Home

‘Hé politie, waarom beschermen jullie een koranverbrander?’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. José Rooijers (61) bedaarde als algemeen commandant de gemoederen toen Pegida dreigde met koranverbrandingen.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Een demonstratie escaleerde volledig. Op het Sint Jansplein in Arnhem werd gegooid met stenen, glaswerk, aanstekers, stoelen, fietsen en zwaar vuurwerk. Precies op het moment dat een Pegida-voorman een koran in brand wilde steken, braken tegendemonstranten door de politielinies om dat te verhinderen. Ze bestormden die man, er vielen rake klappen. De ME moest worden ingezet. Collega’s hebben die Pegida-man ternauwernood van een lynchpartij gered. Ze trokken hem in een politiebus en voerden hem weg.

‘Het was niet de eerste poging tot koranverbranding. Het was wel voor het eerst dat daardoor de gemoederen niet alleen hoog opliepen onder de Turkse bevolking, maar ook onder onze moslimcollega’s. Het lag heel gevoelig. Voor het eerst kregen we te maken met politiemensen die tijdens zo’n anti-islam-demonstratie liever niet wilden werken. Want zij kregen er privé last mee, ze kregen vragen van familie en vrienden: waarom beschermen jullie een man die ons heilige boek verbrandt?

‘Niet willen werken is, op z’n zachtst gezegd, wel een ding, als je dit uniform draagt. Wie bij de politie werkt, moet neutraal zijn. Die heeft trouw gezworen aan onze rechtsstaat. En in die rechtsstaat moeten wij zorgen dat iemand die het demonstratierecht uitoefent, wordt beschermd. Of je het er nou mee eens bent of niet.

Gewetensbezwaren

‘Pegida kondigde een nieuwe koranverbranding aan. Dus lag bij ons de vraag op tafel: Als er een geplande politie-inzet is, mag je dan, vanuit gewetensbezwaren, zeggen dat je even niet meedoet?

‘Als je à la minuut wordt ingezet, heb je die keus niet. We zijn wel gaan nadenken van goh, als we een inzet wél kunnen plannen, kun je dan collega’s met gewetensbezwaren de kans geven andere werkzaamheden te doen? Dat vonden de islamitische collega’s heel redelijk, waardoor we ze weer aan boord kregen.

‘Vervolgens hebben we in- en extern gesprekken georganiseerd. Een week voor die nieuwe korandemonstratie nodigde ik iedereen uit die zou worden ingezet, een paar honderd man, in ons auditorium. Daar zei ik, als algemeen commandant: ‘Jongens, normaal gesproken word je gebrieft door je groepscommandant, maar we hechten er nu aan om jullie allemáál te briefen. Omdat we jullie willen meenemen in de rol en taak van de politie.’

‘Ik had veiligheidsexpert Hans Boutellier uitgenodigd, die weet alles van polarisatie en hoe je je daartoe kunt verhouden. Hij legde voor die volle zaal heel mooi uit wat onze rol in de rechtsstaat is, en wat de politie onhandig doet: we lopen heen en weer tussen partijen om iedereen te vriend te houden, maar daardoor wantrouwen beide partijen je, en word je zelf de zondebok; dan gaan partijen zich tegen jóú keren. We moeten ons niet mengen in de discussie, maar wel uitleggen wat onze rol is: faciliteren, zodat beide partijen hun zegje kunnen doen.

Moslimgemeenschap

‘Die bijeenkomst viel goed, we kregen veel positieve reacties. Vervolgens zijn we, samen met de Arnhemse burgemeester Marcouch, in gesprek gegaan met vooraanstaande mensen uit de moslimgemeenschap. Want ook daar werd gereageerd van: hé politie, jullie zeggen dat jullie onze vriend zijn, maar jullie beschermen een koranverbrander. Hoe zit dat?

‘In die gesprekken probeerden we hun standpunt te begrijpen: waar zit jullie boosheid precies? En wij legden uit: wij zijn neutraal en faciliteren ieders grondrecht om te demonstreren. Zij wilden dat het verbranden van de koran werd verboden, wij verduidelijkten dat wij daar helemaal niet over gaan. Iedereen, ook wij, voelde zich gehoord. Je zag het wantrouwen omslaan in vertrouwen, dat was heel mooi om mee te maken.

‘Ik heb daar zelf ook veel van geleerd. Als witte Nederlander kon ik me moeilijk inbeelden dat het erg is als de koran wordt verbrand. Ik ben zelf katholiek opgevoed, maar het zou mij weinig uitmaken als iemand op straat de bijbel zou verbranden. Ik zou denken: doe lekker. Maar door die gesprekken werd me duidelijk dat dit voor iemand anders wél heel ernstig en kwetsend is. Door mijn westerse achtergrond onderschatte ik wat de koran betekent voor de moslim. Ik heb me beter leren inleven.

Iedereen heel naar huis

‘Van goed luisteren leer je om je te verplaatsen in andere culturen en geloofsgemeenschappen. Je wordt er genuanceerder van, minder oordelend. Je denkt niet meer: wat heeft het voor zin om een vent te lynchen die dat boek verbrandt? Je begrijpt: die mensen zijn zo geëmotioneerd geraakt, dat ze de ratio even kwijt zijn.

‘En wat deze gesprekken ook leren: verbinding zoeken doe je in vredestijd. Niet als de crisis al is uitgebroken. Je moet van tevoren uitleggen: je mag een tegendemonstratie houden, maar wel binnen de grenzen van de rechtsstaat.

‘Het mooie is: toen die Pegida-voorman weer publiekelijk iets met een koran kwam doen, waren er bijna geen tegendemonstranten. Mensen lieten hem gewoon links liggen. En als iedereen heel naar huis gaat, denk ik altijd bij mezelf: dat hebben we goed gedaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next