Volksgezondheid Een Amerikaans rapport over alcohol zaait verwarring: is een beetje alcohol toch gezond? Nee, zegt de wetenschap. Maar de onzekerheid kan leiden tot een ruimer advies.
Drink geen alcohol, of niet meer dan één glas per dag. Dat is het advies in Nederland. In de Verenigde Staten is sinds 1990 de aanbeveling maximaal één glas per dag voor vrouwen en twee voor mannen. Binnenkort komen er nieuwe richtlijnen in de VS. In aanloop daarnaartoe loopt het debat in de VS hoog op.
Je zou verwachten dat het nieuwe advies strenger wordt, want de wetenschap laat zien dat alcohol slecht voor je is. Maar in de VS verscheen eind vorig jaar ineens een rapport dat de suggestie wekt dat een beetje drinken misschien toch ergens goed voor is.
De vrees is van gezondheidsexperts is nu dat het nieuwe alcoholadvies van de Amerikaanse overheid eerder ruimer dan strikter wordt. Robert F. Kennedy heeft zich hierover als minister van Volksgezondheid nog niet expliciet uitgesproken – hij is net als Trump een niet-drinker. Hij richt zijn pijlen vooral op ultrabewerkt voedsel. Maar áls er een vager advies komt, zoals ‘drink met mate’, zou dat een trendbreuk zijn, ook internationaal.
Overal ter wereld bevelen overheden juist steeds minder alcohol aan, en wijzen ze steeds explicieter op de risico’s. Elke hoeveelheid alcohol kan een risico zijn voor je gezondheid, is de boodschap in Canada. In Ierland moet vanaf volgend jaar op alle verpakkingen staan dat er een direct verband is tussen alcohol en kanker. En de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zegt: alcohol zit in de hoogste groep van kankerverwekkende stoffen, er bestaat geen gezonde dosis. Hoe komt die ene Amerikaanse studie dan tot afwijkende conclusies? En wat betekent de verwarring voor het groeiende inzicht dat ook een beetje drinken niet gezond is? En dat de French Paradox – het idee dat rode wijn de Fransen beschermt tegen hartziekte – geen schijnbare tegenstelling is maar een mythe.
De discussie barstte los in januari van dit jaar. Kort na elkaar verschenen twee rapporten: die van de National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine, en één van een commissie die zich richt op risico’s op jongere leeftijd. Deze vormen de basis voor de nieuwe richtlijnen. Tussendoor kwam nog de toenmalige hoogste Amerikaanse gezondheidsadviseur, Vivek Murthy, met een onafhankelijk alcoholrapport. Maar alledrie lijken ze nét iets anders te zeggen.
Het was met name één conclusie van de Academies die verbazing wekte: mensen die matig drinken, één à twee glazen per dag, hebben een lager risico om voortijdig te overlijden dan mensen die nooit drinken. Ook zagen ze een lager sterfterisico voor bepaalde cardiovasculaire ziekten; een hartinfarct of beroerte. Voor andere hart- en vaatziekten hadden ze geen stevig bewijs gevonden voor de link met alcohol.
Snel daarna kwam surgeon general Murthy naar buiten met de waarschuwing dat alcohol zeven soorten kanker veroorzaakt, en dat dit risico toeneemt met elke druppel alcohol. In een podcast van de Amerikaanse cardioloog Eric Topol haalde Murthy bovendien uit naar het rapport van de National Academies, dat hij een outlier noemde, een uitbijter. Als je alle studies bij elkaar veegt, betoogde Murthy, kun je moeilijk volhouden dat er te weinig bewijs tegen alcohol is. En wie denkt dat alcohol goed is voor het hart, vergeet voor het gemak dat mensen die drinken juist vaker een hoge bloeddruk of een slecht pompend hart (cardiomyopathie) hebben.
Murthy’s rapport gaat over kanker. Vooral borstkanker als gevolg van alcohol – hij spreekt over een causaal verband – levert een enorme ziektelast op. Borstkanker is één van de meest voorkomende soort kanker en een aanzienlijk deel daarvan hangt samen met alcohol. Er gaan in de VS, schrijft Murthy, meer mensen dood aan kanker door alcohol, dan aan auto-ongelukken waarbij drank in het spel is. En weinig mensen weten dat.
Toen moest het derde rapport nog komen. Dit rapport – nog in de conceptfase – zag over de hele linie hogere risico’s, ook voor jonge drinkers. Verkeersongelukken, lichamelijk letsel – zelfs als je nog een jong hart hebt, en je niet meteen kanker krijgt, blijft er genoeg over om voor te vrezen. En voor experts om voor striktere richtlijnen te pleiten, zoals veel wetenschappers in de VS publiekelijk doen.
Hoewel in de meeste onderzoeken wordt gekeken naar het aantal drankjes per dag, laat het jeugdrapport ook zien dat de kans om jong te overlijden al toeneemt vanaf één drankje per week. En dat het iets kleinere risico op een beroerte, waarvoor dat ene glaasje zo goed zou zijn, bij meer consumpties al snel verdwijnt.
Wat het debat in de VS extra brandstof gaf, is dat de verschillende instituten de risico’s op verschillende manieren hebben onderzocht. De National Academies gebruiken alleen studies van de afgelopen 15 jaar. Ze filterden bovendien de studies eruit waarin de voormalige drinkers en nooit-drinkers op één hoop worden gegooid.
Voor dat filter is veel te zeggen. De groep voormalige drinkers is vaak ongezonder – zij zijn immers niet voor niets gestopt. En als je die in een groep stopt met mensen die nooit gedronken hebben, en ze vergelijkt met matige drinkers, lijkt het alsof één glas per dag gezonder is. Ten onrechte, want de matige drinkers hebben waarschijnlijk nooit veel gedronken en leven over de hele linie gezonder dan mensen die vanwege hun slechte gezondheid of verslaving zijn gestopt. Die ‘abstainer bias’ heeft jarenlang het idee in stand gehouden dat één glas per dag beter is dan geen. Tot zover geen discussie dus.
De kritiek richtte zich vooral op het feit dat de Academies zich te véél hebben beperkt en belangrijke oudere studies, die overtuigend aantonen dat (weinig) alcohol schadelijk is, ten onrechte niet meenamen in hun analyse.
Dat zegt ook Ellen Kampman, hoogleraar voeding en ziekte aan de Wageningen Universiteit, die de Amerikaanse rapporten bekeek. „Door die selectie zien de onderzoekers minder bewijskracht voor de effecten van alcohol, niet vanwege de uitkomsten, maar vanwege het beperkte aantal studies.” Hoe minder data, hoe meer je een slag om de arm moeten houden over je conclusies – als je die al kunt trekken.
Ook Kampman noemt het Academies-rapport een vreemde eend in de bijt. Dat deze studie weinig hard bewijs tegen alcohol vindt, betekent niet dat een beetje drinken goed voor je is. Het is alleen heel lastig om oorzaak en gevolg te onderzoeken „Je kunt nu eenmaal geen experiment doen waarbij je mensen alcohol laat drinken om de effecten te bewijzen, en ze blootstellen aan een bewezen kankerverwekkende stof. We moeten het doen met observationeel onderzoek, waarbij we kijken naar wat mensen zelf doen.”
Alcohol is een risico voor álle hart en vaatziekten, stelt de Wereld Hart Organisatie. En zelfs als het beeld voor sommige ziektes diffuus is, bestaat er in de drie rapporten geen twijfel over de risico’s voor kanker, bij elke dosis alcohol. Kampman: „Dat is belangrijk, want één op de zeven vrouwen krijgt in haar leven borstkanker. En alcohol is een van de weinige risicofactoren waar je zelf iets aan kunt doen.”
Je zou kunnen denken: mijn opa en mijn vader kregen een beroerte, kanker komt in mijn familie weinig voor. Ik neem toch maar dat glaasje rode wijn. Het is een gedachtekronkel die Kampman moeilijk kan volgen. „Iedereen moet zelf de afweging maken. Maar het is gezonder om je leefstijl aan te passen en statines te gebruiken om het slechte cholesterol naar beneden te krijgen dan alcohol te drinken, waarmee het risico op andere ziektes toeneemt.”
Er sterven tegenwoordig bovendien meer mensen aan kanker dan aan hart- en vaatziekten. „Omdat er medicijnen zijn tegen een hoge bloeddruk en hoog cholesterol, terwijl kanker zich meestal onaangekondigd aandient.”
Wie de drie Amerikaanse rapporten naast elkaar legt, kan zich blindstaren op afzonderlijke ziektes en risico’s. En mensen dénken misschien dat de wetenschap de ene keer A zegt en dan weer B. Maar in werkelijkheid veranderen de inzichten niet wezenlijk, zegt Kampman. „Je moet geen alcohol drinken om jezelf gezonder te maken. Kankeronderzoekers zijn er al jaren uit dat er geen gezonde dosis alcohol is.”
Niet alleen alcohol, ook de twijfel erover is schadelijk, volgens Kampman. Zo kijkt ze ook naar het debat in de VS. „Wat ik zie gebeuren is dat er wordt ingezoomd op de tegenstellingen om onzekerheid te kweken, en het drinken te rechtvaardigen.” En die onzekerheid gebruikt de alcoholindustrie om te lobbyen tégen strengere richtlijnen, waarschuwen anti-alcohol-organisaties.
Voor de zuiverheid van het debat helpt het niet dat de onafhankelijkheid van de National Academies ter discussie staat. Minstens vier leden lieten zich door de alcoholindustrie betalen, onthulde The New York Times. En juist hun onderzoek had gunstige gezondheidseffecten voor matig drinken laten zien.
Op een congres in Parijs waar Kampman eind augustus rondliep, gingen veel gesprekken over de nieuwe Amerikaanse richtlijnen, die er elk moment aan konden komen. Zou de wetenschap de doorslag geven, of toch het sentiment van politici die striktere adviezen als betuttelend zien?
Nieuwe richtlijnen zijn er begin oktober nog steeds niet. Wel signalen dat de campagne van de industrie werkt. Begin september onthulde Vox dat de regering het rapport van de jeugdcommissie, dat risico’s bij elke dosis ziet, heeft teruggetrokken. Het rapport telt voor een besluit over de alcoholrichtlijnen niet meer mee.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC