Home

Hoe inspireert religie de kunst? ‘Mijn werk moet echt ergens over gaan: liefde, empathie, verdriet, wanhoop, de dood’

Kunstenaar en religie Egbert Modderman groeide op in een gereformeerd milieu, nu schildert hij bijbelse verhalen. Maar die zijn wel anders dan je verwacht. Deel 1 van een onregelmatig verschijnende serie.

Kunstschilder Egbert Vincent Modderman (Groningen, 1989) heeft in de Martinikerk in Groningen een reeks bijbelse taferelen geschilderd.

Als je hem vraagt naar zijn geloof, begint hij niet over zijn bijbelse schilderijen. „Wacht, ik pak even mijn telefoon”, zegt Egbert Modderman (36). Daar staat een gedicht in dat hij niet zo lang geleden schreef. Het luidt:

Soms glipt het godsgevoel stil weg

Door de mazen van mijn denken

Na een leven lang doordrenken

Onbedoeld vaarwel gezegd

En als bijna alles is verloren

Dan open ik een deur van jou

Mijn stadsgelegen grijze vrouw

Met houten schip en hemeltoren

Waar duizend huwelijkspaar zijn ingetreden

En duizend afscheidsredes stil verwoord

Steen door duizend handen ingebeden

En duizend lijken door jouw dodenpoort

Gebracht zijn naar dat Groningse verleden

Dan trekt geloof mij weer aan boord

Hij zou, zegt hij, het nu een beetje anders schrijven. „Het woord ‘geloof’ uit de laatste regel zou ik weghalen. ‘Dan trekt de hoop mij weer aan boord’, moet dat worden.”

Over het verschil tussen geloof en hoop gaan we het straks hebben. Eerst kijken we naar de schilderijen waar het allemaal mee begon – en die we zien als we via een zijdeur de kerk ingaan.

Die kerk is de Martinikerk aan de Grote Markt van Groningen, ‘mijn stadsgelegen grijze vrouw’ uit het gedicht. Sinds hij er tien jaar geleden zijn eerste werk schilderde, heeft hij een sleutel van die zijdeur. Een paar keer per week gaat hij naar binnen, vaak gewoon om er even te zijn, soms om een rondleiding te geven.

Wat negen op de tien keer gebeurt: „Dan zeggen ze bij de balie tegen bezoekers: de kunstenaar is er ook – en wijzen ze mijn kant op. Maar mensen zien een jonge gast en lopen mij straal voorbij. Vaak stappen ze af op een ouder iemand, liefst ook nog met een baard waarvan ze denken: dat is hem vast.

De naakten kleden, verbeeld in het werk over St Martinus (2015).

Egbert Modderman, detail.

Maar het was Egbert Modderman die op zijn 25ste een portret schilderde van Sint Martinus van Tours. Je ziet de heilige de helft van zijn mantel schenken aan een bedelaar, maar anders dan op traditionele schilderijen over de legende ontbreken paard, zwaard en heiligenkrans. Niet meer dan twee mensen tegen een verder leeg decor zijn het, de één liefdevol gebogen over de ander. En het is niet de heilige, maar de bedelaar die in het centrum van het schilderij het licht vangt en je recht aankijkt.

Egbert Modderman was in 2015 al een tijdje aan het schilderen – eigenlijk is hij opgeleid als interieurarchitect, maar dat beviel hem niet – en maakte het schilderij als bedankje voor de schappelijke prijs voor zijn in de kerk gesloten huwelijk. „Ze wilden graag een schilderij van hun naamgever, zeiden ze. Toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en gezegd: dan moet het wel een groot doek worden, anderhalf bij twee meter.”

Het schilderij viel zo in de smaak, dat hij er meer mocht maken. Nu hangen in de kooromgang naast elkaar de Zeven Werken van Barmhartigheid, ze meten anderhalf bij drie meter en hebben titels als De hongerigen voeden, De dorstigen laven, De vreemdelingen herbergen of De zieken verzorgen. Het zijn op bijbelverhalen geïnspireerde taferelen met steeds twee, drie of vier natuurgetrouwe personages in een setting die als je goed kijkt, de kerk zelf is. Ze zitten of liggen op de bankjes van nissen, wit licht valt door hoge kerkramen.

Wat ook opvalt als je er langs loopt: door de lange gewaden en sacrale scènes herken je bijbelse verhalen, maar de figuren zijn hedendaags. Het lijken mensen die je zomaar tegen zou kunnen komen als je naar buiten gaat (waar ze dan wel andere kleren zouden dragen). Ze kijken je ook vaak recht aan, met nu eens een indringende, dan weer een verdrietige, kwetsbare of juist zelfbewuste, ironische blik. Meer dan bijbelse figuren, lijken het mensen zoals jijzelf.

Hoe kwam je erbij om zo te gaan schilderen?

„Het begon met een poging tot vakmanschap: een goed schilderij maken, hopelijk lukt dat. En waar ik achter kwam toen ik het eerste schilderij maakte: dit is mijn thema, dit is hoe ik het wil in vorm, stijl en kleur. Omdat ik betekenis belangrijk vind, moet het ook echt ergens over gaan. Voor mij zijn dat de emoties die waarde geven aan het leven: liefde, empathie, verdriet, wanhoop, de dood.”

Hij deed acht jaar over de schilderijen – tussendoor maakte hij ook veel andere – en vorig jaar kwam de laatste klaar. Ze zijn door de kerk aangekocht, bedoeling is dat ze voor altijd in de kooromgang blijven hangen. Waar ze wat je zou kunnen noemen een protestantse indruk maken: er is een gewoner, menselijker moment afgebeeld dan je kent van de ramen, beelden en schilderingen in katholieke kerken. Niet de verrassende terugkomst van de verloren zoon, maar het moment erna: hij zit weer aan tafel met zijn ouders en zijn broer. Of: niet het wonder, maar het moment vlak voor dat wonder.

Dat laatste gebeurt in De zieken verzorgen (2018), een legende die gaat over de genezing van een verlamde man. Het wordt verteld in Lucas 5 vers 17 tot 26, Jezus zegt ‘sta op’ – en de verlamde kan weer lopen. Alleen zie je op het schilderij niet het wonder, maar de vier vrienden van de verlamde man die hem dragen naar het huis waar het wonder plaats zal vinden. Wat je ook weer ziet: het zijn vier mannen van deze tijd, ze hebben een onbevangen blik, iemand heeft een hipsterbaardje, het zouden studenten kunnen zijn.

Vrienden van jou.

„Ik twijfelde heel erg over deze reeks en toen zeiden die vrienden: weet je wat, we gaan de stad in, samen een drankje doen – en dan gaan we daarna naar de kerk en gaan we model staan. Als het niet lukt: ook goed. Maar als het wel lukt, is het leuk. Het was het zetje dat ik nodig had.”

Op alle schilderijen staan mensen die je kent of die familie zijn. Op het schilderij met de verloren zoon zien we je schoonouders en hun twee zoons.

„Ik kan geen figuren fantaseren, ik heb echte mensen nodig die poseren. Alleen niet in kleren van nu, want dat is over vijf of tien jaar gedateerd en in een kerk moet het ook over twintig, dertig of honderd jaar nog goed werken. En dat tijdloze lukt ook beter met echte mensen die je aankijken, dan is het een beetje alsof je er zelf bij bent.”

Egbert Modderman groeide op in Opende, een dorp op de grens van Friesland en Groningen. Zijn ouders waren vrijgemaakt-gereformeerd, elke dag werd aan tafel uit de Bijbel gelezen. Op zondag gingen ze twee keer naar de kerk.

Een geloof als dit

Egbert Modderman is niet aangesloten bij een kerkelijke gemeente. Bidden doet hij alleen op momenten van betekenis. „Bijvoorbeeld als iemand is gestorven of stervende is.”

Naar de kerk gaat hij voor de ervaring van het gebouw. „Je kunt van alles vinden van het geloof, maar een kerk is ook een bizar mooi iets: al die generaties die er nieuw leven doopten, in het huwelijk traden, afscheid namen van doden – het hele leven zit erin.”

In de kerk steekt hij soms een kaars aan. „In een kerk zijn doet iets met je. Je hoeft er niet lang te blijven, het is prettig om er even te zijn geweest. Dat je een kaars aansteekt en even nadenkt over wie we zijn, wat we hier doen.”

Bijbellezen doet hij nauwelijks. „Alleen voor de schilderijen: hoe zat het ook alweer.”

Waarom wil je de laatste regel van je gedicht veranderen? Ben je eigenlijk nog gelovig?

„Dat is de hamvraag, hè. Ik heb wat ik zelf een fifty-fifty-geloof noem. Een harde ja tegen het geloof, dat kan ik niet. Als je in dat systeem stapt, wordt het je realiteit. En dat botst met de realiteit die ik ken, die ik om me heen zie. Dus daar voel ik me niet comfortabel bij. Waar ik me wel comfortabel bij voel: dat het fantastisch zou zijn als het geloof er wel degelijk was. Ik hóóp dat het er is.”

En heb je wat aan dat fifty-fifty-geloof?

„Ja, ik wel.”

Wat dan?

„Het is een vorm van betekenis geven aan het leven. Ik heb een hekel gekregen aan geloof dat zichzelf te serieus neemt, maar als je in plaats van ‘ik geloof’, zegt: ‘ik hoop’ – ik hóóp dat het geloof bestaat – dan is de angel er een beetje uit. En die opening, die mogelijkheid vind ik mooi, die wil ik niet stuk maken. Maar je moet wel om kunnen gaan met onzekerheid, als je deze variant aanhangt.”

Egbert Modderman heeft meer geschilderd, onlangs was er een expositie van hem in Stadsmuseum Harderwijk. Bijbelscènes, maar ook gevoelige portretten van dierbaren. Alle werken die daar hingen, kwamen uit particuliere collecties.

Wie zijn je kopers?

„Dat varieert van mensen die verzamelen en een blinde hekel aan het christendom hebben, tot reformatorische mensen die voor het eerst een schilderij kopen. Ik heb ook kopers die zeggen: ik heb niks met kunst, maar dit begrijp ik wel. Ze horen er via via over, er is veel toeval. Mensen die hier de kerk binnenlopen, ook.”

Hoe gaat het verder, blijf je dit doen?

„Dankzij een fonds voor kunst heb ik een nieuw project: vijftien schilderijen over mens en natuur met licht, geluid en ruimtelijke beleving. Ze zullen gaan over betekenis en zingeving, met thema’s als goed, verval en crisis – maar dan niet vanuit bijbelse verhalen. Daar ga ik de komende twee jaar aan werken. Dus we zullen zien hoe dat uitpakt.”

De Martinikerk (Martinikerkhof 3, Groningen) wordt gebruikt voor kerkdiensten en kan worden gehuurd. Indien niet geboekt, is de kerk van 12 tot 16 uur toegankelijk voor publiek. Info: martinikerk.nl/bezoek

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next