Home

De rek is uit ons begrip van burgerschap

Burgerschap De weigering van soevereinen om mee te doen aan de samenleving is maar beter serieus te nemen, schrijft Menno Hurenkamp.

Utrecht, 1983.

Het was een curieus bericht, op 21 augustus op de website van NRC. Het besprak een intern document van de politie om gevaarlijke complotdenkers te identificeren: „In de handleiding Herkennen, duiden, handelen: complottheorieën en anti-institutioneel gedachtegoed wordt beschreven wat politieagenten moeten doen als ze in contact komen met een complotdenker.”

Menno Hurenkamp is politicoloog en hoogleraar Democratie als mensenwerk aan de Universiteit voor Humanistiek. Hij is auteur van Namens wie spreekt u? Het burgerschap van ‘soevereinen’ nader verklaard.

Maar naast extremisten waarvan je inderdaad hoopt dat de veiligheidsdiensten hen stevig in de smiezen houden, is er in deze interne handleiding ook sprake van „gewone” complotdenkers die druk zijn met hun „zelfvoorzienende moestuintjes” of met hun „mens van Vlees en Bloed-bestaan.” Als moestuinhouders in beeld van de veiligheidsdiensten raken, dan moet er iets aan de hand zijn. Maar wat dan?

Soevereinen zijn mensen die beweren géén burgers van de Nederlandse staat te zijn. Ze zeggen niet meer mee te doen met de samenleving, willen geen burger meer zijn. Het is een nogal diverse groep mensen die zich beroept op uiteenlopende idealen als onafhankelijkheid, autonomie, ‘geen BSN-nummer maar mens willen zijn’.

Soevereinen claimen soms op basis van op internet gevonden informatie een eigen staat te hebben opgericht: bij hun voordeur begint dan een land waar niemand in mag. Ze vinden ook andere zogenaamd officiële documenten op internet, diplomatieke paspoorten, opzegbrieven aan de Nederlandse staat of andere juridische rimram waarmee ze vervolgens publieke instanties bestoken. Soms gaan soevereinen met hinkstapsprongen door de vaderlandse geschiedenis om te ‘bewijzen’ dat de Nederlandse grondwet niet geldig zou zijn. Steevast ontkennen ze iedere jurisdictie van agenten, burgemeesters, officieren van justitie en rechters. En ze veroorzaken best wat overlast.

Op de achtergrond spelen veelal sociale problemen – denk daarbij vooral aan schulden bij de belastingdienst of de woningcorporatie, ruzie met de jeugdzorg of met de school van de kinderen of andere serieuze wrijvingen met publieke instanties. Het gaat dan ook vaak om mensen met veel negatieve levenservaring. Het zijn eerder veertigers of vijftigers dan jongeren.

Vloeistofdia

Maar over hun aantal bestaat onduidelijkheid. Er is volgens de veiligheidsanalyses sprake van enkele tientallen extremisten, enkele honderden radicalen, of honderdduizend mensen die het gedachtengoed aanhangen. Het woord soeverein lijkt goedbeschouwd eerder een vloeistofdia waarin allerlei figuren in elkaar overvloeien, dan een betekenisvolle bijdrage aan begrip van de samenleving.

Ook opvallend is dat twee logische vergelijkingen zelden gemaakt worden wanneer het in de politiek of in bestuurlijke kringen over deze soevereinen gaat. Enerzijds die met krakers en kluizenaars. Anderzijds die met belastingvluchtelingen, digitale nomaden en anderen die Nederland verlaten omdat het leven elders makkelijker is.

„Jullie rechtsstaat is de onze niet,” zeiden de krakers begin jaren 80. Hedendaagse boerenprotesten op de snelweg verbleken bij de ijskasten die de krakers van vier-hoog op de ME lieten neerdalen. „Geen geldmakerij meer, de band met het kapitaal zoo klein mogelijk, de eigen voortbrenging zoo groot mogelijk”, schreef Frederik van Eeden toen hij zich rond 1900 in het toenmalige Walden (Bussum) met zijn volgelingen trachtte af te zonderen van de maatschappij. Pogingen tot afwijzing van de gemeenschap zijn van alle tijden.

Dat geldt ook voor de keus voor ‘exit’, het eenvoudigweg opzeggen van het sociaal contract. Topsporters en andere veelverdieners doen het, in Dubai en Monaco is het leven voor een miljonair immers een stuk goedkoper. Miljardairs kopen zelfs eigen eilanden om daadwerkelijk soeverein te kunnen zijn. En ook de digitale nomaden die met hun laptopje in Thailand of Portugal aan de kost komen, vertonen het schouderophalen voor de publieke zaak dat de soevereinen zeer verweten wordt.

Kritisch bevragen

In plaats van telkens over de overlast te praten die ze veroorzaken, is het daarom mogelijk productiever de beweging van soevereinen van wat meer afstand te bezien. Deze past in een serieuze traditie om idealen van burgerschap kritisch te bevragen. Al gaat het in dit geval eerder om verticale staatskritiek dan om een sociale, horizontale beweging of om weloverwogen burgerlijke ongehoorzaamheid. Van pogingen tot onderlinge solidariteit of gezelligheid is bij de soevereinen minder sprake, van wantrouwen richting de overheid des te meer.

Maar zo gek is dat ook weer niet. Het idee dat de representatieve democratie faalt en dat het sociaal contract tussen overheid en burger misschien wel verbroken is, is ruimschoots aan de orde gesteld door prominenten als SER-voorzitter Kim Putters en voormalig Nieuw Sociaal Contract-voorman Pieter Omtzigt. Het kwam sindsdien nog niet tot een redelijk gesprek over wat we dan wél met burgerschap bedoelen, wanneer het niet is je ‘soeverein’ verklaren door een fictief wereldpaspoort op internet te kopen.

De aanhoudende politieke en maatschappelijke verbazing over deze groep mensen die zegt géén burger te willen zijn, staat voor het onverwerkte verleden van decennia sturen op eigen verantwoordelijkheid: zélf kiezen voor school, zorg, werk en niet te veel verwachten van het collectief. Dat was tot plezier van het grootste gedeelte van de samenleving, maar ging ten koste van een geloofwaardig verhaal over de manieren waarop we een gemeenschap vormen.

Hoezeer de rek uit ons burgerschap is, bleek ook uit de anti-immigratie demonstratie op 20 september in Den Haag. Ook daar bleek onder de geweldplegers een flinke vertegenwoordiging van oudere mannen, maar belangrijker: een weigering van de minister van Justitie om mensen met NSB-vlaggen die nazi-leuzen roepen rechtsextremistisch te noemen. Uit angst achterban te verliezen aan concurrenten op rechts normaliseerde demissionair-minister Foort van Oosten (VVD) acties als het brengen van

de Hitlergroet – om daar pas later op terug te komen. Het leek er sterk op dat beschaving niet hoeft wanneer je wit en boos bent.

Dit onderstreept nog eens dat het tijd is de ingewikkelde kant aan burgerschap te hernemen, namelijk dat je bereid moet zijn om met verschillen te leven. En dat gaat alleen wanneer iedereen bereid is de ander zo serieus mogelijk te nemen, niet altijd en overal, maar meestal wel. Het vergt ook wat terughoudendheid, het is zaak niet permanent je hele gevoelsleven inzet maken van discussies met de buren of collega’s. Parlement en (demissionaire) regering leven dat ideaal nu niet bepaald voor. Emoties vieren hoogtij in Den Haag, spot en hoon zetten de toon. Wie het lef heeft over feiten te praten, wordt weggezet als elitair.

Allicht dat iedere vorm van extremisme grondig in de gaten gehouden moet worden, zeker ook onder mensen die zich beroepen op soeverein gedachtengoed. Maar we kijken ook in een lachspiegel: als zij geen burgers zijn, wie dan wel?

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next