Boosheid relativeren helpt niet om de electorale opstand te bedwingen, stelt Rens van Tilburg. Want die woede is wel degelijk terecht: zo’n drie miljoen Nederlanders leeft in een relatief ellendige en uitzichtloze positie door diepe kloven in de samenleving.
Volgens socioloog Jan Willen Duyvendak maakt Nederland zich nodeloos druk. De boosheid en politieke opwinding die dit land nu al ruim twintig jaar in hun greep hebben zijn eigenlijk nergens op gebaseerd. Een analyse die een recept is voor verdere radicalisering van het electoraat. Een meerderheid voor een kabinet-Wilders I komt daarmee akelig dichtbij.
Om de electorale opstand te bedwingen, helpt wegkijken niet. Dat er maar weinig landen zijn ‘die er wat gelijkheid en sociale voorzieningen betreft beter voorstaan dan Nederland’, of dat kloven in het verleden nog dieper waren, doet er niet toe voor de minst bedeelde Nederlanders. Zij voelen zich onderdeel van de Nederlandse gemeenschap, willen hier voor vol aangezien worden en een waardig leven kunnen leiden.
Over de auteur
Rens van Tilburg is econoom.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het probleem is dat zo’n drie miljoen Nederlanders in een relatief ellendige en uitzichtloze positie leeft, met een klein pensioen, onzeker werk of werkloos, zoals onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) laat zien. Dat zijn drie miljoen redenen om boos te zijn. Er zijn diepe kloven ontstaan: zoals tussen succesvolle ondernemers en hun werknemers met flexibele arbeidscontracten, en tussen huiseigenaren en huurders. Bij pensionering is het vermogen van een woningbezitter gemiddeld tienmaal zo groot als dat van een huurder. Meer dan vier miljoen Nederlanders hebben helemaal geen vermogen, enkel schulden.
Deze financiële ongelijkheid vertaalt zich ook in grote verschillen in de kwaliteit van leven. Zo leven de rijkste Nederlandse mannen gemiddeld negen jaar langer dan de armste en zelfs 25 jaar langer in goede gezondheid. Nederlanders met hoge inkomens en opleidingen zijn ook tevredener met hun leven, hebben daar meer regie over, zijn minder vaak werkloos, hebben een betere woning, beter contact met familie, vrienden en buren, meer vertrouwen in instituties en andere mensen, voelen zich veiliger en zijn dat ook, krijgen minder fijnstof binnen en wonen in groene wijken met vaker een tuin.
Dit kun je de ‘pijnlijke eindfase van de emancipatie’ noemen, maar je kunt je er ook boos over maken.
Klasse bepaalt voor een belangrijk deel al bij de geboorte hoe leuk het leven van een Nederlander zal zijn. Het SCP constateerde dat het verschil tussen de klassen de laatste jaren groter is geworden en verder toe dreigt te nemen. Het is, na decennia van emancipatie en klimmen op de sociale ladder, steeds moeilijker geworden te ontsnappen uit de lagere klassen.
Waar Duyvendak echt de mist ingaat, is met het wegwuiven van het idee dat de door hoger opgeleiden bevolkte politiek vooral de belangen van de hoger opgeleiden dient. Dat is niet een vermeende ‘enge vorm van identiteitspolitiek’ maar een wetenschappelijk onderbouwd feit. Althans voor het Nederland tussen 1979 en 2012, zo bleek uit een studie van Wouter Schakel en Daphne van der Pas uit 2020.
Zij vonden dat op de onderwerpen waar hoger en lager opgeleid van mening verschillen, de politiek steevast de kant van de hoger opgeleiden kiest. Meningsverschillen die zowel over economische thema’s (zoals het verschil tussen arm en rijk), als culturele (zoals migratie) gingen. Hierdoor heeft Nederland minder sociale voorzieningen, grotere verschillen tussen rijk en arm en meer immigratie dan lager opgeleiden wensen. Daar is sinds 2012 weinig aan verbeterd.
De politiek kan daarom niet tevreden achteroverleunen. Dit kan wel eens de laatste kans zijn om het vertrouwen van de kiezers terug te winnen. Om dat te kunnen doen zullen zowel aan de linker- als aan de rechterzijde typisch hoogopgeleide standpunten moeten worden losgelaten.
Om te beginnen moeten links en rechts hun belofte waar gaan maken om de bevolkingsgroei te matigen. Dat vereist een jaarlijks maximumaantal nieuwe Nederlanders dat fors lager ligt dan dat van de afgelopen jaren. De VVD en het CDA zullen daartoe minder arbeidsmigranten moeten accepteren. Ook GroenLinks-PvdA kan de belofte dat er ‘altijd’ bescherming is in Nederland voor ‘wie vlucht voor oorlog, geweld of onderdrukking’ van de website halen. Met inmiddels wereldwijd meer dan 100 miljoen vluchtelingen is dat sowieso een loze belofte.
In Europees verband zal het verzet tegen terugkeerhubs opgegeven moeten worden. VVD en CDA zullen vermogen zwaarder moeten belasten, in huizen en bij erfenissen. Alleen zo kan voorkomen worden dat de minstbedeelden de komende jaren de rekening betalen voor de herbewapening en vernieuwing van de economie.
Allemaal pijnlijke ingrepen voor het hoogopgeleide kader van deze partijen. Maar wel ingrepen die ervoor zorgen dat de lusten en lasten eerlijker verdeeld worden in de Nederlandse samenleving. En ingrepen waardoor de lager opgeleiden zien dat ook hun stem telt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant