Tijdens Leidens Ontzet is de Kamelenrace van Peter Verwijk al jarenlang een topattractie op de kermis. Een ouderwets spel waarbij een ‘boniseur’ klanten verleidt om mee te doen. En dan: ‘Rollen maar!’
is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.
‘De ballen vast, de ballen vast. En… Rollen maar!’ Vier kinderen die woensdagmiddag op de rustige kermis van Sassenheim op de rode krukjes van de Kamelenrace hebben plaatsgenomen, hebben alleen nog maar oog voor het spel. Zodra de rode bal komt teruggerold, is het zaak hem zo snel mogelijk vast te pakken en in het juiste gat te laten rollen. Met name de middelste gaten, want die zijn de meeste punten waard.
‘Rollen maar!’ Duizenden keren moet Jan Hoekstra (75) die woordcombinatie hebben uitgesproken. En net zo vaak hoorde de gepensioneerde natuurkundeleraar de bel en het liedje dat daarna door de kermisattractie schalt, de tekst amper verstaanbaar. Iets met ‘roll the balls and get the score’ en dan ‘the price is yours’.
‘Daar gaan de kamelen door het mulle zand’, zegt Hoekstra door zijn microfoon. Hij werpt een blik op de installatie erachter. Telkens als een van de kinderen een bal in een gat krijgt, gaat een pop van een dromedaris met bedoeïenejockey een paar stappen vooruit. Nou ja, stapjes, meer kleine sprongetjes.
‘Dat huppie van de kamelen, dat is een van de redenen dat deze attractie zo’n succes is’, zegt Peter Verwijk terwijl hij op een afstandje toekijkt. Verwijk (62) is zevendegeneratiekermisexploitant – een betovergrootmoeder begon vanaf een trekschuit met een oliebollenkar. Naast een oliebollenkraam en een schiettent heeft Verwijk samen met zijn compagnon Thomas van Rekom (57) ook deze attractie.
Ongeveer negenhonderd echte kermisfamilies zijn er over en daar is Verwijk er dus één van. De lange kermistraditie in Nederland, ooit ontstaan als feest wanneer de eerste kerkmis werd ontvangen, is nog altijd springlevend. Verwijk: ‘Er verdwijnt er weleens een, maar er komen ook altijd weer nieuwe voor in de plaats.’
Oude feesten zijn vaak gekoppeld aan de data waarop vroeger jaarmarkten werden gehouden. In de bollenstreek, zoals in Sassenheim, zijn kermissen doorgaans eind van de zomer. ‘Dat heeft te maken met de verjaardag van koningin Wilhelmina’, legt Verwijk uit. ‘Die was op 31 augustus jarig en dat werd destijds groot gevierd door Oranjeverenigingen hier.’
De Kamelenrace is op veel kermissen al jarenlang een begrip, met als hoogtepunt 3 oktober in Leiden, komende week. Voor duizenden Leienaren is de kermis niet compleet zonder een paar potjes Kamelenrace, liefst bekroond met de felbegeerde pet die je kunt winnen wanneer jouw kameel als eerste de overkant heeft gehaald. Verwijk: ‘De burgemeester van Leiden komt elk jaar nadat hij het feest heeft geopend even rollen. En Jochem Myjer staat er ook altijd tussen.’
Als jongvolwassene had Verwijk geen zin om in de oliebollenkraam van zijn familie te werken. Dus trok hij er samen met zijn oma op uit met een rariteitenkabinet. Dat soort attracties, waarbij je moet ‘boniseren’ – de mensen vermaken en verleiden vindt Verwijk het mooist.
En daarin is hij dus niet de enige. Verwijks compagnon Thomas – ‘Die is echt totaal kermisfanaat’ – kwam als student aanwandelen toen Verwijk daar op de Leidse kermis loten stond te verkropen.
‘Hij vond dat praten zo mooi, dat hij mij vroeg of hij niet voor me kon werken. Hij bleek er heel goed in. Later hebben we samen onze eerste attractie gekocht, waarbij je ringen om colaflesjes moest gooien. En vijf jaar later konden we deze kamelenrace overnemen.’ Er zijn andere varianten op het spel, ook met paarden en bootjes, zegt Verwijk. ‘Maar deze uitvoering, gemaakt door de Engelse fabriek Elton, is de Rolls Royce.’
Ook natuurkundige Jan Hoekstra kan de attractie zeer kan waarderen. Hij is een kermisfanaat sinds hij als kind voor het eerst zag hoe op het plein voor zijn deur de wagen ariveerden. ‘Uit allemaal onderdelen werden de attracties opgebouwd, ik vond dat geweldig. Met vriendjes bouwde ik de kermis op schaal na. En toen die mannen dat zagen, mochten we vanaf dat momenten helpen met opbouwen.’
Hoekstra koos voor het onderwijs, maar de kermis was ook daar nooit ver weg. ‘Mijn leerlingen hebben heel wat sommen over attracties moeten maken. En ik bouw ook nog altijd miniaturen.’ Nu staat hij twee ochtenden in de week in de Kamelenrace. En in de winter, als de attractie drie maanden binnen staat, helpt hij mee met het onderhoud van de installatie die in driekwart jaar in weer en wind vaak heel wat te verduren krijgt. ‘Ik neem alle kamelen stuk voor stuk mee naar huis om ze een beurt te geven.’
De attractie lijkt een behoorlijk lucratief bezit. Veertien stoelen, 3 euro per kameel per keer, twintig rondjes per uur. Dat levert per uur dus ruim 840 euro op. ‘Maar je zit natuurlijk lang niet altijd vol’, zegt Peter Verwijk terwijl hij naar de lege stoeltjes wijst. Wat hij er dan wel aan verdient, zal hij niet vertellen. ‘Dat vertel ik zelfs mijn familie niet. Daar komt op de kermis alleen maar ruzie van.’
Bovendien heeft een kermisexploitant altijd te maken met het stageld. Aan het begin van het jaar adverteren alle kermissen in De Kermis Carrousel en de Kermiskrant. Wil je als exploitant een plekje, dan moet je blind een bod uitbrengen. Verwijk: ‘Vroeger ging de selectie alleen op prijs. Wie het meest wilde betalen, kreeg de plek. Nu wordt er ook wel gekeken naar wat jij toevoegt aan de kermis.’ De hoogte van het stageld is onder kermisondernemers een taboe-onderwerp. ‘Maar als je een collega heel veel hoort klagen, weet je wel hoe laat het is.’
Maar meer dan een verdienmodel is de kermis een manier van leven, benadrukt Verwijk, wiens kinderen ook alweer in het bedrijf zitten. ‘We staan ermee op en we gaan ermee naar bed. Zelf ben ik inmiddels wat aan het afbouwen. Maar helemaal stoppen ga ik zeker niet.’
In ‘de tent’ spreekt Hoekstra alweer de magische woorden: ‘Rollen maar!’
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Deze week Verwijk en Van Rekoms Kamelenrace, opgericht in 1995, met twee werknemers. Over de omzet doen ze geen mededelingen, want ‘daarover wordt op de kermis nooit gepraat’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant