hun handen gaan werken als het emotioneel wordt. Waardoor ze die emotie wegmoffelen. Dan zeg ik: ‘Handen stil.’ Dan zit de emotie in de stem. Dat is veel interessanter.”
Niets illustreren?
„Soms. Een gebaar bij ‘kleine potjes mayonaise’ of als het over een kikker gaat. Maar ingetogen, precies.”
Jouw dictie is ook opvallend. Je spreekt met veel nadruk, sterke klemtonen en een dwingende melodie. Op het toneel, niet in dit gesprek, dus dat is vormgeving.
„Ik kan niet zo goed uitleggen hoe dat werkt. Ik zeg vaak: spelen is gewoon de woorden zeggen in de juiste volgorde. Ik speel met muzikaliteit en – dit gaat misschien raar klinken – met abstractie. Tekst is ook klank.
„Ik weet van mezelf dat ik theatraal klink, maniëristisch. Op de toneelschool noemden ze het vrouwelijk en barok. Harde eind-t’s bijvoorbeeld, ‘niettt’, ‘dattt’. Ik heb dat graag. Op een gegeven moment heb ik beslist: dit is hoe ik speel.”
Bij ‘Family’ ontstaat er na drie kwartier alleenspraken toch een dialoog. Waarom?
„Ik had er nood aan dat die blikken naar elkaar zouden draaien. In het eerste deel leer je individuen kennen. Maar in het laatste deel wordt duidelijk dat wij ook iets voor elkaar kunnen betekenen. Door er te zijn voor de ander, en op die manier de wonden misschien te verzachten.
„De een heeft geen vader meer. De ander heeft geen kind, maar zou een kind willen. En die zegt dan: ‘Zal ik jouw vader zijn?’ Dat is een emotioneel moment. Er wordt soms luidop gehuild in de zaal. Want het publiek is mee. Dat is het moment dat je weet: het gaat over familie, maar het publiek is ook familie.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC