Home

Tussen petticoats en powervrouwen: ‘Wat vrouwelijkheid betekent is niet eenduidig tegenwoordig’

Serie | Kleine musea Nederland telt veel kleine, minder bekende musea. NRC portretteert er deze zomer twaalf, uit elke provincie één. Deel 12 (slot): Museum van de Vrouw in Echt (Limburg).

Expositie ‘Invisible Ties’ van Monika Stach in Museum van de vrouw.

In een voormalige jongensschool in Echt staat een vitrine vol korsetten, hoedjes en bh’s met knisperend elastiek. Het bordje bij de ingang zegt het al: Museum van de Vrouw. Een bonte verzameling die ooit begon bij Annie Schreuders-Derks uit Susteren, een plaatselijke verzamelaar die grote interesse had in de rol van vrouwen in de samenleving en hoe die verandert. Het is daarmee het enige museum in Nederland dat zich exclusief toelegt op ‘de vrouw’ – een titel die even prikkelend als beladen klinkt.

Over dit museum

Wat: Museum van de Vrouw

Waar: Plats 1, 6101 AP Echt.

Geopend: dinsdag t/m vrijdag van 11.00 tot 17.00 uur en zaterdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00 uur.

Verzameld wordt: Museum van de Vrouw heeft vast de tentoonstelling ‘Wonderkabinet’ en de wisseltentoonstellingen ‘Invisible ties’ (te zien t/m 19 oktober) en ‘Vrouwenhanden’ (te zien t/m 21 december).

Favoriet object: Amelberga Textiel in het Wonderkabinet. (Textielfragmenten, die dienden als omhulsel van relieken, gemaakt van zijde met geweven bloemmotieven en kant van gouddraad uit de 18de en 19de eeuw.)

Oppervlakte: 950 m2

Aantal bezoekers per jaar: 8.000

Aantal medewerkers/vrijwilligers: vijf medewerkers in dienst en 32 vrijwilligers.

Kaartje: kinderen t/m 12 jaar en museumkaarthouders gratis, jongeren t/m 17 jaar €5, volwassenen €8.

„Wij hebben geen topstukken”, zegt directeur Bep Geurts nuchter: „We hebben verhalen.” In de zalen hangen jurken en doeken, maar ook foto’s van Limburgse mijnwerkersvrouwen. Het zijn objecten die in geen enkel ander museum de moeite waard zouden lijken, maar hier juist de kern vormen: een compleet en samenhangend beeld van bijna anderhalve eeuw alledaags vrouwenleven.

De oorsprong ligt bij Annie Schreuder (1913-1996), die haar hele huis had volgestouwd met spullen die zij als „bewijzen van vrouwencultuur” zag. Van geborduurde keukendoeken tot doopjurken, van haarkammen tot handtassen: Schreuder vond dat er te weinig aandacht was voor het leven van gewone vrouwen. Waar musea zich destijds vooral bezighielden met de grote lijnen in de kunst en geschiedenis, wilde zij de kleine verhalen vasthouden. Toen de gemeente Echt haar collectie kocht, kreeg die een plek in het monumentale pand aan de Plats.

Oude objecten, nieuwe vragen

In de beginjaren was het nog vooral een rariteitenkabinet. Bezoekers zagen vitrines vol petticoats, wasborden en trouwfoto’s uit de jaren vijftig. Inmiddels is het museum uitgegroeid tot een instelling met vijf vaste medewerkers en een ploeg van 32 vrijwilligers. Het is geen stoffig depot meer, maar een plek waar de collectie als springplank dient voor nieuwe vragen en invalshoeken.

De koers is breder geworden dan Schreuders dozen met ondergoed en kookgerei. Naast de vaste collectie zijn er wisseltentoonstellingen waarin hedendaagse kunst van vrouwelijke makers een rol speelt. Regelmatig wordt het oude bewust naast het nieuwe gezet. Zo hing er eens een vergeelde bruidsjurk uit 1930 tegenover een video-installatie waarin jonge vrouwen spraken over hun online identiteit, en er is aandacht voor moderne powervrouwen. „De confrontatie levert juist nieuwe verhalen op”, zegt Geurts. „Een moderne installatie kan iets verouderds ineens anders doen lezen.”

Een eerdere tentoonstelling heette veelzeggend Criminele vrouwen?, waarin de rol van vrouwen in de criminaliteit centraal stond. De expo was onderdeel van de bredere reeks Zij maakt het verschil, die onderzoekt hoe vrouwen hun plek opeisen in domeinen die traditioneel door mannen worden gedomineerd. Het museum presenteert zich daarmee steeds meer als een podium voor actuele vragen over gender en macht.

Museum op Locatie

De naam Museum van de Vrouw blijkt in de praktijk een zegen én een uitdaging. Zo trekt het ook nieuwsgierigen die onderweg zijn naar de camping of net de Maasplassen hebben bezocht. „We zien veel vijftigplussers, maar ook gezinnen die per toeval binnenlopen”, vertelt Geurts. Sommigen verwachten een feministisch strijdtoneel, anderen juist een nostalgische tocht langs petticoats en bloemetjesserviezen. Het blijkt telkens een mengeling van beide.

In het gastenboek schrijft een vrouw dat ze „aangenaam verrast” was. Een ander koppel noemt hun bezoek „bijzonder” en „indrukwekkend”. Toch zijn er ook kritische geluiden: bezoekers die vragen waarom er niet meer aandacht is voor mannen in zorg of huishouding. Geurts neemt die opmerkingen serieus. „Juist die discussies willen we uitlokken. De vraag wat ‘vrouwelijkheid’ betekent is niet eenduidig.”

Expositie vrouwenhanden (wisseltentoonstelling). Keramiek van Marleen Niele, fotografie door Mary van Rossenberg en Peter Tillmann.

Wonderkamer (vaste collectie).

Voor wie niet naar het museum zelf kan komen, bedacht het museum ‘MOL’, oftewel Museum Op Locatie. In zorgcentra verschijnen dozen vol objecten uit de collectie, die ouderen mogen aanraken en bekijken. Het blijkt telkens een feest van herkenning: een vergiet, een schort, een oud naaigerei. Een bezoekster begon spontaan een Limburgs liedje te zingen toen ze een keukenschort vastpakte die leek op die van haar moeder. „Je ziet herinneringen loskomen,” zegt Geurts. „Daar gaat het ons om: dat mensen zich gezien voelen.”

Ambities

Met zo’n 8.000 bezoekers per jaar is het museum klein, maar ambitieus. Het doel is de komende jaren richting de 10.000 te groeien. Dat is geen vanzelfsprekende opgave, zegt Geurts: het museum is te groot voor sommige lokale subsidies, maar te klein voor de nationale fondsen. Het draait op de inzet van vrijwilligers en de vindingrijkheid van het team. „We zijn altijd zoekend”, aldus Geurts. „Maar dat houdt ons ook scherp.”

Plannen zijn er genoeg. Het museum wil meer maatschappelijke thema’s aansnijden: de positie van vrouwen in religie, de beeldvorming in media, de verschuivende balans tussen arbeid en zorg. Daarbij zoekt het ook de samenwerking met jonge makers en nieuwe vormen van presentatie, zoals podcasts, debatten en digitale projecten.

Gevel van het Museum van de vrouw.

Tegelijkertijd blijft het museum trouw aan de charme van de kleine objecten. Want juist die simpele voorwerpen – een koffiemolen, een kinderjurkje, een doosje met knopen – blijken het meest te raken. In een van de wisseltentoonstellingen is de laatste zaal bewust leeg gelaten. Bezoekers kunnen er hun gedachten opschrijven en aan de muur prikken. Een klein gebaar, maar veelzeggend: het museum wil niet alleen bewaren en tonen, maar ook uitdagen en bevragen.

„Het gaat ons niet om het verleden alléén”, zegt Geurts. „We willen laten zien waar vrouwen toe in staat zijn – en waar ik ook van hoop dat ze daartoe in staat blíjven.”

Serie Kleine musea

Lees ook de andere afleveringen van deze serie:

Vorig jaar portretteerde NRC ook twaalf kleine musea, die artikelen zijn hier terug te lezen.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next