Home

Rekenkamer: miljarden voor woningbouw doen 'niet veel voor oplossen woningnood'

Woningmarkt De miljarden die het kabinet heeft uitgetrokken om de woningbouw te stimuleren, zijn deels verspild geld, blijkt uit onderzoek van de Rekenkamer. Het geld leidt niet tot sneller bouwen. Of het leidt tot méér woningen, is niet duidelijk.

Bouwwerkzaamheden op een woningbouwproject in Legmeer, Amstelveen, waar in totaal 3.000 woningen komen. De gemeente ontving hiervoor 9,2 miljoen euro uit de Woningimpuls van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

De miljarden die het kabinet uittrekt om sneller meer betaalbare woningen op de markt te brengen, zijn deels verspild geld. De uitgaven versnellen de bouw van woningen niet. Ook is het zeer twijfelachtig of de zogeheten Woningbouwimpuls van het kabinet tot extra huizen in Nederland leidt. Wel lijkt het aandeel betaalbare woningen groter in sommige door het Rijk gesteunde projecten. Al is het bij een deel van die huizen de vraag of ze op de lange termijn ook betaalbaar blijven.

Dat zijn de scherpe conclusies van de Rekenkamer, die onderzoek deed naar de Woningbouwimpuls. Dat is een belangrijk financieel instrument van demissionair woonminister Mona Keijzer (BBB) om de vastgelopen woningbouw uit het slop te trekken. Het kabinet Schoof stelde zich als doel om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen. De Woningbouwimpuls, die is bedacht door het kabinet-Rutte III, moest daarbij helpen.

Voor het onderzoek vergeleek de Rekenkamer projecten die wel financiële steun kregen van het Rijk met projecten die een aanvraag hadden gedaan, maar die niet toegewezen kregen. Conclusie, in het dinsdagochtend verschenen rapport: „Het is niet aannemelijk dat de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met de Woningbouwimpuls veel doet aan het oplossen van de woningnood.”

Sociale huur

De financiering, schrijft de Rekenkamer, lost de meeste problemen die leiden tot vertraging in de woningbouw niet op. Bouwprojecten zonder financiële steun hebben evenveel vertraging als bouwprojecten mét. Of de financiering leidt tot méér woningen, kon de Rekenkamer niet vaststellen.

Tot nu toe heeft het Rijk via dit instrument in totaal bijna 1,4 miljard euro uitgekeerd aan gemeenten voor woningbouwprojecten. Nog meer geld is gereserveerd voor bouwplannen in de toekomst, waardoor het totaal uitkomt op ruim 2,25 miljard euro. Onlangs kondigde minister Keijzer een nieuwe ronde te openen waarop gemeenten aanvragen kunnen indienen.

Gemeenten kunnen geld krijgen van het Rijk als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Om aanspraak te maken op de subsidie moeten gemeenten in de nieuwste ronde een plan hebben waarmee ze minimaal tweehonderd woningen bouwen in een ‘afgebakend’ gebied, waarvan minimaal vijftig procent ‘betaalbaar’ is. Dat zijn sociale huurwoningen, huurwoningen voor middeninkomens en koopwoningen met een verkoopprijs van maximaal 405.000 euro. Met de bouw van de eerste woning moet gestart zijn binnen drie jaar, met de laatste binnen tien jaar. Het geld van het Rijk moet het onrendabele deel van de woningbouwprojecten financieren, is het idee.

Volgens de Rekenkamer is niet voldoende gegarandeerd dat de woningen op lange termijn ook betaalbaar blijven. In de categorie sociale huur is de kans daarop het grootst, maar bij koopwoningen is het lang niet uitgesloten dat die alleen voor de eerste eigenaar betaalbaar zijn. Bij middenhuur is het ook niet zeker of de huurprijs betaalbaar blijft.

'Hardleerse overheid'

In 2022 deed de Rekenkamer ook onderzoek naar de Woningbouwimpuls. Toen was de conclusie nog dat de minister het „onvoldoende aannemelijk had gemaakt” dat het instrument de gestelde doelen dichterbij bracht. De Rekenkamer had daar „grote twijfel” over. Ook waarschuwden de onderzoekers voor verdringing: omdat gesubsidieerde projecten sneller klaar zijn, kunnen andere projecten vertraging oplopen doordat schaars materiaal en menskracht naar de projecten met extra geld gaan.

Met de conclusies uit het vorige onderzoek is weinig gedaan, blijkt uit het nieuwste onderzoek. Sterker: terwijl de Rekenkamer adviseerde om het geld gerichter uit te geven, werd de doelgroep juist verbreed: gemeenten konden ook aanvragen doen voor bouwprojecten in regio’s waar het woningtekort niet het grootst is, schrijft de Rekenkamer. De onderzoekers schrijven dat het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zich eerder „een hardleerse overheid heeft getoond dan een lerende overheid”.

De Rekenkamer adviseert de minister de Woonimpuls te heroverwegen of fundamenteel aan te passen. Mocht ze ermee doorgaan, dan zou het volgens de Rekenkamer goed zijn flankerend beleid in te richten, naast het financiële instrument, om vertraging tegen te gaan.

Uit een uitgebreide reactie, toegevoegd aan het rapport, blijkt dat demissionair minister Keijzer niet van plan is te stoppen met het instrument. Ze uit twijfels over de onderzoeksmethode van de Rekenkamer. Het is volgens de minister niet duidelijk of de projecten die met elkaar vergeleken zijn, wel voldoende overeenkomsten hebben om met elkaar vergeleken te kunnen worden. De conclusie dat er meer betaalbare woningen worden gebouwd door de impuls, noemt ze „bemoedigend”.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC De Haagse Stemming

Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Source: NRC

Previous

Next