Home

Ook op modegebied toont de gespannen Titanic-tijd opvallende parallellen met de onze, blijkt in Kunstmuseum

In het Haagse museum is een expositie te zien over de mode in de jaren tien van de vorige eeuw – een periode waarin, net als nu, de spanningen opliepen. De Volkskrant keek mee hoe je dat eigenlijk doet: kleding uit die tijd conserveren, opknappen en tentoonstellen.

In het restauratieatelier van het Kunstmuseum in Den Haag is de stroom uitgevallen. Het is maart, en in het atelier werken vijf mensen ijverig aan de restauratie van 89 historische kledingstukken uit de periode 1908-1918, voor de naderende expositie Titanic & Fashion – The Last Dance. De stroomuitval treft de hele wijk. Buiten komt het tramverkeer stil te staan; binnen, in de werkruimtes van de restauratoren, valt het licht uit.

In een hoek werkt een stagiair onverstoorbaar door aan het reconstrueren van een gescheurd stukje roze kant. Naast haar staan twee paspoppen als stille, modieuze getuigen van de lichte paniek die verderop in het atelier merkbaar is. De een is gehuld in Dior, nog voor een vorige expositie, de ander in een net uit het depot gehaalde groene avondjapon uit begin vorige eeuw, die nu wordt klaargemaakt voor vertoning op zaal.

Die jaren tien van de 20ste eeuw vormden een periode waarin de westerse mode drastische veranderingen doormaakte. Tegelijkertijd namen in Europa de spanningen toe, die zouden uitmonden in de Eerste Wereldoorlog.

Het zinken van het luxeschip Titanic in 1912 vormde bij die ontwikkelingen een tragisch kantelpunt. De ‘onzinkbare’ Titanic zou op haar eerste reis de overtocht van Southampton naar New York maken in slechts vijf dagen, maar botste in de vierde nacht op een ijsberg en zonk binnen drie uur. Van de circa 2.200 opvarenden kwamen er ruim 1.500 om het leven.

De scheepsramp liet zien dat de mens te midden van de grote technologische ontwikkelingen van die tijd nog altijd heel kwetsbaar was. Zo verdween met de Titanic het laatste beetje zorgeloosheid onder burgers in Europa.

Vernieuwing en zachte mode

Tegelijkertijd leek de kleding uit die tijd de zorgen volstrekt niet te reflecteren, constateert modeconservator Madelief Hohé, die de tentoonstelling in het Kunstmuseum samenstelt: ‘De mode was toen juist opvallend zacht en romantisch’, zegt ze. ‘We zagen veel katoenen blouses en jurken met ronde halslijnen in pasteltinten, en veel borduurwerk en kant.’ Dezelfde soort blouses en romantische jurken die momenteel, niet geheel toevallig, ook weer in de winkels hangen.

Ook werden de rokken in die periode voor het eerst langzaam korter en verdwenen de strak ingesnoerde tailles, die plaatsmaakten voor rechtere silhouetten, die in de jaren twintig echt en vogue zouden raken. Naast deze ontwikkelingen laat de tentoonstelling ook zien dat de jaren tien nog altijd een inspiratiebron vormen voor hedendaagse ontwerpers, zoals Tess van Zalinge, Iris van Herpen en Craig Green. Enkele van hun ontwerpen zijn in de expositie naast hun historische soortgenoten te zien.

In het restauratieatelier

Hoewel de lange groene avondjapon uit het restauratieatelier al heel wat decennia meegaat, kan deze vanwege het kwetsbare materiaal niet zomaar voor langere tijd worden geëxposeerd. Daarom wordt de jurk in de maanden voor de expositie opent eerst uitgebreid onderzocht en gereedgemaakt voor een tijdelijk leven buiten het depot. Modeconservator Madelief Hohé en projectmedewerker Tirza Westland leggen in het restauratieatelier uit wat er bij die voorbereiding komt kijken en welke trucs couturiers zo’n honderd jaar geleden uithaalden.

De groene jurk in kwestie is zo’n typisch stuk dat vol verrassingen zit. ‘Op het eerste gezicht lijkt er veel beweging in dit stuk te zitten’, aldus Hohé. Ze wijst naar de lichtgroene zijde die in asymmetrische plooien vanaf de schouder om het lijfje loopt.

Ook de rok heeft zulke diagonale draperieën. Daartussen prijkt uitbundig borduurwerk met kralen op voile. ‘Het lijkt alsof de draperieën los om het lichaam hangen en losjes met de drager meebewegen, maar in werkelijkheid zijn alle lagen aan de achterkant bij elkaar gepakt en vastgemaakt bij de rits.’

Om de jurk op zaal zo goed mogelijk te ondersteunen en te tonen zoals ze ooit ontworpen was, moet ook de pop die de stukken draagt de juiste vorm hebben. Onder vakmensen wordt dat de ‘mannequinage’ genoemd. ‘Voor ieder stuk beginnen we altijd met een standaardpop in maat 34, omdat die het kleinst is’, aldus Westland. ‘Vanuit die vorm kunnen we alle kanten op. Voor deze jurk maken we bijvoorbeeld de schouders iets ronder met kussentjes van katoen en fiberfill.’

Zo wordt het lichaam van de oorspronkelijke drager nagebootst ten behoeve van de japon, vaak met maar beperkte informatie. Want hoewel het stuk op verschillende manieren verraadt hoe het lichaam eronder eruit moet hebben gezien, is het ook een onbetrouwbare getuige.

‘Het is meerdere keren voorgekomen dat een stuk niet lekker bleef zitten en dat we niet snapten waarom, totdat we er na archiefonderzoek achter kwamen dat de dame die het droeg zwanger was toen ze het liet aanmeten’, vertelt Hohé. ‘Zo doen we ook onderzoek en komen we meer te weten over het leven van de oorspronkelijke dragers en hun tijd.’

Het stuk gaat voor

Dat de vorm van de pop met haar standaardafmetingen ondergeschikt is aan de jurk, is logisch. Maar paradoxaal genoeg was de vorm van de originele drager dat op een bepaalde manier ook. Want hoewel onze groene avondjurk ooit op maat is gemaakt, gold voor couture, net als nu, dat het originele ontwerp niet ondergeschikt mocht zijn aan het lichaam van de drager. ‘Het stuk gaat altijd voor’, aldus Hohé.

‘Tegelijkertijd zijn hier allerlei technieken in verwerkt waardoor het de drager zo comfortabel mogelijk is gemaakt.’ Zo is het lijfje verstevigd met een transparante maar stevige huidskleurige voile die er strak omheen zit. ‘Hierdoor gaan de groene lagen daarboven niet glijden en blijft ook het korset dat eronder gedragen werd, mooi op zijn plek zitten’, vertelt Westland. Alles om het oorspronkelijke ontwerp intact te houden, maar afgestemd op het lichaam van de drager.

Dat het belangrijk is dat een stuk als de groene avondjurk getoond wordt maar ook behouden blijft, blijkt uit de vele parallellen die de jaren tien van de vorige eeuw met deze tijd hebben. Snelle technologische ontwikkelingen, de dreiging van een oorlog, maatschappelijke onrust rond vrouwenrechten – die spanningen lijken te echoën in het nu, constateren de makers van de tentoonstelling.

Zo laat de tentoonstelling aan de hand van een indrukwekkende hoeveelheid geconserveerde mode zien dat het 113 jaar oude scheepswrak van de Titanic dichter aan de oppervlakte ligt dan in eerste instantie lijkt.

Titanic & Fashion – The Last Dance. Kunstmuseum Den Haag, t/m 25/1.

Source: Volkskrant

Previous

Next