Anderhalve eeuw geleden zuiverden miljarden oesters de Noordzee en stimuleerden het onderwaterleven. Ze verdwenen bijna allemaal. Om de zaak te herstellen wil een Rotterdams bedrijf 100 miljoen oesterbaby’s uitzetten. ‘Elke volwassen oester brengt vijftigduizend nieuwe voort.’
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
Zevenduizend oesterbaby’s beleven hun moment van de waarheid als ze met één beweging te water worden gelaten in het Veerse Meer. Ze zitten als oesterbroedjes vastgeplakt op ruim zeventig open kleiblokken, die gestapeld in twee hengsels hangen van een kraan op een kleine boot. Eén band gaat los en de stapel tuimelt het Zeeuwse water in. Zes meter diep moeten alle blokken over een paar jaar een oesterrif vormen. Niet voor de consumptie, maar om zeeën en oceanen weer gezond te maken.
‘Wij zijn een schoonmaakbedrijf met oesters als werknemers’, is de standaardzin waarmee de dertiger George Birch uitlegt wat het door hem opgerichte Rotterdamse bedrijf Oyster Heaven doet. Eén oester filtert dagelijks 200 liter water van onder meer stikstof, vertelt de Britse evolutionair bioloog. Een oesterrif vormt bovendien een gevarieerd, gunstig leefgebied, vergelijkbaar met een koraalrif. ‘Het leven er omheen houdt koolstof uit de atmosfeer. En dan vormen de riffen ook nog eens golfbrekers die kusterosie voorkomen.’
Oesters groeien op andere oesters, maar die zijn er niet meer. Althans: de inheemse soort, de platte oester, is uitgestorven. ‘De Japanse oester is ooit hierheen gehaald voor consumptie en komt in Zeeland sindsdien ook in het wild voor. Maar die levert maar een fractie van het goede werk van de gewone platte oester die wij kweken om de situatie te herstellen.’
Die ‘situatie’ was anderhalve eeuw geleden optimaal: bijna een derde van de Noordzee was bedekt met oesterbanken. Ze hielden voor de Britse, Belgische en Nederlandse kust het water schoon en beschermden het land zo goed dat zandstranden een zeldzaamheid waren, doceert Birch. ‘Boven de Waddenzee lag een oesterrif dat bijna zo groot was als Nederland. Bijna alles is verdwenen.’
Waar is het misgegaan? ‘Eerst massale consumptie en wat overbleef was te weinig om ziekte en vervuiling te overleven. In één jaar, bijvoorbeeld 1864, werden er alleen al in Londen naar schatting 700 miljoen oesters gegeten, toen een belangrijke bron van eiwit.’
Weten dat oesters het onderwatermilieu verbeteren is één ding, een oesterrif bouwen is een tweede. Daarvoor heeft Oyster Heaven de biologisch afbreekbare kleiblokken bedacht, substraten die in het Veerse Meer worden losgelaten. Ze liggen, in dezelfde stapels als op de boot met de hijskraan, in grote baden met handwarm water te wachten op dat moment.
In het stromende badwater zijn oesterlarven uitgezet, legt projectleider en marinewetenschapper Femke van Toor uit. Ze haalt een open kleiblok met groeven, holtes en inkepingen uit een bak. Minstens honderd larven hebben zich erop vastgezet, maar in een enkel geval zijn dat er tienduizend. ‘Moederriffen noemen we ze.’
Een oester moet zich vast kunnen zetten op een harde ondergrond. ‘Maar er is alleen nog zandgrond, vandaar ons ontwerp. De larven zetten zich met honderden tegelijk vast op de klei en als die oesterbroedjes groot genoeg zijn – twee millimeter ongeveer – worden ze met steen en al te water gelaten.’ Nieuw is het niet, zegt Birch. ‘Er is Romeins aardewerk gevonden met oesters in de Middellandse Zee.’
Bij oesters kweken gaat het om grote getallen, blijkt in Zeeland. Dit jaar vallen vier miljoen oesterbaby’s in het Veerse Meer en dat is nog maar een proefproject. ‘In 2030 willen we op 100 miljoen zitten’, zegt initiatiefnemer Birch, ‘voor het grootste deel in de Noordzee. Daar zijn er miljarden verdwenen en die moeten terug.’
In het Veerse Meer, zo heeft hij uitgerekend, moet 10 procent van de baby’s het overleven. ‘Als we daar een kritische massa van 400 duizend oesters hebben is dat genoeg voor het herstel van een rif en daarmee de gezondheid van het water. Elke volwassen oester brengt vijftigduizend nieuwe voort.’ Drie jaar duurt het voordat de oesterbroedjes volwassen zijn. ‘Ze kunnen twintig jaar worden.’
De bioloog Birch werkte jarenlang in de Britse financiële wereld en leerde daar geld los te peuteren voor organisaties zoals zijn Oyster Heaven. Birch weet inmiddels dat pensioenfondsen en bedrijven die om wat voor reden dan ook in duurzaamheid willen investeren, zoals partner diervoedingsbedrijf Purina dat een gezonde oceaan nodig heeft voor zijn kattenvoer, niet in zee gaan met een non-profitorganisatie.
Hij droomt van het uitgeven van verhandelbare ‘oesterobligaties’. Birch heeft het geld nodig voor het in een steenfabriek bakken van honderdduizenden moederriffen, voor boten en bemanning die ze te water laten, voor de oesterkwekerij en voor de werknemers van zijn logistiek niet eenvoudige bedrijf. ‘We voelen ons een goed doel, maar we hebben de gedaante van een bedrijf om investeerders over te halen.’
In het kraanbootje op het Veerse Meer zijn ze toe aan de vijftiende en laatste stapel kleiblokken van de dag. ‘Meestal doen we 45 pallets’, zegt projectleider Van Toor. ‘Daarop kunnen wel 700 duizend oesterbroedjes zitten.’ Regelmatig duikt ze naar haar oesterrif-in-wording. Ze vermoedt dat meer larven overleven dan gepland. ‘Maar pas over tien jaar, als de kleiblokken zijn verkruimeld, weten we of we zijn geslaagd en een functionerend oesterrif hebben.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant