Home

De omstreden terugkeer van het oranje-blanje-bleu

Ooit een teken van opstand en vrijheid, nu omstreden door het gebruik door extreemrechtse groepen: de Prinsenvlag roept steeds meer discussie op.

is redacteur van de Volkskrant.

In september 2013 kwam de huidige Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma in het nieuws toen hij, samen met nog drie andere PVV-Kamerleden, op Prinsjesdag een speldje met de Prinsenvlag droeg. Hetzelfde oranje-blanje-bleu dat vorige week zaterdag volop te zien was tijdens de rellen en bij het extreemrechtse geweld in Den Haag. Tegen Powned zei Bosma destijds: ‘De Prinsenvlag is echt helemaal nooit gebruikt door de NSB.’

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

In een ingezonden bijdrage betoogde Volkskrant-lezer Siem Reijalt dat de laat 16de-eeuwse Prinsenvlag heel goed een symbool had kunnen worden van tolerantie, open grenzen en gastvrijheid voor migranten. In de enige periode dat die vlag veel werd gevoerd, de eerste helft van de 17de eeuw, was de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ‘een baken van rust en veiligheid voor immigranten’.

Nochtans kwam deze vlag in de 20ste eeuw terecht bij extreemrechts. Vanaf de late jaren dertig liet de NSB haar wapperen. In de naoorlogse decennia dook de Prinsenvlag op bij neonazistische groepen à la de Volks-Unie van Joop Glimmerveen. Mensen die radicaal-rechts in Nederland volgen, zagen het gebruik de laatste jaren flink toenemen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld vlaggen met hakenkruizen, was de Prinsenvlag tot vorige week echter gewoon op Bol.com te koop.

De Prinsenvlag werd vermoedelijk voor het eerst in de late 16de eeuw gevoerd op Zeeuwse schepen. Na de moord op Willem van Oranje (1584) werd de vlag één van de symbolen van de opstand tegen de Spaanse overheersing. Een officiële landsvlag was het oranje-wit-blauw echter nooit. Het was ook niet voorzien van een VOC-logo, zoals tegenwoordig veel gebeurt.

In 1932 werd in Nederland de ‘Vereening De Princevlag’ opgericht, die zich tot doel stelde deze vlag ingevoerd te krijgen als landsvlag. Destijds was daar nog altijd geen officieel besluit over genomen. Deze verenigingen hadden geen extreemrechts karakter. In 1937 volgde het officiële regeringsbesluit dat Nederlandse vlag rood-wit-blauw is. Pas daarna werd de Prinsenvlag door de NSB werd ‘geadopteerd’.

In zijn in 1945 in gevangenschap opgetekende herinneringen meldt NSB-leider Anton Mussert zelf dat ‘de Princevlag’ de hele oorlog aan het NSB-hoofdkwartier aan de Maliebaan in Utrecht wapperde: ‘Den 15den (mei 1940) (...) heb ik de leiding genomen van het op orde brengen en heb de vlag geheschen, de Princevlag... ’

Dat de Prinsenvlag in de tweede helft van de 20ste eeuw opdook bij neonazistische clubs, had niet alleen met de NSB te maken. Een twééde lijn van de Prinsenvlag naar extreemrechts loopt via Zuid-Afrika, waar de vlag terecht was gekomen in de hoogtijdagen van de VOC, bij de stichting van de handelspost Kaap de Goede Hoop.

In Zuid-Afrika schopte de Prinsenvlag het in 1928 dankzij een besluit van een volledig wit parlement wél tot landsvlag. In de tweede helft van de 20ste eeuw werd Zuid-Afrika berucht als apartheidsstaat. In 1994, het jaar van de eerste multiraciale verkiezingen, werd de vlag vervangen door de huidige Zuid-Afrikaanse vlag.

Een direct gevolg daarvan was dat de oude vlag werd geannexeerd door groepen die heimwee hadden naar de tijd van witte hegemonie. Het voeren van de oude landsvlag is sinds 2019 officieel verboden. Maar de vlag is nog steeds veel te zien op bijeenkomsten van uiterst rechtse Zuid-Afrikanen, waarvan er een aantal werden bijgewoond door Martin Bosma.

In zijn boek Minderheid in eigen land – Hoe progressieve strijd ontaardt in genocide en ANC-apartheid, betoogt Bosma dat witte Zuid-Afrikanen een onderdrukte minderheid zijn geworden in eigen land, en dat witte Nederlanders eenzelfde lot kan wachten.

Wie weet dacht Bosma in 2013 dat het echt klopte wat hij zei over het speldje: hij droeg het zelf immers niet als eerbetoon aan de NSB, maar aan het oude Zuid-Afrika. Maar het was een feitelijke onjuistheid.

Source: Volkskrant

Previous

Next