Leegloop Italiaanse dorpen Het eiland Sicilië veroudert en jongeren trekken massaal weg. Om de leegloop af te remmen, verkocht het dorp Sambuca di Sicilia vanaf 2019 huisjes voor een habbekrats aan buitenlanders. Hoe gaat het zes jaar later? Was de veiling een pr-stunt of een geniaal idee?
Vanuit het zwembad van hotel Don Giovanni kijken gasten uit over de met wijnranken begroeide heuvels.
Het okergele dorp Sambuca di Sicilia, verscholen in de met wijnranken begroeide heuvels van Zuidwest-Sicilië, baadt in een diepe middagslaap. Nog tot november zomert het op het Italiaanse eiland, waardoor je tot laat op de middag nauwelijks leven bespeurt op straat.
Hoewel het dorp in 2016 tot het mooiste van Italië werd bekroond, zijn de problemen waar veel Zuid-Italiaanse plaatsen mee kampen ook Sambuca niet vreemd: vergrijzing, leegloop en verval van het oude dorpscentrum. Om daar wat aan te doen, organiseerde de gemeente van 5.200 inwoners in 2019 een veiling, waarbij vervallen woningen vanaf één symbolische euro werden aangeboden.
Meredith Tabbone (46), een financieel adviseur uit Chicago, nam online deel aan de veiling, zonder dat ze Sicilië ooit had bezocht. Omdat de huizen werden geveild, gingen ze voor veel meer dan 1 euro van de hand. Met een bod van 5.555 euro bemachtigde Tabbone een bouwval. Toch voelde ze zich de koning te rijk: dat haar overgrootvader in 1902 vanuit het dorp Sambuca naar de VS was geëmigreerd, maakte de aankoop extra speciaal. „De levensstijl van dolce vita, het dorpsgevoel: in Sambuca word je makkelijker in de gemeenschap opgenomen dan op heel wat plekken in de VS”, zegt Tabbone in een videogesprek vanuit de VS, omdat ze pas in de herfst opnieuw naar Sicilië reist.
Dorpsgenoot Massoud Ahmadi (72), een Iraans-Amerikaanse econoom, verwierf een huis in dezelfde veiling. „Tijdens een jaar als docent in Brussel werd ik verliefd op Europa, met zijn rijke geschiedenis en cultuur”, zegt Ahmadi aan de keukentafel van zijn honingkleurig huis met dieprode accenten, in een van Sambuca’s steile straatjes. Het dorp werd in de negende eeuw gesticht, als een versterkte vesting van de Arabische overheersers. Die noemden de plek „Zabut” – een naam die overleefde tot 1923, toen de fascistische dictator Benito Mussolini verordonneerde dat niet Italiaans klinkende plaats- en familienamen moesten worden vervangen.
Econoom Massoud Ahmadi kocht in 2019 een huis op de veiling en heeft zijn woning sindsdien flink gerenoveerd. Foto Antonio Parrinello
Ahmadi kocht een deel van de aangrenzende woning erbij en beschikt inmiddels over een huis met zes slaapkamers. Foto Antonio Parrinello
Ahmadi breidde het huis dat hij via de veiling kocht flink uit door ook een stuk van de aangrenzende woning te kopen. Zijn eigendom telt nu zes slaapkamers en evenveel badkamers, twee binnenplaatsen, drie terrassen, vier balkons en een garage. „Mijn vrouw en ik hebben graag ruimte om gasten te ontvangen”, zegt hij. Ook Tabbone breidde uit door een flink stuk van haar straat te kopen. Ze voerde vier renovaties uit en spendeerde ongeveer een half miljoen euro.
De een-eurohuisjes lokten heel wat kapitaalkrachtige buitenlanders en Italianen van het vasteland naar het rustige Siciliaanse dorp, met zijn labyrintische Arabische wijk en binnenplaatsen met cactusvijgen in terracottapotten en bontgekleurde majolicakeramiek. De nieuwkomers renoveerden en moderniseerden de vervallen huizen van bewoners die na een zware aardbeving in 1968 het hoger gelegen dorpscentrum hadden verlaten.
De leegstaande panden waren na de aardbeving eigendom van de gemeente geworden. Giuseppe Cacioppo, een lokale architect en in 2019 viceburgemeester van Sambuca, kwam op het idee de vervallen woningen te veilen. Het idee van woningen voor één euro was niet nieuw: het Siciliaanse dorp Gangi claimt een van de pioniers te zijn geweest in 2011, al ging het daar om huizen van private eigenaars en trad de gemeente op als tussenpersoon.
Was hangt te drogen boven een straat in Sambuca. Foto Antonio Parrinello
Van de inmiddels lange lijst van dorpen en gemeenten in Italië die vervallen panden voor een habbekrats verkopen, kreeg Sambuca di Sicilia de meeste aandacht. „De veiling werd een internationaal succes, na een nieuwsbericht van de Amerikaanse zender CNN”, zegt Cacioppo, op het terras van een koffiebar in het dorp, waar behalve Italiaans ook veel Engels klinkt. De architect, die van 2023 tot recent ook burgemeester was, wordt in het dorp voortdurend aangesproken. Na de aandacht van CNN ontving de gemeente 114.000 verzoeken om informatie. „Er kwam zelfs een telefoontje van de tolk van een sjeik, die vroeg hoeveel het héle dorp dan kostte”, zegt hij met een schaterlach.
Aan de veiling waren voorwaarden verbonden. De startprijs van 1 euro was indicatief; panden gingen gemiddeld voor tussen vijf- en tienduizend euro van de markt. Geïnteresseerden moesten een borg van vijfduizend euro neertellen, die ze terugkregen als ze de veiling niet wonnen. Wie won, moest de nieuwe woning binnen drie jaar renoveren, en kreeg de borgsom terug zodra het aangekochte huis weer bewoonbaar was. Kopers zijn niet verplicht om in Sambuca te gaan wonen. Tabbone streeft ernaar ongeveer vier maanden per jaar op Sicilië te zijn, Ahmadi woont zes maanden per jaar in Sambuca en doet zijn werk dan op afstand.
Het project blies Sambuca nieuw leven in. Het kleine dorp heeft een boeiend cultureel leven, met een eigen theater en musea. Er gaan nieuwe bed & breakfasts en restaurants open, en door al die verbouwingen is er veel vraag naar goede vaklui, ook in de naburige dorpen.
Sambuca, dat een rijk cultureel leven kent, onder meer dankzij dit theater, organiseerde in 2019 voor het eerst een veiling van leegstaande huizen. Foto Antonio Parrinello
Het dorp telt nu 250 buitenlandse families uit verschillende Europese landen en de VS. Bij de nieuwkomers zijn een regisseur, een actrice en een mensenrechtenactivist. Volgens de lokale dorpsbewoners leren de buitenlanders Italiaans en nemen zij de Siciliaanse levenswijze over. „De sambucesi zijn erg gastvrij”, zegt Ahmadi, terwijl hij op straat toekijkt hoe de lokale kapper zich met haar kleine auto klemrijdt in een steegje en hem begroet met een luidkeels „hello!” Ze praten verder in een mix van Engels en Italiaans. „Het authentieke dorpsleven spreekt me erg aan”, zegt Ahmadi. „Mannen op leeftijd die keuvelen op een bankje: vroeger kende ik dat beeld enkel uit de films.”
Dorpen en gemeenten in heel Italië namen deel aan het een-europroject. Wat is jaren later de balans? Was het een pr-stunt of een geniaal idee? En hebben die kapitaalkrachtige buitenlanders in het arme Zuid-Italië niet gigantisch de markt verstoord?
Wat die prijzen betreft: dat valt mee. Sambuca ligt niet vlak aan zee, en niet iedereen droomt van een eigen huis in het Siciliaanse binnenland. Het dorp hield inmiddels drie veilingen met een symbolische startprijs, de laatste keer vorig jaar. Maar wie hunkert naar la dolce vita tussen de wijnranken en citroenbomen van Zuidwest-Sicilië kan op de private markt nog steeds voor een schappelijke prijs een pandje kopen, rekening houdend met flinke renovatiekosten.
In het Zuid-Siciliaanse Sambuca hebben grote renovaties plaatsgevonden, nadat vervallen en leegstaande huizen zijn geveild. Foto Antonio Parrinello
In Gangi, waar het allemaal begon, kijkt burgemeester Giuseppe Ferrarello positief terug. „Het dorpscentrum is helemaal opgeknapt, zonder een cent publiek geld. De buitenlanders hebben ook de lokale economie aangezwengeld, en bouwvakkers, schilders en tal van ambachtslui aan het werk gezet”, zegt hij telefonisch. In Sambuca lopen de wachttijden voor renovaties nu op tot een jaar.
Toch wisten de nieuwkomers de leegloop van Sicilië niet af te remmen. Volgens de meest recente cijfers telde het eiland twee jaar geleden 4,79 miljoen inwoners – ongeveer 16.600 inwoners (0,3 procent) minder dan in 2022. De bevolking krimpt, want er sterven meer mensen dan er geboren worden, en er vertrekken meer Sicilianen dan dat er migranten bijkomen.
„Om die trend tegen te gaan, heeft dit eiland veel meer nodig, zoals betere verbindingswegen”, zegt de burgemeester van Gangi. Ook de mentaliteit van de Zuid-Italiaanse jongeren moet volgens hem veranderen. „Voor velen blijft een vaste baan in overheidsdienst, ergens in een grote stad, het hoogste goed. Ze verhuizen zelfs voor een schamel baantje naar het Noorden.”
In Sambuca helpt een jonge receptionist de gasten van hotel Don Giovanni, dat verscholen ligt tussen de heuvels. Gaspare Di Prima (26) studeert economie en financiën in Palermo en helpt een handje in het hotel van zijn oom, Giorgio Maggio. „Veel jongeren voelen zich verplicht om dit eiland te verlaten, op zoek naar werk”, zegt Di Prima, die wél op Sicilië wil blijven. „In dit dorp hangt een goeie vibe en nu zijn er nieuwe kansen.”
Giorgio Maggio (r.) en zijn neef Gaspare Di Prima verwelkomen gasten van hotel Don Giovanni in Sambuca. Foto Antonio Parrinello
Maggio is blij met de veilingen: de bezoekende familieleden van de nieuwe inwoners bezorgen hem klandizie. Foto Antonio Parrinello
De aandacht voor de een-eurohuisjes en de verkiezing als mooiste dorp van Italië zwengelden ook de private verkoopmarkt aan. Dat leidde tot een economische boost voor de bouwsector in de streek ter waarde van ongeveer 20 miljoen euro. Ook hoteleigenaar Maggio, die bezoekende familieleden van de nieuwe inwoners ontvangt, pikt een graantje mee, net als de barretjes en restaurants die een hogere omzet draaien.
De winst lijkt niet louter economisch. „Deze zomer hielden we een cocktailfeestje voor de nieuwkomers”, zegt Maggio vrolijk. In de lobby staat nog een groot bord met een wereldkaart waarop iedereen zijn land van herkomst heeft aangeduid. En het dagelijkse leven? Dat blijft betaalbaar. „Een koffie kost hier nog steeds maar een euro, en zelfs die laten mijn Siciliaanse vrienden me vaak niet betalen”, zegt Massoud Ahmadi. „De buitenlanders kwamen misschien voor de huizen”, vat architect Giuseppe Cacioppo samen. „Maar wat hen hier houdt, zijn de mensen.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC