Durf te vragen Eén ding is zeker: het is veel werk om zelf alle benodigde voeding te verbouwen.
Werken in een moestuin is keuzes maken.
Sommige mensen dromen van een zelfvoorzienend bestaan. Oorlog, pandemie en nieuwsberichten over PFAS en pesticiden in ons voedsel wakkeren het verlangen aan om het anders te doen: een huis met een lap grond op het platteland, waar je je eigen groenten verbouwt en leeft van wat de natuur te bieden heeft. Zelfvoorzienend leven, hoe realistisch is dat? En vooral: hoeveel grond heb je daarvoor nodig?
„Dat is een van die vragen die je zo makkelijk stelt, maar moeilijk beantwoordt”, zegt Petra Berkhout, onderzoeker Nederlandse land- en tuinbouw in Wageningen. Hoeveel vierkante meter je nodig hebt, hangt namelijk sterk af van de keuzes die je maakt: gebruik je kunstmest en bestrijdingsmiddelen, houd je dieren of leef je veganistisch? Daarnaast heb je niet alleen grond nodig, maar bodem die geschikt is voor landbouw, voldoende zonlicht, genoeg water én gewassen die passen bij het seizoen en de plek.
Onderzoekers in Wageningen berekenden in 2013 hoeveel landbouwgrond Nederland nodig zou hebben om in een crisissituatie zelfvoorzienend te eten. Gedeeld door het aantal inwoners kom je uit op zo’n vijfhonderd tot duizend vierkante meter per persoon. Een grove schatting, benadrukt Berkhout.
Wetenschappelijk onderzoek naar de benodigde vierkante meters voor zelfvoorziening is zeldzaam. Een uitzondering komt uit Australië, waar onderzoekers uitrekenden hoeveel grond een gemiddeld huishouden van 2,5 persoon nodig heeft voor de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid groenten. Hier bleek de benodigde ruimte sterk af te hangen van de opbrengst per vierkante meter. Bij een lage opbrengst schatten ze dat 1.407 m2 nodig is, bij een gemiddelde 67 m2, en bij een hoge slechts 21 m2.
Volgens cijfers die op blogs van hobbytuinders circuleren, zou je 35 à 40 m2 meter nodig hebben voor groenten en fruit en 250 m2 voor brood, aardappelen en peulvruchten.
Wie ook dieren wil houden, kiest het beste voor kippen – die nemen weinig ruimte in en leggen ook nog eieren. „Dieren zijn deels ook een buffer”, zegt Berkhout. „Als je oogst mislukt en je hebt nog dieren rondlopen, dan heb je in elk geval nog iets te eten.” Bovendien produceren dieren mest, wat goed van pas komt. Want wie echt volledig zelfvoorzienend wil leven, moet ook zelf voor bemesting zorgen.
Daarvoor kun je overigens ook je eigen ‘mest’ gebruiken, vertelt Berkhout. „In onze ontlasting zitten allerlei waardevolle nutriënten.”
Hannah Thwaites uit Zuid-Australië deed onderzoek naar collectieve zelfvoorziening. „Op het moment dat je je eigen voedsel gaat verbouwen, merk je ineens hoeveel werk het is”, zegt ze. Volgens haar is zelfvoorzienend leven dan ook een stuk haalbaarder in gemeenschap dan in je eentje. Niet alleen omdat je voedsel kunt delen en ruilen, maar ook omdat je het werk onderling kunt verdelen.
„Beperkte beschikbaarheid van middelen – tijd, geld, grond – maakt het voor veel mensen onmogelijk om in hun eentje volledig zelfvoorzienend te eten”, zegt Thwaites.
Misschien hoeft dat ook niet. Zelfs als je de supermarkt niet helemaal kunt vermijden, kan een tomatenplant op het balkon of een kleine moestuin achter het huis veel plezier én een beetje zelfvoorziening opleveren.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC