De oplevingen van Ajax vallen steeds vaker in het niet bij tijden van sportieve neergang. Hoe nu verder, na de ontluisterende nederlaag in Marseille tegen Olympique (4-0)?
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
De staat van Ajax is dinsdag weerspiegeld op de gezichten van de spelers na de schrobbering in Marseille (4-0). In hun gebaren, uitspraken en houding. Ze weten het niet meer. Ze vluchten in het cliché. Ze zijn kapot. Ook mentaal.
Kenneth Taylor, na de 4-0 tegen Olympique, waardoor Ajax vooralsnog een figurant is in de Champions League: ‘De eerste vijf minuten was er niets aan de hand.’ En: ‘Wij hebben altijd vertrouwen in onszelf.’ En: ‘Je komt snel achter, dan wordt het lastig.’ En: ‘We kunnen niet terug in de tijd.’
Anders is daar zijn trainer, John Heitinga: ‘Het was een lesje in de effectiviteit van de Champions League.’ En: ‘De jongens hebben hard gewerkt, tegen een goede ploeg.’
Het is een vorm van lijdzaamheid. Gelatenheid. Het is geen taal uit het vocabulaire van Ajax. Maar ach, Ajax is allang geen Ajax meer, qua voetbal tenminste, qua statuur van spelers, qua leiding, qua alles bijna. Sinds de diepe val van technisch directeur Marc Overmars vanwege grensoverschrijdend gedrag is de club, oplevingen daargelaten, diep gezonken in sportief opzicht.
Er was geen speelplan in Frankrijk. Althans, er was een plan dat te vergelijken valt met een ouderwets leger waarvan de soldaten schreeuwend, met geheven bajonetten door het weiland rennen, terwijl de vijand met vuurwapens achter de heuvel ligt. Kansloze, meelijwekkende affaire. Het plan was om hoog druk te zetten, om met lef te spelen, zoals het Ajax betaamt.
Trainer Roberto De Zerbi van Olympique moet zich hebben verkneukeld. Beetje lokken en toeslaan, is zijn doorsnee tactiek, en precies dat gebeurde. Na de eerste goal, van oud-Feyenoorder Igor Paixao nota bene, was het in feite gedaan, zeker omdat de routiniers Davy Klaassen en Steven Berghuis nog twee treffers cadeau gaven. Dat Marseille won van Ajax, was niet heel speciaal. De manier waarop, daar ging het om.
Klaassen wist helemaal niet meer wat hij wilde of moest zeggen. Hij is de aanvoerder. Zaterdag, na de zege op NAC, stelde hij dat structuur ontbreekt in het spel. Structuur aanbrengen is een opdracht van de trainer. Het was het sterkste punt van de vorige trainer Francesco Farioli, gedurende het grootste deel van het vorige seizoen.
Ajax zocht na één jaar Farioli naar een nieuwe weg, de witte weg met een rode baan in het midden. Daarvoor moest clubman John Heitinga zorgen, al had hij in een vorige periode als trainer vooral twijfels opgeroepen over zijn kwaliteiten als hoofdtrainer. Heitinga is vooral een toegewijde assistent.
Daarom is Ajax nu de zoekmachine die op tilt is geslagen. Ja, in de competitie is nog niet verloren, maar elke wedstrijd is een moeizame zaak, en op PSV na is er geen tegenstander uit de hoogste kaste ontmoet.
Ook de directie, met Alex Kroes en Marijn Beuker als technische mensen, en met Louis van Gaal nog als adviseur van de inmiddels uitgeklede raad van commissarissen, wilde na Farioli terugkeren naar zogenaamd Ajax-voetbal, waarop het transferbeleid met een betrekkelijke kleine beurs is afgestemd. Maar voor Ajax-voetbal zijn ook Ajax-voetballers nodig. Verdedigers met inzicht, middenvelders met loopvermogen en duelkracht.
De selectie van Ajax is niet in balans, zeker niet voor beoogd dominant voetbal, en met Heitinga is geen charismatische leider aangesteld. Weliswaar prees Arne Slot hem voor zijn jaar als assistent bij Liverpool, maar Slot zei er nadrukkelijk bij dat hij Heitinga niet kon beoordelen op specifieke taken van een hoofdtrainer. Juist zaken als spelers motiveren en met het juiste plan aan de wedstrijd beginnen, blijken moeilijk voor Heitinga.
Ajax is inmiddels op de hoogte van de onevenwichtigheid van de technische staf, met ook Marcel Keizer en Frank Peereboom. Niet voor niets trekt de club onophoudelijk aan Thomas Duivenvoorden, assistent van De Graafschap, die geldt als talent, al moet hij nog opgaan voor het hoogste diploma.
Het geeft aan hoe groot enerzijds de paniek is, terwijl de directie naarstig probeert de aanstelling van Heitinga tot een succes te maken. Want dat is het dilemma: laten ze Heitinga zitten, dan kwakkelt Ajax misschien oneindig voort. Sturen ze hem weg, dan is dat tevens een ongenadige afrekening met het eigen beleid.
Kenneth Taylor zei trouwens ook nog: ‘Zaterdag tegen Sparta moeten we er weer staan.’
Alleen daar is geen speld tussen te krijgen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant