Jonge vaders hebben veel meer risico op een depressie dan andere mannen. Bij een nieuwe therapiegroep kunnen zij stoom afblazen. ‘Mijn vrouw is heel leuk met ons kind, maar ze voelt er niets bij.’
Er komen meer pijnlijke verhalen voorbij tijdens de groepstherapie voor vaders, maar dat van Samuel komt onverwacht. De docent, een dertiger, heeft net verteld dat het elk moment zover kan zijn. Zijn vriendin is hoogzwanger van hun eerste kindje.
Maar afgelopen week was ‘heel bijzonder’, zegt Samuel – vanwege zijn precaire privésituatie wil hij niet met met zijn volledige naam in de krant. ‘Mijn vriendin heeft de relatie verbroken.’
Dinsdag, iets voor tien uur ’s ochtends. In een sober zaaltje met systeemplafond storten vaders hun hart uit, kartonnen bekers koffie in de hand. Achter Samuel tekent zich de skyline van Amsterdam af. Voor hem, in een halve cirkel, de vragende gezichten van de andere vaders.
Wat is er gebeurd, willen zij weten. Samuel haalt zijn schouders op. ‘Mijn vriendin heeft geen duidelijke reden opgegeven’, klinkt het mat. Tranen vallen er niet tijdens deze bijeenkomst van de therapiegroep voor (aanstaande) vaders, maar stembanden haperen, ogen prikken en er wordt zo nu en dan hartgrondig gezucht.
Dat er een speciale therapiegroep is voor vaders is uitzonderlijk. De groep is de tweede in haar soort in Nederland, en ook internationaal bestaan er, voor zover valt na te gaan, maar enkele vergelijkbare groepen.
Dat wringt, zegt psychiater Lucas Schalk, die samen met collega Oscar Wohlgemuth Kitslaar de therapiegroep voor vaders opzette. Want terwijl mannen langzaam maar zeker steeds meer betrokken zijn bij de zorg voor kinderen, blijft het zorgaanbod achter.
Dat het krijgen van kinderen niet alleen een vrolijke aangelegenheid is, mag bekend zijn. Wereldwijd krijgt naar schatting 10 tot 20 procent van de vrouwen psychische problemen in de periode rondom de zwangerschap en de bevalling. Ze worden depressief, lopen een angststoornis op of lijden aan een kraambedpsychose.
Maar uit onderzoek blijkt steeds duidelijker – en dat is minder bekend – dat mannen ook risico lopen. Circa één op de tien vaders ontwikkelt een depressie tijdens de zwangerschap van hun partner of in het eerste jaar na de bevalling, blijkt uit een Amerikaanse overzichtsstudie. Jonge vaders hebben daarmee dubbel zoveel kans op een depressie.
Daar hebben niet alleen zijzelf last van. Psychische problemen gaan vaak over van ouder op kind. Maar liefst de helft van de kinderen van ouders met een psychische stoornis ontwikkelt zelf ook een psychische aandoening.
De afgelopen twintig jaar is er voor zwangeren en jonge moeders met psychische klachten de nodige zorg opgezet. Veel ziekenhuizen hebben inmiddels een poli voor zwangeren met psychische problemen. Ggz-instellingen bieden speciale behandeltrajecten aan.
Bij het NPI, een gespecialiseerde behandelcentrum voor psychiatrische problematiek, is er bijvoorbeeld een groep voor nieuwbakken moeders en een dagbehandeling voor zwangeren met psychische problemen.
De vadergroep, die ook bij het NPI in Amsterdam gegeven wordt, is opgezet naar dat model. Vrouwen zijn er trouwens ook welkom: de therapiegroep is bedoeld voor álle partners van zwangere- of recentelijk bevallen vrouwen. Een criterium is wel dat er sprake is van psychische problematiek. Bij de (aanstaande) vader zelf, of zoals in het geval van Samuel, die zelf geen psychische problemen heeft, bij zijn vriendin.
De eerste vadergroep ging voor de zomer van start en is inmiddels afgesloten. De bijeenkomst op deze dinsdag is extra, voor de vaders die willen.
‘Mag ik iets zeggen?’ Alex (36, niet zijn volledige naam) heeft zwijgend het verhaal van Samuel over zijn verbroken relatie aangehoord. ‘Die hormonen’, verzucht Alex, zijn bij hoogzwangere vrouwen ‘héél sterk’. ‘Ik denk dat mijn vriendin het op het eind wel een miljoen keer heeft uitgemaakt. Ik wil niet seksistisch zijn’, vervolgt hij, ‘maar als man heb je een soort procesverantwoordelijkheid. Zij kan om zich heen slaan, jij blijft staan.’
Alex wil maar zeggen: zijn vriendin en hij zijn nog altijd samen. Sterker nog: hun zoontje is nu twee maanden oud en het gaat onverwacht goed. Alex gloeit als hij er over vertelt. Zeker, hij is moe. En zijn vriendin en hij maken ruzie. Véél ruzie. Maar ze lossen het ook telkens weer op. En als zijn baby hem aankijkt: ‘Het mooiste gevoel ooit.’
De vaders die hier komen zijn uiterlijk heel verschillende types. De een zit van top tot teen in smetteloze merkkleding, de ander in een verwassen T-shirt met een muppet erop. Maar ze zijn zichtbaar vertrouwd met elkaar. ‘Je straalt helemaal’, zegt Samuel tegen Alex. ‘Mooi om te zien, man.’
Zelf vinden de vaders dat het grootste voordeel van deze therapiegroep: het open en eerlijk uitwisselen van ervaringen. ‘Hier kun je ventileren wat je thuis niet kwijt kunt’, zegt Samuel na afloop van de sessie. ‘De deur is opengeschopt.’
Ze willen hun vriendin ‘in deze toestand’ niet lastigvallen met hun gevoelens, zeggen de vaders. Met vrienden houden ze zich ook op de vlakte. Samuel: ‘Je bent toch bang voor hun oordeel.’
Het is precies waarom het zo belangrijk is dat er specifieke zorg komt voor jonge vaders, zegt universitair docent Renate Buisman van de Universiteit Leiden. Ze is niet betrokken bij de therapiegroep, maar doet wel al jaren onderzoek naar vaderschap.
Als vrouwen stress hebben of zich niet goed voelen, zegt Buisman, halen ze de banden aan met anderen. Ze praten over hun problemen. ‘Mannen hebben meer last van schaamte op dat vlak. Er rust ook een groter stigma op mentale problemen bij mannen.’
Groepstherapie voor vaders kan het idee normaliseren dat zij, net zo goed als moeders, soms worstelen met het ouderschap, zegt Buisman. Natuurlijk: vaders kunnen hun strubbelingen ook bespreken met een psycholoog, maar een specialistisch zorgaanbod speelt in op de specifieke problemen waar zij in deze levensfase tegenaan lopen.
Wat mogelijk meespeelt bij deze generatie vaders is dat zij veel intensiever betrokken zijn bij de zorg dan eerdere generaties, zegt Buisman. ‘Ze hebben vaak geen rolmodel, want hun eigen vaders deden veel minder thuis.’
Ondertussen blijven vaders in de beeldvorming minder belangrijk dan moeders, zegt Buisman. ‘Zeker in Nederland’ bestaat nog altijd het hardnekkige – en onbewezen – idee dat als het erop aankomt moeders het beste zijn in het verzorgen van kinderen.
Mannen durven mede daardoor minder snel aan de bel te trekken als het niet goed gaat, zegt Buisman. ‘Ze voelen zich minder gezien en erkend door hulpverleners en hebben sneller dan vrouwen het gevoel dat hulpverleners hun vaderschapskwaliteiten in twijfel trekken.’
Hebben vaders met psychische problemen een ander soort hulp nodig dan moeders? Lopen ze tegen andere dingen aan? Buisman moet het antwoord schuldig blijven. ‘Bijna al het pedagogisch onderzoek is op moeders gebaseerd.’
Duidelijk is wel dat hormonale veranderingen niet alleen aan de zwangere zelf zijn voorbehouden. Bij mannen zakt na de geboorte van hun kind het testosteronniveau, mits ze betrokken zijn als ouder.
De lichamelijke veranderingen bij vaders is een van de thema's waar ze bij de therapiegroep bewust aandacht aan besteden, zegt psychiater in opleiding Wohlgemuth Kitslaar.
Bij de bijeenkomst van vandaag blijken hormonen – dan wel die van de vriendinnen van de deelnemers – een rode draad. ‘Ik hoop straks op net zo’n situatie te hebben als jij’, zegt Samuel tegen Alex, nadat hij verteld heeft hoe zijn relatie met zijn vriendin is verbeterd met de komst van hun zoontje. Samuel: ‘Hopelijk komt er toch een andere mindset als de kleine er eenmaal is en de hormonen er een soort van vanaf zijn.’
Op dat moment begint een van de andere vaders te lachen. ‘Sorry. Je zei: als de hormonen er straks vanaf zijn’, zegt Jesse, ‘maar dat is zéker niet het geval.’ De 32-jarige vader, die vanwege de kwetsbare situatie van zijn jonge gezin niet met zijn echte naam in de krant wil, spreekt uit ervaring.
Zijn vrouw is na de bevalling in een diep dal gegleden. Ze heeft een postnatale depressie. ‘Aan de oppervlakte is ze heel leuk met ons kind, maar achteraf zegt ze: ik voel er eigenlijk niets bij.’ Dat is pijnlijk om te zien, zegt Jesse. ‘Ik probeer steeds te bedenken: hoe kan ik dit fixen? Maar ik kan het niet fixen.’
Toch geldt voor veel psychische problemen rondom de zwangerschap dat er wel degelijk iets aan te doen valt, zegt psychiater Carlinde Broeks. ‘Het krijgen van kinderen is een heel kansrijke tijd.’ Jonge ouders zijn namelijk extra gemotiveerd om hun gedrag aan te passen. Broeks: ‘Het lukt zwangere vrouwen bijvoorbeeld vaker om te stoppen met roken, maar je ziet ook dat ze op die momenten vaker partnergeweld aankaarten of traumatische jeugdervaringen voor het eerst met iemand delen.’
Broeks spreekt uit ervaring. Ze zette vijf jaar geleden de zorg voor zwangeren en moeders op bij het NPI. Voor een onderzoek volgde ze bijna tachtig vrouwen die daaraan deelnamen. De eerste, nog ongepubliceerde, resultaten zijn hoopvol. ‘De meeste vrouwen gingen vooruit in emotieregulatie, ze kregen een beter zelfbeeld en hun reflectief vermogen verbeterde.’ Ook nam het aantal vrouwen met depressieve klachten af.
Of dat ook geldt voor de vaders is afwachten. Er loopt een onderzoek maar het is veel te vroeg voor resultaten. De vaders zijn alvast enthousiast. Samuel: ‘Het voelt als een soort broederschap dat we hebben, met elkaar.’ Alex: ‘Het is normaal dat ik last heb van sommige dingen, ik ben niet zwak als man. Dat heb ik geleerd.’
De volgende therapiegroep voor vaders staat alvast gepland. Alvast één tip, van Jesse: ‘Zes bijeenkomsten is veel te weinig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant