Het nieuwe prentenboek van Loes Riphagen, een avontuurlijk geschenk van Kevin Hassing en nog veel meer moois voor alle leeftijden: de Volkskrant tipt de beste boeken voor deze Kinderboekenweek.
De Kinderboekenweek heeft dit jaar een zeldzaam relevant thema: avontuur. Want hoewel dat zo’n beetje het eerste is waar je bij kinderboeken aan denkt, komen jonge lezers er juist op dat vlak nogal eens bekaaid vanaf. Bekroonde kwaliteitskinderboeken zijn lang niet altijd gul met meeslepende verhaallijnen. En populaire series komen nogal eens neer op een hoop geren en gespring.
De laatste jaren lijkt daar verandering in te komen en dit jaar zeker, met een Gouden Griffel voor de meeslepend en slim in elkaar gestoken geschiedenis over een groot avonturier: Marco Polo. Een zeer vermakelijk én inclusief kinderboekenweekgeschenk van avonturenschrijver Kevin Hassing. En een kinderboekenweekgedicht van avonturendichter Simon van der Geest. Dat is mooi, want er is maar één effectief wapen tegen ontlezing: kostelijke verhalen vertellen.
Wat is avontuur meer dan de steen oplichten waaronder je altijd hebt geleefd en op zoek gaan naar een nieuwe? Het overkomt Worm, Mier en hun kriebelvrienden. Ze moeten na het verlies van hun huis een bos doorkruisen, een berg bedwingen, woest water en een woestijn oversteken. Slak is de andere kant op gegaan. Wie zou er winnen?
De grootste reis ooit (Gottmer; € 15,99; 4+) van Loes Riphagen is het ultieme avonturenprentenboek om deze Kinderboekenweek mee te beginnen: spannend en ook een beetje gemeen. Want het verhaal blijkt zich af te spelen in een doorsnee-achtertuin met zandbak. Hebben de vrienden wel de kortste weg genomen? En is de steen die ze uiteindelijk vinden eigenlijk wel nieuw?
Of kies voor het visuele spektakel van Leo Timmers Kiki en ik (Querido; € 19,99; 5+). Zijn illustraties hebben zo veel diepte dat je zijn voorwerpen van het papier lijkt te kunnen pakken. Kiki gaat met haar onafscheidelijke paard de wereld in om avonturen te beleven. Ze delen alles met elkaar. Tot Kiki, heel klassiek, een vriendje krijgt. Een adembenemende reis met de ogen.
Ook onze oudste tekenaar lijkt niet te stoppen: Thé Tjong-Khing (92) brengt zijn vijfde sprookjesboek uit: Sprookjes van ergens (Gottmer; € 22,99; 5+). Die zijn spannend, een tikkeltje wreed, komen uit alle hoeken van de wereld en zijn geïllustreerd zoals alleen een voormalig striptekenaar dat kan: het drama teruggebracht tot de kern, vaak net voor het misgaat. De kijkers houden gespannen hun adem in.
De Zweedse Bodvid moet in ‘De bloedende zwaan’ wel heel zware proeven doorstaan voor hij zijn betoverde prins kan bevrijden. ‘Woeloer en het kleine visje’ uit Indonesië vertelt over een jaloerse koning, die er alles aan doet om zijn aanstaande schoonzoon kwijt te raken. En het griezelsprookje ‘Tolla en de geest’ uit Marokko doet het ergste vrezen voor meisjes die alleen de woestijn in gaan.
Het hartveroverende De prins die licht gaf (Querido; € 17,99; 5+) kiest juist een volstrekt vreedzame weg. Een koning die alleen maar oorlog wil voeren maakt tijdens een feestje een kind bij een van zijn kokkinnen. De volgende dag vertrekt hij weer om te vechten en met zijn nakomeling wil hij niets te maken hebben.
De prins blijkt, diep weggestopt in een van de kerkers van het kasteel, licht te geven en alle dieren die bij hem in de buurt komen, beginnen óók te stralen. De een na de ander raakt betoverd en uiteindelijk kan zelfs de koning niet ongevoelig voor blijven voor de zachte kracht van zijn miskende kind.
Een poëtisch pleidooi voor vrede, innemend verteld door Edward van de Vendel en prachtig geïllustreerd door Martijn van der Linden. Een liefdevolle held, die de wereld redt alleen maar door te zijn wie hij is? Het kán, in dit zachtste en warmste voorleesboek ooit.
Wat zal Kevin Hassing hebben gegniffeld toen hij de titel Lexie en pneumonoultramicroscopiscsilicovolcanoconiosis (CPNB; gratis bij de aanschaf van € 13,50 aan kinderboeken; 9+) op de kaft van zijn vermakelijke kinderboekenweekgeschenk liet zetten. Dit woord is ooit bedacht door een Britse puzzelaar en het langste woord dat in een Engels woordenboek voorkomt. Hassing, bekend van Mus en kapitein Kwaadbaard, wilde graag een boek voor iederéén maken, koos een woord dat bijna niemand zonder struikelen kan uitspreken en verzon een verhaal over een meisje dat moeite heeft met lezen, maar wel erg houdt van taal.
Na een frustrerende dag, haar spreekbeurt over superhelden ging verkeerd, ziet Lexie een vallende ster. Ze wenst alle moeilijke woorden weg uit haar klaslokaal. Dat gebeurt letterlijk: leerlingen met moeilijke namen verdwijnen, net als de juf, de raamkozijnen en alle lastige vakken. Lexie kan dit alleen oplossen door het langste en moeilijkste woord dat ze kan vinden in een nieuwe spreekbeurt te verwerken. Het geschenk is voor het eerst ook als luisterboek verkrijgbaar.
Joke van Leeuwen, die dit jaar de Tollensprijs ontvangt voor haar hele oeuvre, is iemand die van een omgevallen stoel nog een avontuur kan maken. Hoe bizar de wereld om je heen zomaar ineens kan zijn, valt te ontdekken in het in haar kenmerkende stijl geschreven én geïllustreerde Die dag (Querido; € 17,99; 8+).
Deef moet via een andere weg naar school, omdat er werkzaamheden zijn in zijn straat. Tijdens zijn omweg heeft hij interessante filosofische gesprekken met de mensen die hij tegenkomt. Hij komt die dag niet meer aan in zijn klas. Geeft niks: wie met Joke van Leeuwen mee op avontuur gaat, ontdekt dat taal zo avontuurlijk kan zijn als je het zelf maakt.
Maar eerlijk is eerlijk, om zulk verfijnd woordspel te waarderen, moeten er eerst meters worden gemaakt. Bijvoorbeeld met de aantrekkelijke avonturen van de speur-ambtenaren van Het ministerie van Oplossingen van Sanne Rooseboom, van wie alweer de zevende aflevering verschijnt: De verdwijning van mevrouw Vis (Van Goor; € 13,99; 9+), geïllustreerd door Mark Janssen. Mevrouw Vis geeft leiding aan het ministerie en is mogelijk ontvoerd.
Bijzonder in deze editie: de lezer mag de kwestie helpen oplossen, door aan het eind van elk kort hoofdstuk een keuze te maken. Afhankelijk van die keuze gaat het verhaal ergens anders in het boek verder. Deze vorm van lezen was eind jaren tachtig van de vorige eeuw bekend als ‘kies je eigen avontuur’ en waaide – slecht vertaald, lelijk uitgegeven, maar ontzettend verslavend – voor korte tijd over uit Amerika. Rooseboom blaast het genre nieuw leven in. Knap, want hoe houd je zo’n boek vol keuzes en verhaallijnen bij elkaar?
De verdwijning van mevrouw Vis biedt in deze opzet meer dan alleen guilty pleasure; het avontuur lijkt eeuwig te duren, en is dat niet precies wat we van het ideale boek verlangen?
Spannende dingen meemaken is een kwestie van avontuurlijk dénken. De onschuldig ogende titel van de dichtbundel Plassen op schrikdraad (Querido; € 14,99; 10+) van Simon van der Geest, die ook het kinderboekenweekgedicht schreef, blijkt programmatisch: ga eropuit en zorg dat je wat meemaakt. Desnoods door iets doms te doen.
Deze avonturendichter vindt: voor je groot wordt, moet je in bomen hebben geklommen, een schaap hebben geschoren en door weilanden hebben gezworven tot je niet meer weet waar je bent. En over schrikdraad hebben geplast, natuurlijk. Om vervolgens te besluiten nooit groot te worden. Of dat in gedachten gebeurt of in het echt, dat doet er minder toe.
Mooi zijn de gedichten Eentje nog, over een vriend die in een zombie verandert door de verslavende filmpjes op zijn telefoon, en Horizin, de hartenkreet van een dyslectische klasgenoot die heus wel kan lezen, maar liever landschappen leest dan boeken. In het openingsgedicht Qwxzjbrrr vinden we de prachtige vraag: ‘Zeg pap, verdwaal jij wel genoeg?’ De robuuste krijttekeningen met potlood en houtskool zijn gemaakt door Karst-Janneke Rogaar.
Kortom: ook voor 10-plussers valt in boeken nog wat te beleven. Sterker nog: dan begint het pas écht. Iemand die dat heel goed begrijpt is Gouden Griffel-winnaar Lida Dijkstra, die samen met illustrator Djenné Fila spannende, historisch geënte jeugdromans schreef zoals Het beest met de kracht van tien paarden (2019) en Schaduw van Toet (2021).
Voor het derde boek in die reeks, De wonderverteller (Luitingh-Sijthoff; € 20,99; 11+), ontving ze vorige week de Gouden Griffel. Het 11-jarige weesmeisje Topina luistert de bonte verhalen van Marco Polo af, die zit opgesloten in het cellencomplex dat zij elke dag schoonmaakt. Hoewel hij krijgsgevangene is van Genua, vijand van zijn thuisstad Venetië, mag Polo gasten ontvangen. Die willen alles horen over zijn belevenissen aan de andere kant van de wereld.
Topina brengt hem stiekem in contact met medegevangene Rustichello, een romanschrijver die al een bestseller op zijn naam heeft staan. Samen maken ze het wereldberoemde boek waarvan wetenschappers zich nog steeds afvragen wat ervan waar is en wat niet. Topina, de eigenlijke hoofdpersoon van De wonderverteller, meent te weten hoe het zit.
Dit is precies het soort verhalen dat toekomstige boekenwurmen nodig hebben om op stoom te raken. Verhalen waarin niet alles waar hoeft te zijn, maar de schrijver wel zijn of haar uiterste best doet om de lezer tot de allerlaatste bladzijde in het verhaal te laten gelóven.
Het kinderboekenjaar 2025 pakt wat dat betreft bijzonder goed uit. Eerder dit jaar waren er het bemoedigende wegloopavontuur Een rugzak vol (Lemniscaat; € 16,99; 9+) van Pieter Koolwijk, het briljante avonturensprookje Krekel (Querido; € 19,99; voorlezen 8+, zelf lezen 10+) van Annet Schaap en onlangs kwam daar de spannende en ontroerende zoektocht van twee tieners in Yorick Goldewijks Albatros bij (Ploegsma; € 18,99; 12+).
De uitdaging is niet om kinderen aan het lezen te krijgen, maar ze aan het lezen te houden. Dat zou met een van deze boeken toch moeten lukken.
De Kinderboekenweek 2025 duurt van 1 t/m 12 oktober.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant