In China woedt een felle ‘maaltijdbezorgoorlog’ tussen grote bezorgdiensten. Om klanten te winnen strooien Alibaba, Meituan en JD met reusachtige kortingen, waardoor Chinezen voor bodemprijzen maaltijden kunnen bestellen. Hoe lang kan deze ‘irrationele competitie’ duren?
is China-correspondent van de Volkskrant. Ze woont in Beijing.
Onlangs zag Shen haar favoriete restaurant het strijdveld betreden van de zogenoemde ‘maaltijdbezorgoorlog’. Een portie pittige rijst met roergebakken varkensvlees, normaal 27 yuan (3,40 euro), werd nu thuisbezorgd voor 8 yuan (1 euro). De 25-jarige promovendus eet normaliter al behoorlijk goedkoop in de universiteitskantine, maar dergelijke deals verleiden haar steeds vaker tot online bestellen. ‘Het zou verspilling zijn om dat niet te doen’, zegt ze.
Shen is een van de talloze Chinese consumenten die profiteren van de hevige concurrentiestrijd die dit voorjaar uitbrak tussen Alibaba, JD en Meituan. Door klanten met hoge kortingen naar hun platforms te lokken, proberen de bedrijven een zo groot mogelijk aandeel te veroveren op de enorme Chinese maaltijdbezorgmarkt. Op die markt ging vorig jaar 210 miljard euro om, becijferde The Economist.
De bezorgoorlog heeft de winsten van de drie bedrijven doen kelderen, zo bleek uit onlangs bekendgemaakte cijfers over het tweede kwartaal. Alibaba, een bedrijf dat vooral verdient aan webwinkels Taobao (binnenlands) en AliExpress (internationaal), kwam er nog goed vanaf met een netto winstdaling van 18 procent. JD rapporteerde een halvering van de winst, bij Meituan nam die met bijna 97 procent af.
De bedrijven spenderen miljarden euro’s om klanten met scherpe aanbiedingen te verleiden. Toch komt het merendeel van de kosten van de promotiedeals voor rekening van de restaurants, bubbelthee-ketens, en koffietentjes waarvan de waren op de bestelapps worden aangeboden. Zhou, de baas van een noedelrestaurant in Beijing, die niet met zijn volledige naam in de krant wil, vertelt dat hij naar schatting 90 procent van de korting zelf moest opbrengen.
Afgelopen maand besloot Zhou te stoppen met de kortingsacties. ‘Mijn omzet was enorm gestegen, maar mijn winst nauwelijks’, vertelt hij. Per bestelling hield hij naar eigen schatting nog geen yuan over, zeker niet als hij de extra personeelskosten meerekende die het extra inpakwerk van de bestellingen had gevergd. Niet meedoen aan de acties is niettemin een pijnlijke keuze. Zijn bestellingen namen daardoor direct met tweederde af, aldus Zhou.
Bovendien is door de prijzenslag restaurantbezoek sterk afgenomen, omdat eten laten bezorgen nu vaak goedkoper is dan uit eten gaan. Zelfs maaltijdbezorgers laten daarom nu hun maaltijden bezorgen. ‘Restaurants gaven ons al vaak korting’, vertelt bezorger Wang Tengfei in het blauwe uniform van Alibaba’s bezorgapp vanaf zijn scooter. Zo’n speciale ‘bezorgersmaaltijd’ kostte nooit meer dan 15 yuan (1,80 euro), maar tegenwoordig kan hij online voor minder bestellen.
Sommige klanten bestellen zelfs maaltijden online, om ze vervolgens in het restaurant op te eten. Daarover wordt op Chinese sociale media steen en been geklaagd door restauranteigenaars. Dergelijke klanten bezetten immers een tafel, die de bediening na afloop ook nog eens moet afruimen. Ook promovenda Shen geeft beschroomd toe weleens via de app koffie te hebben besteld bij Starbucks, om die daarna in het café op te drinken. ‘Maar bij een kleiner tentje zou ik dat niet oké vinden’, zegt ze.
Verder is Shen zonder meer positief over de maaltijdbezorgoorlog: ‘Voor consumenten is het geweldig.’ Dat klopt zeker op de korte en middellange termijn, aldus economisch analist Jacob Gunter van de Duitse denktank Mercator Institute for China Studies. Maar als de bezorgoorlog nog lang duurt, dan voorspelt hij dat veel kleine restaurants de deuren moeten sluiten. ‘En dat heeft wel degelijk impact op de consument.’
Het dreigende banenverlies in de horeca baart de Chinese overheid grote zorgen. Vorige week riep de Chinese markttoezichthouder de bazen van Alibaba, JD en Meituan op het matje. Die beloofden daarop gezamenlijk ‘oneerlijke concurrentie uit te bannen, malafide subsidies te weerstaan en een gestandaardiseerde en ordelijke ontwikkeling van de sector te bevorderen’. Wat dat concreet betekent, is nog onduidelijk.
De afgelopen maanden trok de Chinese overheid ook ten strijde tegen andere vormen van wat ze ‘irrationele competitie’ noemt. Zo vinden er momenteel prijzenoorlogen plaats in de zonnepanelensector en tussen de circa honderdtwintig Chinese fabrikanten van elektrische auto’s. In beide sectoren proberen bedrijven met bodemprijzen de vraag naar hun producten te stimuleren. Hoewel het overgrote deel van de fabrikanten verlies lijdt, worden ze op de been gehouden met subsidies van lokale overheden en staatsbanken die de sluitingen van fabrieken willen afwenden.
Vooralsnog sorteert overheidsoptreden in die twee sectoren weinig effect, maar de aanpak van de bezorgoorlog heeft meer kans op succes, denkt economisch analist Gunter. Alibaba, JD en Meituan worden namelijk vooral gefinancierd door durfkapitalisten. ‘Als bedrijven te horen krijgen dat ze hun prijzen moeten verhogen en winstgevender moeten zijn, dan is dat voor dergelijke investeerders een behoorlijk goede zaak.’
Ook bestond er vóór de bezorgoorlog een gezondere balans tussen vraag en aanbod in de restaurantbranche. Met de stuntprijzen hebben bezorgdiensten met succes de vraag aangewakkerd onder mensen die voorheen nooit eten bestelden omdat het te duur was, maar tegelijkertijd de vraag naar buiten de deur eten doen afnemen. Als de bezorgoorlog stopt, dan is de kans aanzienlijk dat het oude evenwicht zich herstelt, voorspelt Gunter.
De Beijingse restauranteigenaar Cheng is pessimistischer. Zij zag het bezoek aan haar Lanzhounese noedelrestaurant de afgelopen maanden met pakweg een derde dalen. Dat publiek komt niet meer terug, vreest ze. ‘Ze zullen blijven bestellen, want dat is hun gewoonte geworden.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant