Rivoli Rotterdam Al dertien jaar bouwt de roemruchte ondernemer aan een attractiepark in Rotterdam-Zuid. Maar na de opening keer op keer te hebben moeten uitstellen, is zijn geld op en vindt de gemeente dat haar geduld lang genoeg op de proef is gesteld.
In de omgebouwde afvalcentrale in Rotterdam-Zuid bouwt ondernemer Hennie van der Most al dertien jaar aan een pretpark.
Hennie van der Most vindt het nog steeds een goed idee: een 850 meter lange glijbaan, dwars door de reusachtige fabriekshal. Met de lift veertig meter omhoog, vanaf daar in een bobslee zoevend naar beneden, om vervolgens weer voet aan de grond te zetten op het terrein van de omgebouwde afvalcentrale in Rotterdam-Zuid.
Kan niet, zei de brandweer. Hij had er geen rekening mee gehouden dat om de 25 meter een toegang naar de nooduitgang moest worden aangebracht.
Bij een maquette in zijn kantoortje op het terrein deelt Van der Most zijn nieuwe ingeving. Hij had nog 250 badkamers liggen – op de kop getikt met de koop van een cruiseschip – waar hij iets mee moest. En dus wil hij in de oude fabriek nu naast het pretpark ook een indoor-camping aanleggen, met een „uitstraling alsof je in de jungle bent”.
„Iedereen die langskomt is enthousiast.”
Het is Van der Most ten voeten uit. Dertien jaar bouwt de markante ondernemer nu aan zijn attractiepark Rivoli Rotterdam. In maart van dit jaar, op zijn 75ste verjaardag, had het zover moeten zijn: de feestelijke opening van wat zijn levenswerk was geworden. Ware het niet dat hij dat al zes keer eerder had gezegd: sinds 2014 stelt hij de openingsdatum uit.
Een reeks tegenslagen, weglopende investeerders en gebroken beloftes verder is zijn geld op en lijkt de gemeente er genoeg van te hebben. Als het pretpark niet vóór het eind van het jaar geopend is, houdt het op.
Hennie van der Most drinkt een kop koffie, met op tafel maquettes en tekeningen van zijn ‘levenswerk’.
Het uitzicht moet spectaculair zijn, in de bovenste gondel van het reuzenrad dat uitkijkt over de stad. Pal aan de kade het majestueuze stoomschip ss Rotterdam, vervolgens het statige Hotel New York, het te verrijzen stadsstrand in de opbloeiende Rijnhaven, daarachter de wolkenkrabbers op de Kop van Zuid en de Erasmusbrug.
Zo had Van der Most het voor zich gezien – en de gemeente ook.
Het was de wethouder die hem in 2012 persoonlijk opbelde, op zoek naar een bestemming voor de leegstaande vuilverbrander van afvalverwerker AVR. De op achterstand geraakte zuidoever van de stad kon bovendien wel een publiekstrekker gebruiken. De amusementspionier was meteen verkocht.
Van der Most had een reputatie opgebouwd in het voor een prikkie opkopen van een in onbruik geraakte locatie om er nieuw leven in te blazen. Hij bouwde een aardappelmeelfabriek om tot speelstad, een oude kernreactor tot pretpark, een ziekenhuis tot hotel, en een watertoren tot een draaiend restaurant.
Maar die formule bleek eindig. Wend de blik af van het Rotterdamse stadsaanzicht en er ontvouwt zich een andere werkelijkheid: links de schroothopen van de naastgelegen recyclaar – bij een windvlaag walmt de geur van afval door het pretpark. Rechts gedateerde attracties die het gevoel oproepen van een verlaten spookpark.
Van der Most beweert 50 miljoen in het project te hebben gestoken, nu is het geld op. De bouw van het pretpark ligt zo goed als stil.
De tafel in het kantoor van Van der Most ligt bezaaid met plattegronden en bouwtekeningen, al dan niet door de man zelf op papier gezet. Een attractiepark bouwen, zegt hij met zijn bril op het puntje van z’n neus en in Sallands accent, is een „groeiproces”. „Ik had zoveel ruimte. Dan krijg je steeds meer ideeën.”
Hier, zegt hij. „Dit bedenk ik dan.” Op een foto die hij uit de stapel vist staat een van de twee torenhoge schoorstenen van de oude afvalcentrale. Als het even kan, wil Van der Most er dertien attracties tegelijkertijd opbouwen.
Het park is een samenraapsel van attributen die Van der Most in de loop der jaren bij elkaar verzamelde. Hij lepelt het zonder moeite op: het staal komt van twee gigantische showdecors die hij overnam van André Rieu. De vloerbedekking in het theater uit een door hem gekocht casino in Venlo. In de plantenbakken werd ooit kaas gemaakt.
„Deze”, zegt hij verrukt, „heb ik ook nog liggen. Een raket van 65 meter hoog uit Bremen.” Wat hij ermee gaat doen, weet Van der Most nog niet.
Die impulsiviteit, zegt collega Han Groot Obbink even later, is zijn kracht en zijn zwakte. „Als hij vandaag een idee heeft en er morgen iemand zegt: ik heb een casino te koop, schuift hij z’n aanvankelijke plan aan de kant en begint hij nieuwe ideeën te ontwikkelen. Dat heeft hem ver gebracht, maar werkt hem nu heel erg tegen.”
Het park is een samenraapsel van attributen die Van der Most in de loop der jaren bij elkaar verzamelde.
Want in de loop der tijd stapelden de tegenslagen zich op. Een grote brand waarvoor hij niet verzekerd was, financiële malaise en vooral: eindeloos gesteggel over vergunningen en veiligheidsmaatregelen. Die vermaledijde „bureaucratie” – Van der Most kan er niet over uit. Het bezorgt hem vertraging op vertraging.
„Als een deur zo dik is”, zegt hij terwijl hij duim en wijsvinger een paar centimeter uit elkaar houdt, „zie ik meteen: dat is een branddeur. Maar nee, zegt de gemeente dan, daar moeten we wel papieren bij hebben. Die heb ik niet, omdat het hergebruik is. Waarom zeggen ze niet gewoon: Most, klopt, het is een branddeur, vinken we af.”
Van der Most laat zich er niet door uit het veld slaan: hij bouwt onverstoorbaar verder. Maar intussen raakt aan de Coolsingel het geduld steeds een beetje verder op. „Stop met dit luchtkasteel”, aldus SP-raadslid Theo Coşkun eerder dit jaar bij een debat. „De draaimolen draait gebakken lucht. Het is niets en het wordt niets.”
„Een park van gebroken beloftes”, klonk het uit de mond van Thomas Roskam (Leefbaar Rotterdam).
Het voornaamste struikelblok: de erfpacht. Het attractiepark is gebouwd op gemeentegrond, die Van der Most tot 2030 in gebruik heeft. De gemeente Rotterdam vindt dat hem lang genoeg de tijd is gegund en stelt een ultimatum: ze wil de erfpacht alleen verlengen als het park vóór het eind van dit jaar geopend is.
Hennie van der Most voor de ingang van het reuzenrad.Foto Walter Herfst
Maar Van der Most zegt op zijn beurt dat de investeerders die hij daarvoor nodig heeft enkel willen instappen als er zekerheid is voor de lange termijn. Hij slaat met de vuist op tafel. „Investeerders zeggen: Most, ik wil een langdurige erfpacht. Als de gemeente mij die erfpacht geeft, is het klaar.”
Genoeg geld om het attractiepark op eigen kracht tot een goed einde te brengen heeft Van der Most, wiens vermogen door zakenblad Quote in 2017 nog op 75 miljoen euro geschat werd, niet meer. Hij beweert 50 miljoen in het project te hebben gestoken. Het gros van zijn bedrijven heeft hij al even geleden verkocht.
Een half jaar geleden tekende hij een intentieovereenkomst met een potentiële koper voor het pretpark, zo onthulde het AD onlangs. „Er had iemand interesse”, aldus Van der Most, die er verder niet veel over kwijt wil. Hoewel de gesprekken nog zouden lopen, dreigt de koper volgens hem af te haken vanwege de negatieve publiciteit.
Van der Most weet nu al dat hij de deadline van de gemeente niet gaat halen. „Ik krijg het niet op tijd klaar. Makkelijk zat. Láng niet.”
Zelfs in het scenario dat de patstelling met de gemeente doorbroken wordt, is het nog maar de vraag of het park levensvatbaar is. Een vorige week gepubliceerd rapport van een onafhankelijk onderzoeksbureau dat op verzoek van de raad het businessmodel onder de loep nam, veegt de vloer aan met de dromen van Van der Most.
De consultants stellen dat de ondernemer de bezoekersaantallen aanzienlijk heeft overschat. Zo zouden in de indoorcamping jaarlijks geen honderdduizend bezoekers overnachten, maar zo’n 37.000. De „dinnershows” kunnen rekenen op zo’n 18.000 bezoekers, in plaats van de verwachte honderdduizend.
De inkomsten zouden eveneens fors lager uitvallen. De jaaromzet wordt geraamd op een kleine 13 miljoen euro, bijna de helft minder dan Van der Most had berekend. De winst zou uitkomen op 2,3 miljoen – iets meer dan een kwart van het door Van der Most beoogde nettoresultaat van bijna 9 miljoen euro.
De stad Rotterdam wil de tot 2030 lopende erfpacht alleen verlengen als het park vóór het eind van dit jaar geopend is.
„Deugt voor geen meter”, zegt Van der Most over het rapport. Integendeel: hij heeft een „superverdienmodel” in handen. Bij de rondleidingen die door het park gegeven worden, is volgens hem iedereen positief.
Dat gold alleen niet voor pretparkkenner Erwin Taets, die ook werd rondgeleid en vooral een partij „lukraak bij elkaar geplaatste attracties” zag. „Als je daar loopt, heb je niet het gevoel dat er een samenhangend thema is of een reden dat een attractie op een bepaalde plek staat. Hij is niet begonnen met een overkoepelend verhaal, maar met een reeks attributen.”
„Elke ondernemer die in deze sector probeert iets bijzonders te creëren”, zegt Taets, docent Leisuremanagement en presentator van een podcast over pretparken, „verdient alle kansen.” Maar Van der Most gaat volgens hem „wel heel erg in tegen alle theorieën rond beleving, experience en onderdompeling die vandaag de dag in pretparkland populair zijn.”
„Nog los van het feit dat het nog niet af is”, concludeert Taets, „is wat er tot nu toe staat niet op weg om te groeien naar een park met enige vorm van overlevingskansen”.
Hoe het nu verder gaat, kan Van der Most zelf ook niet zeggen. Hier en daar loopt nog een bouwvakker over het terrein om te voorkomen dat de boel verder achteruit gaat, verder liggen de werkzaamheden stil. Maar tot de erfpacht over vijf jaar afloopt, kan de gemeente de pretparkbouwer weinig maken.
Zelf wil hij niets weten van de kritiek. Natuurlijk: hij is weleens „naïef” geweest. Maar hij gaat niet in op de vraag wat hij met terugwerkende kracht anders had gedaan. „Dat is de koe in de kont kijken.”
Van der Most is in de tussentijd in elk geval niet van plan om ook maar een duimbreed te wijken. „Ik ben 75, dit is mijn levenswerk. Ik wil er iets moois van maken en het overdragen aan een goede partij. Niet aan lijkenpikkers, die zitten er ook tussen. Die denken: Most zit verlegen om geld, dan koop ik het voor weinig.”
Hij gelooft nog steeds dat het kán. Of beter: dat het gaat gebeuren. „Natuurlijk gaat het park door. Ik ga toch geen 50 miljoen verbrassen?”
Vanuit het reuzenrad moet de pretparkbezoeker zicht hebben op het statige Hotel New York, het te verrijzen stadsstrand in de opbloeiende Rijnhaven, daarachter de wolkenkrabbers op de Kop van Zuid en de Erasmusbrug.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is
Source: NRC