Home

Zo veel seriemoordenaars, uit één en dezelfde regio. Toeval? Journalist Caroline Fraser denkt van niet

Wat gek, dacht journalist Caroline Fraser, toen ze ontdekte dat drie van de bekendste Amerikaanse moordenaars allemaal uit Puget Sound komen. Geen toeval, volgens Fraser, die de loodvergiftiging in de regio als oorzaak ziet. ‘Hun gedrag was zo extreem, dat je je wel moet afvragen: speelde er niet meer?’

is redacteur van Volkskrant Magazine, ze maakt podcasts en schrijft geregeld essays en interviews.

‘Het is augustus 1961, ik ben zeven maanden oud’, schrijft journalist Caroline Fraser. ‘Er wonen drie mannen in wat je zou kunnen omschrijven als de buurt: ze wonen in een cirkel rondom Tacoma. Hun namen zijn Charles Manson, Ted Bundy en Gary Ridgway. Hoe toevallig is dat?’

Charles Manson, op dat moment gedetineerd op McNeil Island, zal tien jaar later als sekteleider worden veroordeeld voor de moord op zeven mensen, onder wie de hoogzwangere Sharon Tate, vrouw van regisseur Roman Polanski. Ted Bundy, dan nog een onopvallende tiener in industriestad Tacoma, vermoordt naar schatting meer dan honderd vrouwen en belandt in 1989 op de elektrische stoel. Gary Ridgway wordt ervan verdacht minstens zeventig vrouwen te hebben gedood. Hij wordt in 2013 veroordeeld tot levenslang voor 49 moorden.

Drie beruchte moordenaars, in een gebied ter grootte van de provincie Drenthe. Is dat toeval? Journalist en Pulitzer Prize-winnaar Caroline Fraser denkt van niet. Moordlust zat in de lucht en in het water, betoogt ze in haar met lovende recensies ontvangen boek Murderland.

Seriemoordenaars

Fraser is geboren op Mercer Island. Dat ligt in de zogenoemde Puget Sound, een zeearm onder Seattle, vol kanalen, baaitjes en eilanden. Ze groeide op ten tijde van de ‘golden age of serial killers’, een periode in de Verenigde Staten waarin een duizelingwekkend aantal seriemoordenaars actief was. In Frasers jeugd verdwenen jonge vrouwen in groten getale uit hun (studenten)huizen of auto’s, op weg naar huis of tijdens het liften. Ze keerden op zomerdagen niet meer terug naar hun badhanddoeken. Vrouwen hebben het meest te vrezen van mannen die ze kennen, benadrukken femicide-experts tegenwoordig, van partners of familieleden dus. Maar de seriemoordenaars uit Frasers jeugd hadden zelden een relatie tot hun slachtoffers.

De autoriteiten leken machteloos en soms ook onwillig deze bizarre golf van femicide tegen te gaan. DNA-bewijs was nog niet voorhanden, politie-eenheden werkten nauwelijks samen, waardoor een moordenaar maar één staatsgrens hoefde over te steken om uit beeld te verdwijnen. Bij gebrek aan identiteit, gaven de media deze moordenaars griezelige bijnamen. The Happy Face Killer, The Green River Killer, The Tacoma Ax-Killer, The Night Stalker, The Original Night Stalker, The I-5 Killer, The Want-Ad Killer, The List Killer, The Hillside Strangler. Opvallend veel seriemoordenaars – de helft van bovengenoemde – hebben een connectie met de geboortestreek van Fraser.

Fraser, met lang grijs haar en een kleine bril, vertelt via een videoverbinding vanuit haar rommelige werkkamer in Santa Fe: ‘Ik ontdekte pas een paar jaar geleden dat Charles Manson vijf jaar gevangen zat in mijn staat. Eerst dacht ik: wat een gek toeval. Maar toen ik me begon te verdiepen in het industriële verleden van de Puget Sound, werd het interessant.’

In Murderland leidt Fraser haar lezers in spookachtig proza door een landschap vol moord en milieuvervuiling. Ze beschrijft Puget Sound als een industrieel Mordor, een onherbergzaam gebied waar de vervuilende gassen van lokale smelterijen de inwoners niet alleen het zicht, maar ook het leven benemen. De uitstoot van die smelterijen – arseen, cadmium, zwaveldioxide, lood – vormt van meet af aan een bedreiging voor de volksgezondheid.

Loodvergiftiging

Fraser legt verschillende kaarten naast elkaar: die van de plekken waar seriemoordenaars woonden of actief waren en de kaarten van de meest vervuilde gebieden. Ze maakt met behulp van punaises en rood draad haar eigen crazy wall, het prikbord dat rechercheurs gebruiken om het gedrag en de bewegingen van misdadigers te analyseren. En wat blijkt? In gebieden waar de grond en de lucht het meest vergiftigd is met lood, arsenicum en cadmium, waren ook de meest sadistische moordenaars actief.

Neem Ted Bundy, de hoofdpersoon in Murderland. Fraser: ‘Dankzij de gegevens van de afdeling Natuurbehoud van de staat Washington weten we precies aan hoeveel lood hij is blootgesteld in zijn jeugd. Lood komt van nature in de bodem voor in sporenhoeveelheden van niet meer dan vijftien tot veertig deeltjes per miljoen (ppm). Vlak bij waar de Bundys woonden, zijn waarden van wel 620 deeltjes per miljoen gemeten.’

Bundy’s slachtoffers waren jonge vrouwen, vaak met bruin haar en een scheiding in het midden. Hij brak bij ze in of lokte ze met een mitella om zijn arm zijn witte bestelbusje in. Hun lichamen begroef hij in de bossen om ze later weer op te graven en te misbruiken, totdat ze in verregaande staat van ontbinding verkeerden. Fraser: ‘Ook andere seriemoordenaars hadden bizarre necrofiele neigingen. Hun gedrag was zo extreem, dat je je wel moet afvragen: speelde er niet meer?’

In haar onderzoek springt vooral Tacoma eruit als herberg voor moordlustige mannen. Fraser: ‘Tacoma is een arbeidersstad, met ontzettend veel industrie en een grote koper- en loodsmelterij. Die lag even buiten Tacoma en vervuilde de lucht zo intens dat inwoners klaagden over een bittere smaak in hun mond, ze spraken spottend over het ‘Tacoma-aroma’. Regelmatig daalden er grote concentraties lood neer, die loodregen stripte de auto’s en boten van hun lak. Kun je nagaan wat lood doet in een menselijk lichaam.’

Lood is in hoge concentraties niet alleen schadelijk voor het lichaam, maar ook voor het brein. Fraser haalt onderzoek aan dat stelt dat dat vroegtijdige blootstelling aan lood het volume kan verminderen in de prefrontale cortex, het deel van de hersenen dat emoties reguleert en agressie inperkt. Door loodvergiftiging kunnen met name jongens en mannen agressief en psychopathisch gedrag vertonen. Om zowel sociologische als biologische redenen uiten vergiftigde meisjes en vrouwen minder agressief gedrag, stelt Fraser.

Dicht bij smelterijen

Loodvergiftiging kan tot leerproblemen leiden en een IQ-verlies van wel tien punten veroorzaken. Tegenwoordig wordt zo’n 3,5 microgram lood per deciliter bloed bij een kind als veilig beschouwd, maar in 1960 lag die grens nog bij 60 microgram.

Niet alleen mannen als Bundy en Ridgway groeiden op in de gifpluimen van een smelterij, ook seriemoordenaars uit andere staten en zelfs andere landen woonden dicht bij een smelterij, of kwamen in aanraking met loodhoudende benzine en verf. Ted Bundy, eerst nog een eenvoudige pooier, heeft vijf jaar lang de lucht ingeademd en kreeg voedsel voorgeschoteld op het zelfvoorzienende McNeil Island.

Natuurlijk, benadrukt Fraser, is vergiftiging lang niet de enige verklarende factor. ‘Recepten om een seriemoordenaar te maken kunnen verschillen, met ingrediënten zoals armoede, ruwe tangbevallingen, slechte voeding, lichamelijk en seksueel misbruik, hersenbeschadiging en verwaarlozing’, schrijft ze in Murderland. Maar wat als we ook naar de industriële omgeving kijken?

Fraser schreef eerder historische boeken, zoals Prairie Fires (2017), de biografie over Laura Ingalls Wilder (auteur van Het kleine huis op de prairie) waarvoor ze een Pulitzer Prize en een National Book Critics Circle Award ontving. Ze heeft een appeltje te schillen met het genre true crime. Dat is in haar ogen te lang vervuild geweest met sensatiezucht, dankzij mannelijke auteurs die weinig oog hadden voor het leed van de vrouwelijke slachtoffers.

Victimblaming

Fraser memoreert de ‘dick books’, populaire truecrime-detectivemagazines uit de vorige eeuw. De waargebeurde verhalen in die tijdschriften hadden titels als ‘Wilde dochters van Satan’ en ‘De goot wacht op meisjes als ik’. Fraser: ‘In die dick books werd op bijna pornografische wijze geschreven over de moorden. De verhalen waren vaak doorspekt met victimblaming. Vrouwen waren te losbandig of naïef geweest.’

Truman Capote blies als eerste het genre literair leven in. Maar voor zijn bestseller In Cold Blood (1966) nam hij een loopje met het predicaat ‘true’: hij zou passages en dialogen hebben gefabriceerd en had een wel erg innige band met de moordenaars die hij beschreef.

De eerste truecrimeschrijver die op werkelijk empathische wijze verslag deed van waargebeurde misdaden, stelt Fraser, was Ann Rule. Die publiceerde in 1980 The Stranger Beside Me, over haar vriendschap met Ted Bundy, de rechtenstudent die zo charmant en betrokken over kon komen – Rule deed vrijwilligerswerk met hem bij de suïcidepreventielijn van Seattle.

Systematisch racisme

De #MeToobeweging creëerde een nieuwe lichting bloggers, podcasters en schrijvers die werden gedreven door een verlangen naar rechtvaardigheid. Auteurs als Michelle McNamara, die voor haar boek I’ll Be Gone in the Dark (2018) alles op alles zette om te achterhalen wie de Golden State Killer was, een inbreker die in Californië een hoog aantal verkrachtingen en moorden pleegde.

Schrijver Jessica McDiarmid wierp in Highway of Tears (2019) nieuw licht op de verdwijningen van voornamelijk First Nations-vrouwen langs de Highway 16, en het systematische racisme waardoor deze moordzaken niet de juiste aandacht kregen. Ook Fraser wil recht doen aan de slachtoffers door grondig onderzoek, de bronvermelding van Murderland beslaat ruim vijftig bladzijden.

Ze begrijpt wel waarom tegenwoordig vooral vrouwen zich aangetrokken voelen tot het genre true crime. ‘Het geeft een gevoel van controle om in dit soort misdaden te duiken. Dat had ik ook bij het schrijven van het boek, alhoewel het soms een misleidende gedachte is dat je geweld kunt voorkomen, als je de oorzaken en details kent.’

In Murderland beschrijft Caroline Fraser hoe het voelt om op te groeien in een constante staat van alertheid. In Frasers jeugd kwam het gevaar van alle kanten. Het was thuis, waar vaders en echtgenoten opvallend korte lontjes hadden, op straat en in de bossen. ‘Ik heb zulke rare dingen meegemaakt’, zegt ze. ‘Toen ik 7 jaar oud was, blies een man bij ons in de straat zijn huis op; zijn vrouw en kinderen overleefden de aanslag op miraculeuze wijze.

‘Overal waar ik kwam, waren de mannen in huis gewelddadig. Ook mijn eigen vader, ik was bang voor zijn woedeaanvallen. In die tijd was er nog geen aandacht voor huiselijk geweld, en werd verondersteld dat mannen achter hun eigen voordeur konden doen waar ze zin in hadden.’ De samenleving was onverschillig over geweld tegen vrouwen en in dat klimaat konden seriemoordenaars volgens Fraser hun gang gaan.

Fraser was 13 toen op een julidag twee vrouwen verdwenen van het strand bij Lake Sammamish. ‘Het werd eerst doodgezwegen, niemand had het erover. Maar toen werd duidelijk dat er een en dezelfde man achter die verdwijningen zat. Vrouwen getuigden hoe ze die dag door een zekere Ted met een mitella waren aangesproken op het strand. De pers sprong erop en het hele land raakte in de ban van deze zaak.’ Toen Bundy werd gearresteerd, kende iedereen in haar klas via via wel een meisje dat met hem had gedatet. Daardoor had ze zelf weinig haast om aan een liefdesleven te beginnen.

Parallel aan de opkomst en neergang van deze seriemoordenaars beschrijft Fraser de meedogenloze industrialisatie van het noordwesten van Amerika. ‘Er zijn twee grote Amerikaanse familievermogens voor nodig om een stad van seriemoordenaars te bouwen: de Rockefellers en de Guggenheims’, schrijft ze.

De Rockefellers richtten in 1899 de American Smelting and Refining Company (Asarco) op, de Guggenheims namen dat mijnbedrijf al snel over en breidden de mijnbouwindustrie uit in heel Amerika. Fraser: ‘Grote industriesteden als Chicago, Cleveland, Cincinnati, Pittsburgh en Philadelphia hadden allemaal smelterijen waar koper, lood en zink werden gesmolten. De Tweede Wereldoorlog leidde tot een explosie in de productie van chemicaliën, metalen en kunststoffen.’

Adviezen genegeerd

De eerste waarschuwingen over de gezondheidseffecten van de smeltovens dateren al uit 1913. Maar het zou nog zeventig jaar duren voordat ze aan banden werden gelegd. Fraser: ‘De vervuiling intensiveerde eerst doordat lood werd toegevoegd aan benzine. Artsen waarschuwden bedrijven als Standard Oil en DuPont: dit is niet veilig. Maar die adviezen werden genegeerd en bedrijven huurden hun eigen artsen in om het publiek voor te liegen.’

Medewerkers van de fabrieken en smelterijen waren de eerste slachtoffers. In 1924 werden arbeiders van DuPont door acute loodvergiftiging getroffen: ze begonnen vlinders te hallucineren en wapperden met hun handen om de inbeeldige insecten van zich af te houden. De hallucinaties gingen gepaard met paranoia en agressie. Honderden DuPont-werknemers werden doodziek van het inademen van tetra-ethyllood, het additief van loodhoudende benzine; acht werknemers overleden aan acute loodvergiftiging.

Uitvinder Thomas Midgley Jr. beweerde bij hoog en laag dat tetra-ethyllood niet gevaarlijk is, maar hij droeg zelf stiekem al jaren handschoenen in zijn lab, en moest noodgedwongen op verlof om van loodvergiftiging af te komen; hij zou later verlamd raken.

Fraser: ‘Uiteindelijk slaagde men erin de industriële omgeving zo aan te passen dat arbeiders niet direct stierven. Maar het feit dat dit überhaupt gebeurde, had een enorme alarmbel moeten zijn.’ Er werd niets gedaan met de vele klachten van omwonenden, over mislukte oogsten en paarden die op mysterieuze wijze stierven. Van arbeiders die stierven aan longkanker werd beweerd dat ze waren geveld door acute longontsteking.

Pas in de jaren zestig werden, onder druk van milieugroepen, voor het eerst deugdelijke metingen gedaan in grondwater en lucht rondom smelterijen. Toen bleek dat er ongelooflijke hoeveelheden looddeeltjes in het grondwater en in de lucht zaten. In 1977 had de helft van alle Amerikaanse kinderen ‘heel hoge loodconcentraties’ in hun lichaam, schrijft Fraser. ‘De eilandkinderen uit de Puget Sound baadden in loodhoudende benzine en de gassen van de smelterijen.’

Het was econoom Jessica Wolpaw Reyes die in 2007 voor het eerst het verband legde tussen loodvergiftiging en criminaliteit. Ze verzamelde statistieken uit het hele land en vergeleek deze met gegevens over geweldsmisdrijven. Fraser: ‘Daaruit kwamen enkele opvallende resultaten: staten zoals Washington, met aanzienlijke loodvervuiling, hadden hogere cijfers van delinquentie en geweldsmisdrijven.’ Reyes concludeerde ook dat de afname van lood in benzine in de late jaren 1970 en vroege jaren 1980 verantwoordelijk was voor een scherpe daling in gewelddadige misdaad.

Sindsdien onderschrijven verschillende studies het verband tussen loodvervuiling en criminaliteit. Maar de ‘lead crime-hypothese’ als verklaring voor de opkomst en daarna snelle afname van al die seriemoordenaars? Die is omstreden. Zo wijzen wetenschappers op de verbetering in opsporingstechnieken en forse investeringen in blauw op straat. Dat zou die snelle afname van seriemoordenaars in het begin van deze eeuw verklaren. Anderen zien het ingevoerde recht op abortus als een belangrijke verklaring voor de afname van moordenaars.

Criminaliteit daalt

En dan bestaat er de zogenoemde routine activity theory: in de jaren zeventig en tachtig werden deuren en ramen niet vergrendeld, liften was populair, en met nieuw aangelegde wegen door uitgestorven gebieden konden moordenaars zich vrij bewegen. The New Yorker kraakt in een verder lyrische recensie een kritische noot over Murderland. Want waarom maakte Fraser de routine activity theory niet leidend in haar boek? Fraser, resoluut: ‘Mij maak je niet wijs dat de onmenselijke hoeveelheden schadelijke stoffen die de grootindustrie uitstootte, geen onderdeel van het probleem waren. Ik kijk ook naar de cijfers: in het midden van de jaren tachtig wordt loodhoudende benzine van de markt gehaald en sluiten de smelterijen door de strenge regelgeving. En wat zie je? Criminaliteit daalt drastisch.’

Fraser vindt die blik op de industrie belangrijk, omdat sommige plekken nog steeds ernstig vervuild zijn. ‘Door het hele land lopen nog steeds loden leidingen en zijn huizen met loodhoudende verf geschilderd. Er worden nog regelmatig hoge concentraties vervuilende stoffen gemeten in parken, meren en voetbalvelden. En tegenwoordig zijn er overal, ook in Europa, vervuilende secundaire smelterijen actief, zoals batterijrecyclingbedrijven.’ Als we werkelijk geven om veiligheid, concludeert zij, moeten we álle factoren onderzoeken. ‘Ik wilde licht schijnen op deze geweldsgeschiedenis. En daarin bleken ook grote bedrijven bloed aan hun handen te hebben.’

Caroline Fraser: Murderland. The Penguin Press; 480 pagina’s, vanaf € 13,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next