Home

In Stephen King-verfilming ‘The Long Walk’ moeten vijftig tieners wandelen tot de dood – voor de welvaart!

Thriller In ‘The Long Walk’ doen vijftig tieners mee aan een wandelwedstrijd tot de dood. Het is een wat ridicule maar vermakelijke metafoor voor de oorlog in Vietnam.

Jongeren die meedoen aan ‘The Long Walk’ kijken om naar een gedoemde achterblijver, in het midden David Jonsson (l) als Peter en Cooper Hoffman (r) als Ray. Foto Murray Close/Lionsgate

Hoe breng je de welvaart terug naar een ooit grootse samenleving, verscheurd door oorlog, misdaad of economische crisis? Dystopische fictiefilms bieden handzame oplossingen. Zo kun je iedereen boven de dertig euthanaseren, zoals in Logan’s Run. Of één dag per jaar alle misdaad legaal maken, zoals in The Purge. Je kunt alle emoties verbieden (Equilibrium) of iedereen zonder partner in een dier veranderen (The Lobster). En verrassend veel dystopieën lossen het op met reality-tv, waarin tieners elkaar doodvechten ter verdeling en vermaak van de massa (Battle Royale, The Hunger Games).

The Long Walk. Regie: Francis Lawrence. Met: Cooper Hoffman, David Jonsson en Mark Hamill. Lengte: 108 minuten.

De nieuwe horrorfilm The Long Walk bouwt voort op dat laatste: vijftig jongeren moeten wandelen tot er maar één overblijft. Loop je langzamer dan 3 mijl per uur, dan word je afgeschoten. Welvaart, here we come.

In The Long Walk is Amerika namelijk verworden tot bankroet fascistisch regime na de ‘grote oorlog’. Gelukkig heeft De Majoor (Mark Hamill) – aviator, Castro-pet, stem als buitenboordmotor – een plan. Jaarlijks moet één jongen uit elke staat The Long Walk lopen. De winnaar ontvangt roem, rijkdom en één wens. Alles wordt uitgezonden. Dát zal de ingedutte arbeidsethos peperen; ‘de moed’ van ‘onze jongens’ zal een heel land inspireren.

We volgen de zoveelste editie van The Long Walk. Ray Garraty (Cooper Hoffman, zoon van Philip Seymour) wordt door zijn huilende moeder afgezet bij de Canadese grens, waar tanks, militairen, wandelaars en Majoor klaar staan. Hij heeft zo zijn redenen om mee te doen, zoals alle jongens hier. En met elke stap – elke jongen die plat op het asfalt eindigt – wordt er iets meer onthuld.

Vietnam

Dit is een Stephen King-verfilming (de derde dit jaar). En dus staan jongensvriendschappen centraal. „Korte vriendschap is beter dan geen vriendschap!” Ray vormt al snel ‘musketiers’ met een paar jongens – met name met de wijze Peter McVries (David Jonsson) ontstaat er een nuttige vriendschap. Om hen heen wentelen curieuze figuren: een gek, een pestkop, een seksgeobsedeerd opdondertje, een übermensch dat zelfs op hete kolen nog een marathon zou kunnen lopen (maar heeft hij de wilskracht?).

Zo blijf je als kijker wel bezig. The Long Walk is een filmische koorddans: hoe houd je anderhalf uur gewandel interessant? Er zijn gesprekken over wensen, dromen en natúúrlijk seks met „naked ladies”. Zelfs een driedaagse dodenmars wordt een voetbalkantine met al die hormonen. En ben je klaar met al dat tienermelodrama? Dan gaat er weer een jongen wandelend aan de diarree, of schrik je op van een plotse, zeer brute sterfscène.

En totaal ridicuul is het ook niet: zoals alle dystopische fictie gaat The Long Walk over ‘de echte wereld’. Dit was het eerste boek dat Stephen King schreef in de late jaren zestig (al werd het pas in 1979 gepubliceerd) en het is bedoeld als metafoor voor de oorlog in Vietnam. Jonge jongens melden zich aan om ‘vrijwillig’ de dood in te marcheren om volstrekt onduidelijke redenen. Regisseur Francis Lawrence verbeeldt een verscheurd land goed – zijn camera toont een jongen met één been langs de weg, het andere vermoedelijk afgezaagd om aan ‘the walk’ te ontkomen. Zie je die metafoor, dan begrijp je ook waarom de wandelaars zich gedragen als militairen in de jungle, met hun sigaretten, pornoboekjes en doodsangst.

Het is knap dat het zo lang duurt voordat het saai wordt, maar saai wordt het. Je begint de cyclus te herkennen: eerst pesten (vaak iets met ‘pijpen’ en ‘moeders’), dan vriendschap, mysterie, een gruwelijke moord, en dan oprechte emotie. En opnieuw. Daarnaast voelt de emotie niet realistisch, maar kunstmatig, ouderwets en heel Amerikaans. Dit is een wereld waarin een arm om een andere man heen slaan en hem snikkend over je moeder vertellen hét toppunt van kwetsbaarheid is. „Mijn oma deed altijd ijs op mijn neus als ik een bloedneus had.” Het maakt de conclusie eerder lachwekkend dan invoelbaar.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Film

De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films

Source: NRC

Previous

Next