Een verzuimverzekering voor vrouwelijke medewerkers is duurder dan voor mannen. Is er sprake van een ongelijke behandeling? Het College voor de Rechten van de Mens vindt van wel.
De eigenaar van een koffiebedrijf zoekt in 2022 op de website van Achmea Schadeverzekeringen naar een verzuimverzekering voor haar personeel. Ze heeft dan vier medewerkers. Ze ontdekt dat de verzekering voor haar duurder uitpakt nu ze alleen vrouwen in dienst heeft. Ze moet ongeveer 921 euro per maand betalen. Had ze alleen mannen in dienst, dan zou dezelfde verzuimverzekering haar 692 euro per maand kosten. Die ontdekking bevreemdt haar. Ze neemt contact op met Achmea. Daar hoort ze dat geslacht een risicofactor is, want uit CBS-cijfers blijkt dat vrouwen vaker verzuimen door ziekte dan mannen. De ondernemer ziet hier discriminatie op grond van geslacht in, en dat mag niet. De verzekeraar stelt in zijn recht te staan om de premie „zorgvuldig af te stemmen op het te verzekeren risico”. De zaak komt bij het College voor de Rechten van de Mens terecht.
Het College kijkt eerst of de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek. Ja, is de conclusie. Haar bedrijf is een eenmanszaak, zij is persoonlijk aansprakelijk als daar iets mee gebeurt. En daardoor raakt de discriminatie haar persoonlijk. De verzekeraar werpt nog tegen dat het haar medewerkers raakt en niet haar persoonlijk, maar daarover oordeelt het College dat zij degene is die de premie moet betalen, dus zij is wel degelijk direct gedupeerde van deze discriminatie.
Vervolgens is de vraag of dit ook echt discriminatie op grond van geslacht is. Achmea stelt dat Europese en Nederlandse gelijkebehandelingswetgeving toestaan dat sekse wordt meegenomen als premiebepalende factor. Toch niet, oordeelt het College. Volgens deze wetgeving mag een aanbieder van goederen en diensten niet discrimineren op grond van geslacht. En valt een verzuimverzekering ook onder zo’n ‘dienst’? Daarvoor volgt het College een Europese richtlijn die het aanbieden van een verzuimverzekering inderdaad als dienst kwalificeert.
Wel staat in deze richtlijn dat het gaat om verzekeringen die los staan van de arbeidsbetrekking. Maar dat is hier ook zo, concludeert het College, omdat de werkgever er vrijwillig voor kan kiezen zich te laten verzekeren. En „de werknemer merkt hier niets van, omdat het recht op loondoorbetaling bij ziekte blijft bestaan, ongeacht of de werkgever een verzuimverzekering sluit”.
Het College maakt uit de richtlijn wel op dat de verzekeraar sekse als factor mag meewegen bij de berekening van premies en uitkeringen. Dit is nodig om de financiële houdbaarheid van de producten te garanderen. Maar dat mag niet resulteren in gedifferentieerde premies en uitkeringen op basis van geslacht. En dus luidt de conclusie van het College dat Achmea „verboden onderscheid heeft gemaakt jegens de vrouw op grond van geslacht”.
Marlies Vegter, jurist bij Bureau Clara Wichmann, een juridische stichting gericht op gendergelijkheid, noemt de redenering van het College op verschillende punten gedurfd. Zo ziet het College de ondernemer als rechtstreeks benadeelde, ook al is zij niet de gediscrimineerde partij. Vegter: „Een verzekeraar wil begrijpelijkerwijs rekening houden met risico’s die meer kosten met zich meebrengen. Maar in het licht van de positie van de vrouw is dit weer iets wat bijdraagt aan de achterstand op de arbeidsmarkt. Goed dat we dit door deze zaak nu weten, best schokkend.”
De vraag is wat er nu gebeurt. Een oordeel van het College is niet juridisch bindend. Op de eigen website schrijft Achmea dat dit oordeel vraagt om reflectie. „Daar gaan we mee aan de slag.”
Leidt dat niet tot gelijke verzuimpremies voor mannen en vrouwen, dan zal de ondernemer naar de rechter moeten om haar gelijk te krijgen, vertelt Vegter. En dan is het de vraag of het oordeel dat dit verboden onderscheid is, standhoudt.
Welke kant verwacht zij dat het dan op gaat? Moeilijk te zeggen, vindt Vegter. Het begint al met de vraag onder welk recht het valt. Het is een beetje arbeidsrecht, ook verzekeringsrecht, en in de „heel mooie” onderbouwing van het College wordt veel verwezen naar een Europese richtlijn, dus het zou ook niet gek zijn als een Europese rechter zich hierover uitspreekt. Ook acht Vegter de kans reëel dat de rechter prejudiciële vragen zal stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het College heeft dat al geprobeerd: hoe moet je volgens de Europese richtlijn het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen toepassen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten? Het bleek echter niet ontvankelijk te zijn in dit verzoek; alleen rechters kunnen prejudiciële vragen stellen.
Vegter hoopt dat verzekeraars dit met elkaar oplossen. „Als ze zeggen: we gaan de polissen aanpassen, dan is het opgelost. Het heeft grote impact, maar met zoveel verzekerden kun je dat met elkaar regelen. Kijk niet naar wat vrouwen kosten – dat is zo armoedig. Kijk breder. Waarom stelt een verzekeraar als Achmea niet de vraag hoe het komt dat vrouwen vaker verzuimen dan mannen? Vrouwen dragen meer zorgtaken thuis, ‘vrouwenklachten’ worden minder snel serieus genomen bij de dokter, enzovoorts. Achmea heeft een rol om bij te dragen aan een cultuur waarin vrouwen niet structureel meer betalen voor noodzakelijke voorzieningen zoals zorg.”
Deze rubriek belicht rechterlijke uitspraken met economische gevolgen voor mensen of bedrijven
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC