Home

Van Bagnaia tot Mir: Vier conclusies na de MotoGP GP van Japan

Slechts één matchpoint had Marc Márquez nodig om zijn zevende MotoGP-wereldtitel veilig te stellen. De Ducati-rijder eindigde in Japan twee keer als tweede en dat bleek meer dan voldoende om Álex Márquez op een onoverbrugbare achterstand te zetten. Het leidde tot emotionele taferelen bij de 32-jarige Spanjaard, een kant van zichzelf die hij maar zelden laat zien. Emoties waren er ook bij Francesco Bagnaia, de winnaar van beide races op Mobility Resort Motegi die eindelijk zijn goede vorm terug lijkt te hebben. De Grand Prix van Japan heeft echter meer interessante inzichten opgeleverd.

Marc Márquez laat menselijke kant zien

Dat hij met de wereldtitel aan de haal zou gaan, was een kwestie van tijd. Toch liet Marc Márquez er in Japan geen twijfel over bestaan dat hij het pleit zo snel mogelijk wilde beslechten. In die opzet slaagde hij met vlag en wimpel door in beide races als tweede te eindigen en zo op een onoverbrugbare voorsprong te komen. De zevende MotoGP-titel van de Ducati-rijder is een feit, zes jaar nadat hij voor het laatst een kampioenschap mocht vieren. In de tussenliggende periode ging hij door een zware armblessure door een heel diep dal en dat verklaart ook de enorme emotie die loskwam nadat hij in Motegi over de finish reed.

De emoties werden Marc Márquez te veel na het veiligstellen van de wereldtitel.

Foto door: Ducati Corse

Wat misschien nog wel meer zei dan de tranen die na de race over zijn wangen rolden, was het feit dat hij niet wilde praten over de afgelopen jaren, die hij als de donkerste periode van zijn leven omschreef. Op de feestelijke dag wilde hij niet meer terugdenken aan de momenten die hem bijna hadden gebroken. In plaats daarvan heeft hij die periode afgesloten door niet alleen vrede te hebben met zichzelf, maar ook met zijn wanhopige beslissing om slechts een week na een operatie aan zijn gebroken arm alweer terug te keren op de motor. Het was een keuze die de loopbaan van Márquez heeft gedefinieerd en in twee delen heeft gesplitst, maar die hij niet langer als een last ziet die hij iedere dag moet dragen.

Problemen Bagnaia waren tweeledig

Terwijl Márquez met grote stappen afging op de MotoGP-titel, bleef teamgenoot Francesco Bagnaia maar ploeteren op de Ducati GP25. Na de zomerstop scoorde hij slechts 24 punten en leek zijn gevoel op de motor met de week slechter te worden. De testdag in Misano kwam dan ook als geroepen voor Bagnaia, die aldaar een doorbraak beleefde met de GP25. Het leidde in Japan tot veruit het sterkste weekend dat de Italiaan in 2025 gedraaid heeft. Op zaterdag stelde hij de pole-position veilig en boekte hij zijn eerste sprintzege van het jaar, om een dag later op overtuigende wijze naar zijn tweede Grand Prix-zege van het jaar te rijden.

Met een aangepaste Ducati GP25 vond Francesco Bagnaia het vertrouwen - en dus zijn snelheid - terug.

Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images

Ducati wilde weinig prijsgeven over wat er veranderd is aan de motor van Bagnaia, behalve dat er een mix van onderdelen van de GP24 en GP25 is gebruikt. Qua specificatie gebruikte hij in Motegi dus niet het allernieuwste materiaal, maar wel materiaal waar hij zich goed mee voelde. Dat doet vermoeden dat de problemen van Bagnaia niet helemaal gerelateerd waren aan de motorfiets zelf, maar dat het mentale verhaal ook een rol heeft gespeeld. Een eerdere AB-test van Márquez met de motoren van 2024 en 2025 liet namelijk al zien dat met beide motoren een vergelijkbare rondetijd gereden kan worden, mits de rijder zijn rijstijl aanpast. En precies op dat vlak leek het dit jaar verkeerd te gaan bij Bagnaia.

Martín kan 2025 helemaal afschrijven

Ook bij uittredend wereldkampioen Jorge Martín verloopt 2025 niet naar wens. Blessures die hij in de winter opliep, hielden hem uit de eerste drie Grands Prix. Daarna raakte hij bij zijn rentree in Qatar opnieuw geblesseerd, waardoor hij zeven raceweekenden miste en pas in Tsjechië terug kon keren. Sindsdien leek de Spanjaard progressie te boeken met zijn aanpassing aan de RS-GP van Aprilia Racing. Vijf raceweekenden kwam Martín zonder noemenswaardige problemen door, maar door een crash in de sprintrace in Motegi - waar hij vorig jaar nog zegevierde - is hij helemaal terug bij af.

In de sprintrace is Jorge Martín voor de vierde keer geblesseerd geraakt als regerend wereldkampioen...

Foto door: Qian Jun / MB Media via Getty Images

Natuurlijk was het vervelend dat nota bene teamgenoot Marco Bezzecchi het slachtoffer werd van Martíns startcrash in de sprintrace, maar vooral pijnlijk was de verplaatste sleutelbeenbreuk die de Madrileen hierbij opliep. Maandag is hij geopereerd en dus lijkt deelname aan de Grand Prix van Indonesië komend weekend zo goed als uitgesloten. Hoewel het nog de vraag is hoe lang hij door dit kwetsuur aan de kant staat, was dit wel het laatste wat Martín kon gebruiken. Over anderhalve maand stapt hij in Valencia voor het eerst op de 2026-versie van de RS-GP en door deze nieuwe blessure is het goed mogelijk dat hij kennismaakt met die motorfiets zonder dat hij de huidige versie helemaal in de vingers heeft.

Mir krijgt loon naar werken

Iemand die zijn motorfiets de laatste tijd wel steeds beter begrijpt, is Joan Mir. De wereldkampioen van 2020 is bezig aan zijn derde seizoen in dienst van Honda HRC, maar een onverdeeld succes was die samenwerking nog niet. In de eerste twee jaren van de samenwerking eindigde hij slechts eenmaal in de top-tien en noteerde hij meer uitvalbeurten dan puntenfinishes. Dat laatste is in 2025 nog altijd het geval, want in de eerste zestien Grands Prix haalde Mir tien keer de finish niet. Daar moet echter bij opgemerkt dat hij aan zijn crashes in Duitsland en Tsjechië weinig kon doen, omdat hij door een concurrent uit de race werd gekegeld.

Na vier jaar ploeteren keerde Joan Mir in Motegi terug op het MotoGP-podium.

Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images

In de eerste twee jaar bij Honda had Mir echter vooral last van een niet competitieve RC213V. De afgelopen maanden zijn in de ontwikkeling van de motor echter de juiste stappen gezet, waardoor Mir dit jaar vaak in een competitieve positie uitviel. En als hij de finish haalde, dan was dat meestal in de top-tien. Een echte uitschieter liet echter op zich wachten tot de Grand Prix van Japan, waar hij als vierde eindigde in de sprintrace en op zondag zelfs als nummer drie het podium haalde. Voor Honda HRC was het een welkom succes, want het wachtte al twee jaar op een podiumplaats. Voor Mir duurde die droogte zelfs bijna vier jaar en dus heeft hij loon naar werken gekregen.

Source: Motorsport

Previous

Next