Valutadominantie Een driejaarlijks onderzoek naar internationale betalingsstromen laat zien dat de Amerikaanse dollar dominant blijft. Dit ondanks discussie over een mogelijke neergang van de valuta.
De rol van de Amerikaanse dollar op de internationale financiële markten neemt niet af. De munt is de afgelopen drie jaar zelfs nog dominanter geworden. De Chinese renminbi (of yuan) wordt wel belangrijker, maar de achterstand op de dollar is nog steeds zeer groot.
Dit blijkt uit onderzoek van de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) dat deze dinsdag is vrijgegeven. De BIS, die een coördinerende rol speelt tussen de centrale banken, voert dit onderzoek elke drie jaar uit. Het werd verricht in april van dit jaar, toen de Amerikaanse president Trump drie maanden in functie was.
Naar aanleiding van het ontwrichtende economische beleid van Trump – hoge invoerheffingen, grote begrotingstekorten, aanvallen op de centrale bank – discussiëren economen, beleggers en centrale banken de laatste tijd veel over een mogelijke neergang van de dollar als internationale betaal- en reservemunt.
In het BIS-onderzoek is zo’n ontwikkeling vooralsnog niet te zien. De dollar was onderdeel van 89,2 procent van alle verhandelde valutaparen (dollar tegen euro, of Zwitserse frank tegen pond sterling bijvoorbeeld). Dat is iets meer dan de 88,4 procent in 2022 en de 87 procent in 2013. De euro geeft wat terrein prijs, met 28,9 procent nu, tegen 30,6 procent in 2022 en 33,4 procent in 2013.
Het belang van de Japanse yen is fors afgenomen in de afgelopen twaalf jaar. Dat geldt ook voor het pond sterling. In de Zwitserse franc wordt juist meer gehandeld.
De grote winnaar op de valutamarkt is China. De renminbi is bezig aan een gestage stijging. In 2013 was de renminbi betrokken bij 2,2 procent van alle transacties. Afgelopen april was dat 8,5 procent. Wordt de Hongkong dollar meegerekend – die kan worden gezien als een ‘toegangsmunt’ tot China – dan is winst nog groter.
Het toenemend gebruik van de renminbi als internationaal betaalmiddel werd dit jaar al opgemerkt in een rapport van de Europese Centrale Bank. In 2012 werd de munt voor betaling van Chinese import en export nog niet vaak gebruikt: in minder dan 10 procent van de betalingen in de goederenhandel en zo’n 15 procent bij diensten. Anno 2024 was dat omhooggeschoten naar 38 respectievelijk 47 procent. Binnen het Swift-platform, dat banken gebruiken voor internationale transacties, was in 2017 nog 2 procent van de betalingen in renminbi’s. Vorig jaar was dit 6 procent, evenveel als in euro’s.
Een factor bij de groei van de rol van de renminbi als betaalmiddel zijn de sancties die het Westen uitvaardigde tegen Rusland na de invasie van Oekraïne in 2022, schrijft de ECB. In de sindsdien rap gegroeide handel tussen China en Rusland ontwijken beide landen de dollar en betalen ze in renminbi’s.
De Amerikaanse dollar is niet alleen betaalmiddel nummer één, maar ook de belangrijkste internationale reservemunt – de eenheid waarin centrale banken reserves aanhouden. Dat biedt de VS allerlei voordelen. Zo kan het land goedkoop lenen: beleggers die hun geld veilig willen parkeren, zijn bereid een lage risicovergoeding (de rente) te ontvangen op Amerikaanse staatsobligaties. Omdat de dollar veel in handelstransacties wordt gebruikt, hebben Amerikaanse bedrijven weinig last van wisselkoersfluctuaties. De VS kunnen financiële sancties opleggen aan landen die dollartransacties doen (lees: aan de hele wereld). De Franse oud-president Valéry Giscard d’Estaing sprak in 1965 (toen was hij nog minister van Financiën) van een „exorbitant privilege” dat de Amerikanen genieten met hun dollar.
De BIS-cijfers geven alle transacties op de financiële markten weer, tussen banken, beleggers en bijvoorbeeld grote ondernemingen. Andere gegevens tonen dat de positie van de dollar in de wereldeconomie wel degelijk onder druk staat. Zo bestond 57,7 procent van de valutareserves van centrale banken het eerste kwartaal van dit jaar uit dollars, aldus het Internationaal Monetair Fonds. Tien jaar geleden was dat veel meer: 66 procent.
Al jaren is een trend van diversificatie zichtbaar: centrale banken spreiden hun risico over verschillende munten en bouwen hun dollarreserves stapsgewijs af. Hier spelen, zeker in het geval van niet-westerse landen als China en Rusland, ook geopolitieke redenen. Het is niet de euro – sinds jaar en dag reservemunt nummer twee – die van deze diversificatie heeft geprofiteerd. De euro is nu goed voor zo’n 20 procent van de reserves – evenveel als tien jaar geleden.
De opmars van de Chinese renminbi in de internationale valutareserves valt tegen. De munt werd in 2016 door het IMF toegelaten tot het ‘mandje’ van reservevaluta. Sindsdien steeg het Chinese aandeel in de internationale valutareserves van 1,1 procent naar 2,8 procent in 2022. Daarna werd de renminbi juist minder populair: het aandeel erin slonk naar 2,1 procent in het eerste kwartaal van 2025. Dat reflecteert behoedzaamheid bij centrale banken over de Chinese economie, die sinds de pandemie teleurstellend presteert.
Centrale banken raakten juist meer geïnteresseerd in, onder meer, de Japanse yen en de Canadese dollar. Een andere opvallende trend: ook goud maakt de laatste jaren een opmars als reserve-eenheid, vooral bij landen die „geopolitiek afstand hebben tot het Westen”, aldus het rapport van de ECB.
In het tijdperk-Trump II heeft het debat over de internationale positie van de dollar een nieuwe lading gekregen. Door Trumps grillige handelspolitiek, zijn riskante begrotingsbeleid en zijn bemoeienis met de centrale bank zijn meer beleggers gaan twijfelen aan de soliditeit van de Amerikaanse economie – en daarmee aan de Amerikaanse munt. De waarde van de dollar is sinds Trumps aantreden aanzienlijk gedaald. Ten opzichte van een ‘mandje’ met munten van de belangrijkste handelspartners van de VS, waaronder de euro en de yen, is de dollar sinds begin dit jaar 9,7 procent minder waard geworden.
Opvallend genoeg is een zwakkere dollar ook wat de Trump-regering zélf heeft gezegd te willen bereiken. Zij vindt dat Amerikaanse bedrijven de prijs betalen voor een sterke munt: Amerikaanse export is duur, wat de internationale concurrentiepositie van het bedrijfsleven in de VS schaadt.
Tegelijk wil Trump de positie van de dollar als internationale reservemunt – en de privileges die daarbij horen – behouden. Een centraal idee daarbij is dat stablecoins, uitgegeven door commerciële bedrijven, de dominantie van de dollar verder moeten stutten. Stablecoins zijn cryptomunten met onderpand, waardoor ze in principe waardevast zijn. Meestal zijn ze een-op-een gekoppeld aan een traditionele munt, in dit geval de dollar. Je kunt er makkelijk transacties mee doen. Bij gebruik van stablecoins neemt de vraag toe naar dollars, nodig immers voor het onderpand.
De Europese Centrale Bank vreest dat dollar-stablecoins ervoor zorgen dat de dollar binnen Europa een sterkere rol gaat spelen, wat de effectiviteit en soevereiniteit van het monetaire beleid ondermijnt.
Wereldwijd werken centrale banken aan hun eigen digitale munten – maar dan via de publieke, niet-particuliere weg. Zo wordt onder meer gewerkt aan een digitale euro, een digitaal pond en een digitale renminbi (‘e-yuan’). Met name de Chinese autoriteiten zijn expliciet in hun ambitie om via deze route de dominantie van de Amerikaanse dollar in Azië te ondermijnen. China is ook lid van de BRICS-groep. Deze club landen, met daarin onder meer ook Rusland, India en China, praat al enige tijd over een ‘BRICS-munt’ als alternatief voor de dollar. Trump heeft de groep gedreigd met zware invoerheffingen als die het plan doorzet.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC