Home

In de futloze komedie ‘Wat moeten we met Maartje?’ zijn de schmierende acteurs nog het leukst

Komedie Toneelschrijver Don Duyns en regisseur Pieter Kramer maakten eerder samen succesvolle familievoorstellingen. Maar hun nieuwe komedie ‘Wat doen we met Maartje?’ is een ongeïnspireerde misser.

Dick van den Toorn, Mark Rietman, Jacqueline Blom en Annick Boer spelen tweederangs acteurs in ‘Wat moeten we met Maartje?’ Foto Bram Willems

Bestaat het nog, zulk ouderwets toneel, zo vet gespeeld, met boertige leut? Het is even schrikken, als Wat moeten we met Maartje? begint. Dik aangezette accenten, dik aangezet spel. Maar we blijken te kijken naar een toneelclub die dit soort kluchtige blijspelen opvoert. Na een paar minuten zijn de acteurs alweer zichzelf, pratend op normale toon, in de kleedkamer. Daar verrast Maartje (Jacqueline Blom) haar drie medespelers met de mededeling dat ze doodgaat. Ze is uitbehandeld.

Wat moeten we met Maartje? door More Producties. Regie Pieter Kramer. Gezien 28 sept, DeLaMar, Amsterdam. Tournee t/m 25 jan. Info: moretheater.nl

Maartje wil er niet over praten, medelijden vindt ze „zwaar” en ze wil niet thuis zitten. „Ik heb geen vrienden, geen dierbaren”, zegt ze. Ze wil op tournee blijven, tot ze neervalt op het toneel. „Op een avond zal ik niet meer afgaan.”

Wat volgt is een schets van de verhoudingen binnen deze club: de taakverdeling, onvrede over rollen, geldkwesties. De groep (met verder acteurs Mark Rietman, Dick van den Toorn en Annick Boer) is gewend in een seizoen allerlei stukken tegelijk op het repertoire te hebben staan, en daarvan zijn steeds stukjes te zien. Dan blijkt hoe Maartje langzaam achteruit gaat: ze komt op als een personage uit een ander stuk, vergeet tekst, is rekwisieten kwijt.

Niets van dat alles wil tot leven komen. Zo goed als elke grap tussen de clubleden valt dood op de grond en de tragiek van de lijdende Maartje komt door alle expliciete teksten nergens door. Je maakt je geen moment druk om wat er met Maartje gebeurt.

Don Duyns, die de tekst schreef, is een ervaren auteur. Als koppel met Pieter Kramer, die ook nu de regie voert, was hij de drijvende kracht achter de vroegere, succesvolle familievoorstellingen van Theater Rotterdam. Maar dat niveau is in deze productie ver weg.

Zouteloze prikjes

Er zit geen spanning in de gesprekken, elke ruzietje loopt weg en zelfs de knipogen naar toneelspelen, toch een kans voor open doel, leveren slechts zouteloze prikjes op. Zoals bij een discussie over acteurs die te veel hun best zouden doen. De pointe is dat er niemand meer naar de schouwburg komt, omdat iedereen daar zo vreselijk zijn best staat te doen. Bepaald ongrappig.

Regisseur Kramer lijkt zich ook geen raad te weten met de tekst en het gebrek aan chemie tussen de vier acteurs op het toneel is schrijnend. Wat wel nog geregeld aanslaat, zijn de stukjes toneel die het viertal opvoert. Dan voel je ook dat deze (toch uitstekende) acteurs er lol in krijgen. Dan zijn ze bevrijd, en kunnen ze vrijuit schmieren.

Hoogtepunt in dat opzicht is een karikaturale scène waarin Dick van den Toorn een ranzige, rauwe moeder speelt, peuk in de ene, whiskyglas in de andere hand, met Mark Rietman als haar junkiezoon. Van deze grauwende, in wonderlijke volzinnen sprekende vrouw („Heb je ooit nagedacht over de schoonheid van zwijgen, over de kunst van je bek houden, over de stilte tussen de woorden?”) maakt Van den Toorn een schitterend nummer. Hij is ook de enige die af en toe met zijn komische intonatie en timing een grap weet te peuren uit het futloze materiaal.

Achteraf denk je bijna met warmte terug aan de openingswoorden van het stuk, met de naar J.C. Bloem knipogende melancholie van het klagende personage. „Regen, altijd regen.” Dat begin was eigenlijk nog niet zo slecht.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next