Het Kamerdebat over het geweld in Den Haag liet zien dat politiek en samenleving extremisme serieus kan nemen zonder dat stigmatisering wordt gebruikt voor politiek gewin. Laten we daar dan ook aan vasthouden wanneer het over extremistisch geweld gaat dat niét door witte, antidemocratische burgers wordt gepleegd.
Op 25 september werd een hele dag uitgetrokken om te debatteren over het extreemrechtse geweld in Den Haag dat enkele dagen daarvoor plaatsvond. Met name Foort van Oosten, demissionair minister van Justitie en Veiligheid, lag onder vuur nadat bleek dat hij een advies van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), om het geweld op zaterdag 20 september in Den Haag als extreemrechts te bestempelen niet had opgevolgd. Hij wilde zich bovendien niet publiekelijk uiten over de politieke aard van het geweld.
Nu lijkt me het duiden van een Hitlergroet ook zonder een advies van de NCTV niet heel ingewikkeld, maar zelfs met dat advies bleek dat het wel te zijn voor de minister. Zijn houding leidde tot veel kritiek vanuit linkse politieke partijen en deskundigen: hij moest het extreemrechtse ideologische karakter harder veroordelen, vonden ze, waarbij vergelijkingen werden gemaakt met reacties vanuit de politiek wanneer Nederlandse moslims betrokken zijn bij ideologisch geweld.
In de ontwikkelingen rondom het debat vind ik, als iemand die al een aantal jaar terrorisme bestudeert, juist deze vergelijking interessant.
Over de auteur
Tasniem Anwar is universitair docent Criminologie aan de Vrije Universiteit.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Inderdaad: als Nederlandse moslims betrokken zijn bij geweld, buitelen politici over elkaar heen om hun anti-immigratie agenda tevoorschijn te halen, om de gehele islamitische gemeenschap zwart te maken en om te roepen om hardere straffen en maatregelen. Vuile en historisch beladen uitspraken over ‘cultuur’ en ‘DNA’ waarmee van alles mis zou zijn, worden door populistische politici doorgaans opgevolgd met racistische conclusies dat moslims hier eigenlijk niet horen met hun gewelddadige ideeën. Straffen zijn dan ineens te laag, en burgerlijke vrijheden slechts irritante belemmeringen om islamitische burgers nauwlettend in te gaten te kunnen houden.
Hoe anders waren de reacties na het geweld in Den Haag. Weliswaar ging nu een groot deel van het Kamerdebat over hoe het geweld nou precies geduid moest worden. Tegelijkertijd bleek het ineens wél mogelijk te zijn om geweld te veroordelen zonder dat een hele groep wordt weggezet.
Politici (sommigen althans) kunnen blijkbaar hard en scherp zijn op extremistische ideologieën, zonder daarmee de menselijkheid van de extremisten te ontkennen. Ze zijn in staat gebleken om extremisme te erkennen als een probleem, zonder dat er allerlei disproportionele straffen moeten worden besproken of paspoorten moeten worden afgepakt.
Nu we dit weten, stel ik voor dat we dat vasthouden: hard reageren op de ideologie en extremistische denkbeelden, maar zonder de plegers ervan – en de bevolkingsgroep waar zij onderdeel van zijn – tweederangsburgers te maken. En niet alleen wanneer de geweldplegers wit en extreemrechts zijn.
Er is overigens ook nog een overeenkomst waar we iets van kunnen leren, namelijk dat extremisme vaak besproken wordt alsof het plaatsvindt in een (politiek) vacuüm. Zowel bij rechtsextremisme als bij religieus extremisme lijkt de politiek daar te veel aan vast te houden. Zo noemde Foort van Oosten in het debat over het geweld in Den Haag extreemrechtse geweldplegers eerst ‘hooligans’ en vervolgens ‘extreemrechtse relschoppers’, maar zonder daarbij te erkennen dat anti-immigratie- en antidemocratische retoriek ook gewoon genormaliseerd zijn in het parlement en sommige media.
In het geval van moslimextremisten wordt de schuld juist vaak bij de islamitische gemeenschap gelegd, zonder de systematische uitsluiting van moslims (waardoor extremistische denkbeelden voet aan de grond kunnen krijgen) aan te pakken.
Het is dus mogelijk: een politiek en samenleving die extremisme serieus neemt en niet gebruikt voor politiek gewin. Laten we daar dan ook iedereen aan herinneren wanneer het over extremistisch geweld gaat dat níét door witte, antidemocratische burgers wordt gepleegd.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant