Het is druk op het Waagplein, de laatste vrijdag van september. De tribunes langs de dranghekken zitten vol, meisjes in klederdracht delen blokjes kaas uit. De sfeer is extra feestelijk, want Alkmaar heeft wat te vieren: de 432-jaar oude kaasmarkt heeft zojuist twee toeristische Michelin-sterren ontvangen. De wethouder overhandigde ze hoogstpersoonlijk aan interim-kaasvader Harrie Konijn. Het kaasmarktseizoen had niet beter kunnen eindigen.
De oranje hoed en de zilveren wandelstok: daaraan kun je een kaasvader al van verre herkennen. De kaasdragers om hem heen zijn ook getooid met strohoeden, maar die zijn rood, groen, geel of blauw. De kaasvader is de primus inter pares, de man die wekelijks op vrijdag om 07.00 uur de markt opent met een appèl in het Waaggebouw – wie te laat is betaalt 2 euro boete en wordt vermeld op het schandbord. Vervolgens is het tijd om de matjes klaar te leggen om optrekkend vocht te voorkomen, want de grote gele Goudse kazen kunnen niet tegen water. En dan, om 10.00 uur stipt, klinkt de kaasbel om de markt officieel te openen. „Die mag je maar één keer in je leven luiden”, vertelt Konijn. Vaak valt de eer te beurt aan een bekende Alkmaarder, of bij hoge uitzondering aan een kaasdrager die al 50 jaar in het vak zit.
Kaasdrager blijf je in principe tot je fysiek niet meer kunt. De houten berrie alleen al weegt vijfentwintig kilo en dan ligt er nog zo’n honderd kilo kaas op. Vandaar de speciale dribbelpas waarmee de dragers in tweetallen over de markt rennen: de een vóór de berrie, de ander erachter, zo doen ze het al sinds 17 juni 1593.
Destijds kwamen boeren van heinde en verre naar de markt. Hun kazen werden naar de Waag gedragen, gekeurd, gewogen en verhandeld. Zo gaat het allang niet meer: om de hoek, in de Marktstraat, staan de vrachtwagens van FrieslandCampina en CONO die de kazen hebben afgeleverd én weer meenemen. In de VVV zijn sokken, magneten en babyrompertjes met kaasmotief te koop. De huidige kaasmarkt is vooral voor de show – al weigert Konijn om het een toeristisch spektakel te noemen. „Wij houden het oude ambacht van de kaasdragers in ere”, zegt hij, terwijl hij de trap achter de grote kaasweegschaal opgaat.
Traditie en vriendschap, daar draait het om bij het gilde. Boven, in de bestuurskamer, hangen zwart-witfoto’s van vroegere leden. Komt een kaasdrager te overlijden, dan kan hij in overleg met de familie naar het graf worden gedragen op een berrie.
Konijn loopt zelf al mee sinds 1983, samen met zijn maatje Willem Borst. Eigenlijk had Willem hier moeten staan als kaasvader, als oudste lid van het gilde. „Maar Willem is ziek.” En dus nam Konijn de afgelopen tijd de honneurs waar. Elke vrijdagochtend de oranje hoed op, de zilveren staf mee – een kaasvader die zijn attributen vergeet wordt ogenblikkelijk nageroepen door de dragers. „Vader, vader, u loopt naakt!”
Een passerende kaasdrager knikt Konijn toe. „Bedankt voor het mooie seizoen.” Nu kan de oranje hoed tot maart aan de kapstok blijven hangen – hopelijk is Willem tegen die tijd weer terug.
Vanavond, tijdens de kaasdragersborrel, zullen ze op zijn gezondheid proosten. „Onder het genot van een drankje en een stuk goede brokkelkaas.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC