Home

Vaak hoorde ik een veroordeling van antisemitisme vloeiend overgaan in ‘ja maar’

is oud-politicus, adviseur en podcastmaker.

Frans Timmermans was nog minister van Buitenlandse Zaken toen ik hem in een debat aan de vooravond van een Europese top een vraag stelde over antisemitisme. Hij nam mij en mijn collega’s mee op een lange reis langs duistere krochten van Europa’s ziel. Grote schrijvers en denkers citerend nam zijn indrukwekkende antwoord een hoge vlucht om uiteindelijk te landen op een welgemeend ‘dit nooit meer’.

Jodenhaat was toen nog vooral iets van vroeger en van verderop. Van een gebruinde Oostenrijkse politicus in lederhose en suggestieve posters in Hongarije. En als we het hier niet helemaal vertrouwden, was er altijd wel iemand die onder verwijzing naar Anne Frank ervoor zorgde dat de morele gelederen zich weer sloten.

De kundige en innemende politieke journalist Max van Weezel vertelde me eens dat als hij wilde inschatten of je een goed mens was, hij zich afvroeg of hij bij je zou kunnen onderduiken. Exemplarisch voor een generatie Joden die is opgegroeid met vergeelde familiefoto’s van mensen die bijna allemaal zijn vermoord. Max’ onderduikcheck was de echo van een duister verleden dat Frans Timmermans zo treffend had beschreven.

Wie iets beter om zich heen keek, zag een paar jaar geleden al hoe nieuwe mistflarden van antisemitisme over onze dijken kropen en de uithoeken van onze samenleving begonnen te bedekken. In appgroepen van de jongeren van Forum voor Democratie. Met in de coronatijd cartoons waarop Joden opeens weer net zo machtig, rijk en slecht waren als in de jaren dertig. En soms waren er moslims die, zonder schuldgevoel over de Holocaust en met grote betrokkenheid met Palestijnen, het onderscheid tussen Israëliërs en Joden niet altijd even precies uitdrukten.

Tot twee jaar geleden de dijken braken. Pas vertelde een Joodse student in een interview hoe ze één maand een normaal studentenleven heeft gehad aan de UvA. Daarna werd het 7 oktober. Bij een demonstratie op haar universiteit kreeg ze te horen dat ze moest uitkijken waar ze liep, want ‘we gaan je steken, k*nkerzionist’. De enige vrienden die ze deze twee jaar heeft gemaakt, is het kleine groepje Joodse medestudenten dat maar bij elkaar is gaan schuilen.

In een Leids café kreeg een man een discussie over Gaza. Toen de twee andere bargasten ontdekten dat hij Jood was, sleepten ze hem naar buiten om hem daar – liggend op de grond – te schoppen en te slaan. De beveiliger haalde hen uit elkaar, maar toen de Joodse man wegvluchtte, werd hij verderop in de straat ingehaald en opnieuw te grazen genomen. De twee daders hebben er onlangs een taakstraf voor gekregen.

De vuigste uitingen van Jodenhaat zijn de uitwassen van alledaags antisemitisme dat nu als een deken over het hele land is gaan liggen. Al zo vaak hoorde ik een waarschijnlijk welgemeende veroordeling van antisemitisme vloeiend overgaan in ‘ja maar de Joden maken het ook wel bont in Gaza’. Of: ‘Joden hebben ook wel heel veel macht’. Het zijn maar-zeggers die ongetwijfeld geen Joden haten, maar wel zeggen dat Jodenhaters een punt hebben. Geen wonder dat toen ik een groepje leerlingen van een Joodse school vroeg waar hun toekomst lag, de ene helft Amerika zei en de andere helft Israël. Ze zijn zich Max van Weezels vraag opnieuw gaan stellen en kunnen die steeds minder goed beantwoorden.

Jodenhaat is het makkelijkst te veroordelen als het iets is van vroeger en van verderop. De veroordeling ligt los op de lippen van linkse politici als anti-immigratie-demonstranten op het Malieveld ‘Sieg Heil’ roepen. En van rechtse politici als een meute woedende jongeren bij de Maccabi-rellen in Amsterdam op Jodenjacht gaat. Maar je ‘dit nooit meer’ is alleen geloofwaardig als je er ook iets van zegt wanneer iemand pal naast je Joden begint uit te schelden. Of als er na je veroordeling van antisemitisme geen ‘maar’ volgt, en als je de legitieme discussie over Israël en Netanyahu bewaart voor een ander moment.

Met mijn tweede naam ben ik vernoemd naar Maarten Luther, de Duitse protestantse hervormer. Die schreef het boekje Over de Joden en hun leugens. Dat was smerig antisemitisme en een kiem van de grootste schande in de recente geschiedenis van ons continent. En dat verleden leert ons de morele les voor het heden: nooit meer is nu.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next