Marjolein Moorman | wethouder (onderwijs, jeugdzorg en armoedebestrijding) Gelijke kansen voor iedereen. Dat was hét thema voor Marjolein Moorman bij haar wethouderschap – met resultaten die soms ook opvielen buiten Amsterdam. Nu verruilt ze de lokale voor de landelijke politiek. Wat laat ze de stad na?
Marjolein Moorman
In de werkkamer van Marjolein Moorman staat geen bureau, maar een grote ovale tafel. Dat is niet toevallig zo (daarover later meer). De Amsterdamse wethouder van onderwijs, jeugdzorg en armoedebestrijding schuift rond het middaguur aan met een kop soep. Ontbijten is er nog niet van gekomen, zegt ze verontschuldigend. Ze had vanochtend twee bijeenkomsten, de eerste al heel vroeg. „Als je spreekt, eet je niet.”
De soep blijft vrijwel onaangeroerd, want ook tijdens dit gesprek heeft Moorman veel te vertellen. Aanleiding is haar afscheid: na ruim vijftien jaar gemeentepolitiek vertrekt ze binnenkort naar Den Haag. Ze staat op plek 6 van de gedeelde lijst van GroenLinks-PvdA – als hoogste nieuwkomer. Haar missie neemt ze mee: gelijke kansen voor iedereen. Dat thema liep als rode draad door haar werk als wethouder, soms met resultaten die ook opvielen buiten de gemeentegrenzen. Tijd voor een terugblik: wat laat ze de stad na?
Dat het haar laatste weken zijn in Amsterdam, is niet te merken. Energiek praat ze over de gevolgen van de Miljoenennota in de hoofdstad („Er gaat gewoon 10 procent af van het onderwijsachterstandenbeleid. 10 procent!”) en over een Amsterdams schoolbestuur met zestien basisscholen met grote financiële problemen. Afgelopen dagen, zegt Moorman, kreeg ze daarover veel berichtjes van bezorgde ouders. Wat ze antwoordde? „Dat het vreselijk is en dat we er samen met het bestuur bovenop zitten.”
De scholen hadden jarenlang te veel personeel, betaald met incidentele rijkssubsidies. Het legt volgens haar een dieperliggend probleem bloot: de financiering van het onderwijs is veel te instabiel. Zo gaat het vaker aan deze tafel, zegt ze: „We pluizen casussen uit om daar lessen uit te trekken. Dat is eigenlijk altijd mijn methode geweest.”
Toen Marjolein Moorman (51) in 2018 wethouder werd, had ze al een carrière als communicatiewetenschapper achter de rug. Over haar politieke idealen verscheen in 2022 het boek Rood in Wassenaar. Ze beschrijft daarin hoe ze op vrij jonge leeftijd haar ouders verloor, met schulden achterbleef en hoe ze zich er bewust van werd dat dit je start in de rest van je leven kan bepalen.
Mensen die met haar samenwerkten, hebben bewondering voor de manier waarop ze haar mantra – ‘ongelijk investeren in gelijke kansen’ – overal op de agenda kreeg en wist om te zetten in beleid.
„Ik ben gewoon een sociaal-democraat, ik geloof heel erg in dit gedachtegoed. Het is ook een beetje cruijffiaans: als je het eenmaal doorhebt, dan zie je het overal. Ik ben natuurlijk ook wetenschapper en als je het gaat uitzoeken, dan blijken bakken, bákken aan onderzoek te bestaan waaruit blijkt dat ons onderwijssysteem kansenongelijkheid in de hand werkt.”
„Een duidelijk moment was toen ik mijn oudste dochter voor de basisschool moest inschrijven. Ineens zag ik dat de scholen in onze buurt enorm verschilden, qua samenstelling en resultaten. Hoe is dat mogelijk, dacht ik. Louise Elffers, voorzitter van de Onderwijsraad en daarvoor directeur van het Kenniscentrum Ongelijkheid, wijst er al jaren op dat kinderen in Nederland te vaak worden afgerekend op achtergrond in plaats van talent. Onder meer door de vroege selectie: al op elf- of twaalfjarige leeftijd worden kinderen in een hokje gestopt.”
„We hebben ontzettend veel gedaan om de kwaliteit waar het nodig was omhoog te krijgen. Bijvoorbeeld met brede brugklassen [met verschillende niveaus in dezelfde klas] en familiescholen [waar kinderen niet alleen onderwijs krijgen, maar er ook structurele hulp is voor gezinnen]. Het lerarentekort daalde in wijken met veel achterstanden het meest.”
„Ik geloof heel sterk dat je het oplossen van maatschappelijke problemen niet aan individuen kunt overlaten. Je kunt ouders niet vragen: ‘Zet jij je kind maar op een slechte school, dat is goed voor de mix.’ De enige plek waar je dat kunt aanpakken, is in de politiek. In de samenleving heerst het idee – en dat is er natuurlijk ook enorm ingepompt door afgelopen regeringen – dat succes een verdienste is. Maar dat ís het niet.”
„Ik kwam in de portefeuilles onderwijs en armoedebestrijding steeds kinderen in de jeugdzorg tegen. Kinderen die bijvoorbeeld vastliepen vanwege lerarentekorten in het passend onderwijs of armoede thuis. Tussen financiële problemen en jeugdzorg zit een duidelijke koppeling: dat geeft stress, wat kan leiden tot onveiligheid. En meestal lag de oorzaak van een probleem niet bij het kind, maar in de omgeving. Ik heb daarom een visie geschreven waarin niet het systeem leidend is, maar wat gezinnen nodig hebben. Klinkt simpel, maar het is best een grote omslag.”
„Dan zou ik kinderopvang gratis maken. Die basis is ontzettend belangrijk, omdat dáár al de ongelijkheid begint.”
Ze heeft, zegt ze, door haar werk als wethouder veel hoop gekregen. „De meeste mensen willen niet alleen dat het goed gaat met zichzelf, maar ook met een ander.”
„Zeker. En als ik die verlies, ga ik ’m gewoon opzoeken bij al die mensen die zich inzetten voor anderen. Dan weet ik zeker dat ik ’m weer vind.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC