Ai en de kunsten Het is afgelopen met de kunstenaar, voorspellen doemdenkers. Want wat die kan, kan AI net zo goed. Maar als Joyce Roodnat kijkt naar een schilderij van Helen Frankenthaler, weet ze: AI kan dit adembenemende doek nooit maken.
Doemdenkers poseren graag als profeten. Het is afgelopen met de kunstenaar, voorspellen ze. Artificiële Intelligentie, koosnaam AI, kan wat de kunstenaar kan net zo goed. En dat wordt alleen maar beter, als AI ‘nog beter getraind is’. Of: beter getraind hééft – AI is zelflerend bezig met zijn of haar opmars en wordt beschouwd als een non human person.
De profeten proberen zich neutraal uit te drukken, maar ik hoor ze er verlekkerd bij smakken. Zij zijn bij de tijd, the future is now. „De menselijke auteur lijkt haast ten dode opgeschreven”, lees ik in deze krant. Ga maar na, laat een menselijk panel beoordelen welke literaire tekst van een schrijver is en welke van AI en dat panel zit er nogal eens naast. Van een controlegroep met een AI-panel is geen sprake, helaas, dat zou onthullend kunnen zijn. AI zou de woorden van mens en machine moeten kunnen onderscheiden, want AI kan alles. Maar stel je voor, dan zou er wel degelijk verschil zijn. Dus misschien wil de AI-profeet dat niet weten.
Kunstenaars worden overbodig. We hoorden het vaak: dit is het einde… Zo zou de fotografie het einde van de schilderkunst inluiden, de film het einde van het toneel en de grammofoonplaat het einde van het concert. Toen de pc de schrijfmachine verdrong, hoefde je geen nieuw vel meer in te draaien, wat zou leiden tot slechtere boeken.
Want dat scheelde momenten van bezinning orakelde men in bepaalde literaire kringen.
Maar het liep allemaal anders. Die pc maakte niks uit, die was zo revolutionair niet. Fotografie en film waren dat wel. Zij maakten zich los en evolueerden naar zelfstandige kunstvormen naast schilderkunst en theater. En een concert bijwonen bleek iets heel anders dan een plaat draaien.
AI is een ontwikkeling met ongekende mogelijkheden. Het zal mij benieuwen waar het toe leidt, maar of het leidt tot overbodigheid van kunstenaars vraag ik me af.
Helen Frankenthaler: Beach Scene (1961). Foto Rob McKeever/Stedelijk Museum Amsterdam
In het Stedelijk Museum zit ik naar een groot doek te kijken. Het Stedelijk heeft het nog maar net: Beach Scene, de Amerikaanse Helen Frankenthaler schilderde het in 1961. Wat deed ze, wat wilde ze, waarom laat ze me niet los? Het doek lijkt abstract, maar allerlei details geven steeds meer prijs waarmee Helen verleidt. De blauwe verfspatten worden waterspatten, ik onderscheid een arm, een lichaam, een knie in het zand. Warmte voel ik. Genot. En die zwarte vlek? Dat is een hond, een speelse hond, althans, ik onderscheid een hondenpoot. Of niet? Maakt niet uit, die poot is mijn feit.
Voed AI met de woorden Beach Scene en Helen Frankenthaler. Daar komt iets uit. Iets goeds misschien. Maar niet dit adembenemende doek. Kunst is werk dat niet hoeft, kunstenaars doen het omdat ze niet te houden zijn. Niemand zat te wachten op dat schilderij van Helen Frankenthaler. Ik ook niet, tot ik het zag. Zij maakte het. Ik kijk. Meer is er niet.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC