Het is onduidelijk of extra rijksinvesteringen in de woningbouw daadwerkelijk tot de bouw van meer woningen leiden. Dat blijkt uit een analyse van de Algemene Rekenkamer, die zeer kritisch is over het nut en het effect van de geldstroom.
De Woningbouwimpuls (Wbi) werd in 2020 geïntroduceerd door toenmalig minister Ollongren (D66) om de stagnerende woningbouw op gang te helpen. Voor de periode 2020-2024 werd 2,25 miljard euro gereserveerd, bedoeld om vastlopende bouwprojecten los te trekken. Het geld wordt uitbetaald in tranches, waarvoor gemeenten kunnen intekenen. Al in 2022 slaagde de Rekenkamer er niet in om te achterhalen of het extra geld deed waarvoor het was bedoeld: sneller meer woningen bouwen.
In 2023, toen Hugo de Jonge (CDA) inmiddels minister van Wonen was, uitte de Rekenkamer opnieuw twijfels over de effectiviteit. De rekenmeesters stelden vast dat een deel van het geld naar gemeenten ging ‘waar de druk op de woningmarkt relatief laag was’. De Jonge beloofde dat het geld voortaan alleen zou gaan naar projecten die het anders niet zouden halen, maar kreeg na de daaropvolgende ronde dezelfde kritiek: de Rekenkamer zag geen verbetering in de ‘doeltreffende en doelmatige inzet van publiek geld’. Nu is Mona Keijzer (BBB) de verantwoordelijke minister.
Uit een diepere analyse van de geldstroom door de Rekenkamer blijkt dat het rijksgeld niet daadwerkelijk bijdraagt aan snellere woningbouw en dat het twijfelachtig is of het bijdraagt aan de bouw van meer woningen. Wel heeft de regeling een ‘duidelijk positief effect’ op de bouw van relatief goedkope woningen.
Driekwart van de projecten uit de eerste drie aanvraagrondes waarin rijksgeld werd gestoken liep alsnog vertraging op. De oorzaken van die vertragingen zijn meestal niet snel met geld op te lossen, benadrukt de Rekenkamer. Het zit hem vaak in lange vergunningprocedures bij de Raad van State of in bijvoorbeeld personeelstekorten bij gemeenten en bouwbedrijven.
Of er méér woningen zijn gebouwd met behulp van het geld, is volgens de Rekenkamer zeer twijfelachtig. Het netto-effect van een Wbi-subsidie is moeilijk te bepalen, omdat bijvoorbeeld niet te achterhalen is of een project met subsidie ten koste gaat van een project zonder geld uit de Wbi.
Wel ziet de Rekenkamer een effect in het aandeel betaalbare woningen (sociale huur, huurwoningen tot duizend euro of relatief goedkope koopwoningen). Bij een derde van de projecten zonder rijksgeld daalde het aantal beloofde betaalbare woningen met meer dan 10 procentpunt. Bij Wbi-projecten gebeurde dat één keer.
Luister hieronder naar onze podcast Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant