Home

Inwoners Zuid-Libanon maken zich zorgen om naderend vertrek blauwhelmen

Unifil Na bijna vijftig jaar komt er in 2027 een einde aan de VN-vredesmissie Unifil in Zuid-Libanon. Wat ervoor in de plaats komt, is nog onzeker. „Unifil houdt Israël nog enigszins tegen. Als de VS het voor het zeggen hebben, dan krijgen ze groen licht om het hier over te nemen.”

Een woongebouw staat als enige nog enigszins overeind na de Israëlische aanvallen op Naqoura.

Midden op een rotonde voor de ingang van het hoofdkwartier van VN-vredesmacht Unifil staat een standbeeld van de Al-Aqsa-moskee in het door Israël bezette Oost-Jeruzalem. Op een verkeersbord erboven prijkt „Palestina”, met een pijl rechtdoor. Ernaast kijkt de vorig jaar gedode Hezbollah-leider Hassan Nasrallah vanaf een poster richting de basis en de grens. Het militaire complex van ruim 133 hectare groot is ommuurd en met prikkeldraad omheind, en strekt zich uit vanaf de kust tot in de heuvels vlak langs de Israëlische grens.

De VN-vredesmissie is hier gestationeerd vanwege het langdurige conflict tussen Libanon en Israël. Hoewel dat vorig jaar nog escaleerde tot een oorlog waarbij duizenden Libanese doden vielen, komt over ruim een jaar toch een einde aan de missie die bijna vijftig jaar geduurd heeft.

Decennialang werd de missie jaarlijks verlengd, maar onder druk van Israël en de VS besloot de VN-Veiligheidsraad eind augustus unaniem om de vredesmacht vanaf januari 2027 binnen een jaar te beëindigen, hoewel Europese landen en Libanon zelf waarschuwden voor het te snel afbouwen van de missie. De VS noemden de operatie geldverspilling, Israël beschuldigde die van het uitstellen van de ontwapening van Hezbollah, Libanons grootste gewapende groep en politieke partij.

„Tot die tijd zullen wij al onze taken blijven uitvoeren”, zegt Kandice Ardiel, hoofd woordvoering van de missie, in haar kantoor op het hoofdkwartier.

Het was op zijn zachtst gezegd een bewogen jaar, vervolgt ze. „De escalatie werd gevolgd door een grondinvasie, waarbij het Israëlische leger ons vroeg om onze 29 posities langs de grens te verlaten, maar dat hebben we niet gedaan. We hebben ze duidelijk gemaakt dat we een mandaat te vervullen hebben.”

Apparatuur en infrastructuur van Unifil is beschadigd geraakt tijdens het conflict met Israël.

Kandice Ardiel, hoofd woordvoering van Unifil.

Een verkeersbord wijst de weg naar Palestina.

Ook Unifil kwam tientallen keren onder vuur te liggen, zo’n veertig militairen raakten gewond. In meerdere gevallen was duidelijk dat Israël bewust op de vredesmissie schoot. In een van de uitkijktorens van het hoofdkwartier zit nog altijd een gapend gat van zo’n beschieting, waarbij twee militairen gewond raakten.

Blauwhelmen uit 47 landen

Unifil (‘United Nations Interim Force in Lebanon’) werd in 1978 opgericht na de eerste Israëlische invasie en bezetting van Zuid-Libanon. Nederland droeg van 1979 tot 1985 zo’n negenduizend militairen bij. De vredesmacht moest erop toezien dat Israël zich terugtrok en het Libanese leger de controle in het gebied overnam. Succesvol was dat niet. Palestijnse en Libanese verzetsgroepen als Hezbollah vestigden zich in het gebied en Israël viel er na vier jaar opnieuw binnen, waarna het Zuid-Libanon tot 2000 bezet hield. In 2006 werd de missie uitgebreid na een nieuwe oorlog.

Momenteel bemannen ruim tienduizend blauwhelmen uit 47 landen de missie. Ze opereren vanuit vijftig kleinere en grotere bases in het gebied. Het mandaat ziet toe op de implementatie van VN-resolutie 1701 en het ondersteunen van de Libanese autoriteiten hierbij. Die resolutie riep in 2006 op tot een staakt-het-vuren tussen Israël en Hezbollah, het terugtrekken van Israëlische troepen uit Zuid-Libanon, de inzet van het Libanese leger en Unifil in het grensgebied, en het voorkomen van wapenleveringen aan en aanwezigheid van groepen als Hezbollah in het gebied. Unifil traint en patrouilleert met het Libanese leger en bemiddelt tussen de twee legers.

Het hoofdkwartier is in de loop der jaren uitgebreid en heeft soms delen van dorpen opgeslokt. Zo ligt onderweg naar het hogere deel met observatietorens die uitkijken op de grensheuvels een oude begraafplaats. „Nog elke week komen Libanezen hier de graven bezoeken”, zegt woordvoerder Tilak Pokharel.

Onontplofte munitie

In het dorp Naqoura, pal naast het Unifil-hoofdkwartier, kan het sommige inwoners niet meer zo veel schelen of de vredesmissie blijft of niet. „Voor mensen die hun baan verliezen is het vervelend, maar anders dan dat deden ze toch niet veel”, zegt Mohammad Ahmad Sbleen. De 42-jarige man zit aan een tafel voor zijn huis, dat in de laatste oorlog zwaar beschadigd raakte. Hij is pas enkele dagen geleden teruggekomen en hoopt met zijn gezin weer in het huis te kunnen verblijven, zolang het kan.

Want veilig is het niet. In het puin ligt mogelijk nog onontplofte munitie, en bewoners voelen zich bedreigd door de Israëlische drones die hier dagelijks rondvliegen, soms voor observatie, soms met explosieven.

Sinds het ingaan van het bestand eind november heeft het IDF tientallen dorpen langs de grens gebombardeerd.

Niet alleen Libanezen zijn kritisch op de vredesmissie. Jarenlang was het een publiek geheim dat Hezbollah ondanks de aanwezigheid van de blauwhelmen de feitelijke heerschappij had in Zuid-Libanon en er troepen en wapens verzamelde, iets waarvoor zowel Israël als de internationale gemeenschap de Libanese autoriteiten verantwoordelijk hield.

Toch heeft de missie in die vijf decennia een flinke stempel gedrukt op het gebied. Sommige bataljons hebben een sterke band met de lokale bevolking opgebouwd, en ondersteunen de bewoners met noodhulp, medische zorg of bij andere projecten. Nederlandse Dutchbatt-veteranen staan nog steeds in nauw contact met de gemeenschappen waarmee ze destijds werkten. In dorpen dicht bij een grotere basis werken Libanezen bovendien vaak voor Unifil of hebben ze veel klandizie aan de militairen.

‘Alles is weg’

In Naqoura vindt die dag ook een uitvaart plaats. Nadat Mohanad Yazbeck zijn vader ten grave heeft gedragen, laat hij het familiemausoleum zien. Glasscherven, puin en beschadigde schilderijen en relikwieën liggen op de grond. „Mijn vader wilde het dorp niet verlaten toen het conflict escaleerde. Hij dacht dat het veilig was omdat hij zo dicht bij de Unifil-basis woonde. Maar toen het huis van de buren werd geraakt, moest hij wel weg.”

Zelfs de nabijheid van het hoofdkwartier van een internationale vredesmissie kon het dorp niet sparen voor Israëlische verwoesting. Sinds het ingaan van het bestand eind november heeft het IDF nog tientallen dorpen langs de grens gebombardeerd. Het Libanese leger en Unifil stonden erbij en keken toe, zeggen bewoners.

De 44-jarige Yazbeck vertelt dat zijn vader in een depressie raakte toen hij zich realiseerde dat het dorp was verwoest. „Hij at niet meer, begon met kettingroken en werd ziek. Alles waar hij zijn hele leven voor had gewerkt, is weg. Hij had hier oud willen worden.” Hij verwijt de VN-militairen niets te hebben gedaan. „Ze krijgen goed betaald en gaan uit in Tyrus. Wat mij betreft zijn ze collaborateurs van Israël.”

Mohanad Yazbeck (44) bidt bij het graf van zijn vader, kort na de begrafenis.

Het mausoleum van de familie Yazbeck is zwaar beschadigd; glasscherven, puin en beschadigde schilderijen en relikwieën liggen op de grond.

Woordvoerder Ardiel zegt de frustratie en teleurstelling te begrijpen. „Wij hebben alleen geen mandaat om fysiek geweld toe te passen, alleen bij zelfverdediging of om levens van burgers te beschermen. Wij ondersteunen, observeren en rapporteren, maar Israël en Libanon zijn de verantwoordelijke partijen die de resolutie moeten implementeren. We zien al jaren dat de implementatie aan beide kanten onvolledig is, waardoor ook de ander zich niet daartoe genoodzaakt voelt.”

Ali Ibrahim Shady verbleef de hele oorlog in het dorp, zijn kinderen gaven hem een oude Nokia om in contact te blijven. „Ik zag de vliegtuigen overvliegen en de raketten heen en weer gaan. Nu kan ik niet slapen zonder het geluid van de raketten en bommen.”

De 75-jarige Libanees werkte jarenlang als klusjesman voor Unifil, en zijn vrouw ontvangt haar medicijnen van de missie. Ze maken zich zorgen over het vertrek van de missie. „Unifil houdt Israël nog enigszins tegen. Als de VS het voor het zeggen hebben, dan krijgen ze groen licht om het hier over te nemen.”

De 75-jarige Ali Ibrahim Shady staat voor zijn beschadigde woning in Naqoura.

Hajje Hamid, 74, de vrouw van Ali Ibrahim Shady.

Het is de vraag of het tot de Libanese politiek al echt doordringt dat de vredesmacht zijn einde nadert. Tot voor kort zag die Unifil als een manier om het conflict met Israël voor zich uit te schuiven, zegt Karim Makdisi, hoogleraar internationale politiek aan de American University in Beiroet. „De VN konden het voor ze oplossen en op lokaal niveau hield Hezbollah de controle. Dat was de consensus onder politici. De internationale missie kon zo de Israëlische agressie enigszins in toom houden.”

Ondanks alle gebreken zegt Makdisi dat de vredesmissie wel degelijk een belangrijke rol heeft vervuld, maar met een grote slag om de arm. „Het echte probleem is dat het Westen met opzet internationale, politieke oplossingen die de hele regio hadden kunnen stabiliseren, heeft tegengehouden. In die context was de aanwezigheid van Unifil positief in zoverre dat je die mislukking accepteert.”

‘Gebied al verloren’

Eind november sloten Israël en Hezbollah een wapenstilstand: als Hezbollah zich zou terugtrekken uit Zuid-Libanon, zou Israël volgen. Maar vanaf dag één schendt vooral Israël het bestand, volgens de Libanese autoriteiten zo’n 4.500 keer, waarbij het zo’n 300 mensen doodde. Unifil telde van februari tot juni meer dan 2.300 schendingen van het luchtruim met straaljagers, drones en helikopters. Vorige week eiste een aanval nog het leven van drie Libanees-Amerikaanse kinderen.

Israël stelt dat Hezbollah het bestand schendt vanwege de aanwezigheid van leden en wapens, maar de groep lijkt zich militair te hebben teruggetrokken. Sinds november voerde Hezbollah geen aanvallen uit, en het Libanese leger breidde zijn aanwezigheid uit, behalve op plekken waar Israël gebied bezet en nieuwe bases bouwt.

Ardiel benadrukt dat Unifil er niet voor de wapenstilstand is, maar zegt wel: „Voor en tijdens de actieve periode van het conflict zagen we Hezbollah-leden hier opereren. Sinds het bestand zien we zulke activiteit niet meer. Wapenopslagplaatsen en tunnels en andere infrastructuur die we vinden zijn achtergelaten en niet nieuw aangelegd.”

Zicht vanuit een Unifil-gebouw op het zuidelijkste puntje van de Libanese grens.

Schade door kogels en granaatscherven aan het raam van een Unifil-uitkijktoren.

Wat er in de plaats moeten komen van Unifil is onzeker. Het Libanese leger heeft meer wapens en personeel nodig om het zuiden te controleren, maar is daarvoor afhankelijk van internationale steun. Libanezen vrezen voor Amerikaanse plannen zoals het voorstel voor een ‘economische zone’, dat de Amerikaanse gezant Tom Barrack vorige maand opwierp. Hoewel details ontbreken, zou het idee zijn om bedrijven in Zuid-Libanon te vestigen die werkgelegenheid creëren als alternatief voor Hezbollah. Analisten waarschuwen echter dat dit kan leiden tot de zuivering van grensdorpen en dat Amerikaanse veiligheidscontrole op fel verzet van de bevolking zal stuiten.

Ardiel wil niet speculeren over wat er gebeurt na het vertrek van Unifil, dat eind 2027 moet zijn voltooid. „Ik hoop dat we ons mandaat kunnen vervullen en de taken kunnen overdragen aan het Libanese leger. De taken die we uitvoeren zijn noodzakelijk. Of wij ze nu uitvoeren of iemand anders, uiteindelijk moeten die gewoon worden gedaan.” Ze wijst erop dat de aanwezigheid van Israël op Libanees grondgebied het land zal „destabiliseren en een rechtvaardiging geeft voor het bestaan van groepen als Hezbollah”.

De Libanese Yazbeck is pessimistisch. „Ik denk dat we het gebied al hebben verloren. Wat Israël in Gaza doet, gebeurt hier ook.”

Het hoofdkwartier van Unifil van ruim 133 hectare groot is ommuurd en met prikkeldraad omheind.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next