Nederlandse ambtenaren laten zich voorstaan op hun loyaliteit aan de politiek, maar ex-PVV-minister Marjolein Faber zaait daar twijfel over. Een beproefd recept in landen met populistische regeringen.
Het is juli 2024 als de nieuwbakken PVV-bewindspersonen Barry Madlener en Chris Jansen zich voorstellen aan hun ambtenaren op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Madlener vertelt hoe hij politiek geïnspireerd raakte toen hij eind jaren negentig van Oostvoorne naar Rotterdam verhuisde en schrok van wat hij in de stad aantrof: de vele junks op Perron Nul en alle Turkse immigranten.
Het is een terloopse opmerking, maar sommige ambtenaren zien hoe aangeslagen een jonge collega met een Turkse achtergrond is. Niet veel later is ze vertrokken bij het ministerie. Sommige ambtenaren houden er een rotgevoel aan over en denken dat ze weg is gegaan vanwege de opmerking van Madlener, al valt bij navraag te horen dat de ambtenaar inderdaad aangedaan was, maar dat ze al eerder had gesolliciteerd naar een andere baan.
Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.
Het is een voorval dat naar boven komt nu PVV-minister Marjolein Faber in haar vorige week verschenen boek Mij krijgen ze niet klein beschrijft dat ze is tegengewerkt door ambtenaren. Bij sommige betrokkenen bestaat een heel ander beeld: het ambtelijk apparaat is juist enorm loyaal gebleven, soms op het ongemakkelijke af.
Zeker de PVV-ministers, die onervaren waren en geen steun kregen van de eigen partij, leunden zwaar op de ambtenarij. Dat hun PVV-opvattingen over de integratie van Nederlanders met een niet-westerse achtergrond, omvolking en de islam tot spanningen leidden, heeft daar niets aan afgedaan. Meestal werden die door de ambtelijke top weer gladgestreken.
Zo kreeg ex-PVV-minister Madlener nooit iets mee van de onrust die zijn opmerking teweegbracht. Hij kan zich daar ook met terugwerkende kracht niets bij voorstellen. ‘Iedere Turk kan zien dat heel veel Turken niet integreren, anders moet je je ogen laten nakijken. Dat moet je niet op het individu betrekken.’
Madlener is ook ronduit positief over de steun die hij kreeg van zijn ministerie. ‘Ik ben tegengewerkt door de regelzucht, door alle verdragen, rechterlijke uitspraken, de EU, maar niet door individuele ambtenaren. Dat heb ik helemaal niet zo gevoeld.’
Ook ex-PVV-minister Fleur Agema van Volksgezondheid was eerder al lovend over de steun van de ambtenarij. Zelfs haar WhatsApp-profielfoto getuigde van de genegenheid: ze poseerde daarop met haar toenmalige hoogste ambtenaar.
Rond het ministerie van Asiel en Migratie valt te horen dat zeker de hoogste ambtenaar alles heeft gedaan om Faber te ondersteunen. De PVV’er erkent zelf ook ergens in haar boek dat ‘veel ambtenaren te goeder trouw’ zijn.
Tegelijkertijd blijft de overkoepelende boodschap van de ex-minister dat ze door ‘de hel’ is gegaan en van alle kanten werd tegengewerkt. ‘De slagersdochter die het opnam tegen de bestuurderselite’, zoals ze het zelf samenvat.
Overtuigend zijn de voorbeelden niet altijd. Zo beklaagt Faber zich dat haar communicatieafdeling werd afgebroken en dat ze maandenlang ‘woordvoerderloos’ moest functioneren. Ze verzwijgt dat ze zelf een woordvoerder wegstuurde, omdat die eerder voor de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema had gewerkt. Een andere woordvoerder vertrok omdat hij niet kon functioneren onder het wantrouwende regime. Steeds als er iets belangrijks werd besproken, wilde Faber dat hij de ruimte verliet.
Faber beschrijft nog enkele relatief kleine incidenten die moeilijk te verifiëren zijn, maar haar zwaarste kritiek richt zich op het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Het zelfstandig bestuursorgaan heeft de wettelijke taak om voor asielopvang te zorgen, maar Faber wilde dat als politiek verantwoordelijke juist tegengaan. ‘Het creëren van steeds meer opvang heeft een enorme stimulerende uitwerking’, meent ze.
Het COA moet zich houden aan de wettelijke opdracht, maar Faber beschrijft de top van die organisatie niettemin als tegensputterende, trage en soms hooghartige bureaucraten die de minister ‘in haar hemd zetten’. Tegelijkertijd zijn er in het boek ook voorbeelden dat het COA juist verrassend veel met haar meebeweegt, bijvoorbeeld door jonge asielzoekers een Efteling-trip te ontzeggen na een boos X-bericht van de PVV’er. Ook organiseert het COA op Fabers aandringen een locatie waar overlastgevers onder toezicht komen te staan, hoewel er helemaal geen politiecapaciteit is. De PVV-minister kan victorie kraaien dankzij het loyale COA, hoewel er in werkelijkheid slechts vijf overlastgevers kunnen worden vastgezet.
Dat Faber de ambtenarij in het verdachtenbankje zet – het COA wil niet reageren op de verwijten – past in de populistische trend, zeker in landen die daar al meer ervaring mee hebben. Als populistisch beleid vastloopt, wijst de beschuldigende vinger al snel naar duistere bureaucraten.
In Italië is bijvoorbeeld eerder onderzoek gedaan naar de invloed van gekozen burgemeesters op gemeenten. In steden en dorpen waar populistische burgemeesters aan de macht komen, neemt het verloop onder ambtenaren met gemiddeld 50 procent toe. Ervaren ambtenaren worden ingeruild voor minder gekwalificeerde mensen die het populistische beleid zonder veel weerstand uitvoeren – een bijeffect is inefficiënter bestuur en oplopende schulden in die gemeenten.
De massaontslagen in de Verenigde Staten sinds de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis passen ook in dat patroon. Onvoorstelbaar in Nederland? Bijna terloops merkt Faber in haar boek op dat ze het COA had willen opdoeken als ze meer tijd had gehad.
De meeste Nederlandse ambtenaren zullen zich ook in de toekomst blijven beroepen op hun loyaliteit aan de politiek; Faber maakt duidelijk dat die loyaliteit niet wederzijds hoeft te zijn.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant