Home

Veel studenten vinden geen eigen woonruimte. Worden ze daardoor ook minder zelfstandig?

Woningnood Studerende jongeren gaan steeds minder snel uit huis. Sommigen stellen de zoektocht naar woonruimte uit tot ze zelf een fulltimebaan hebben. Is uit huis gaan cruciaal voor hun ontwikkeling, zoals de koning zei op Prinsjesdag? „Hospiteren is de hel op aarde.”

Studenten van de Hogeschool van Amsterdam tijdens de introductieweek op De Dam in Amsterdam.

Je komt vast geen kamers uitdelen, hè’’ lacht student toegepaste psychologie Mahy Jansen (24) in een kantine van de Hogeschool van Amsterdam (HvA), na de vraag of hij toevallig bij z’n ouders woont. „Dat zou te mooi zijn om waar te zijn.”

Mahy woont voor de helft bij zijn moeder in een appartement in Amsterdam en voor de andere helft bij zijn vriendin, die een kleine studio in Den Haag heeft. Eigenlijk wil het stel al anderhalf jaar samenwonen, maar omdat ze allebei studeren en stagelopen, komen er maar weinig betaalbare opties langs. „Na anderhalf jaar reageren hebben we nog steeds niks.”

Het duurt steeds langer voordat iemand die actief op zoek is ook daadwerkelijk een woning vindt, schreven onderzoekers van Kences, het kenniscentrum studentenhuisvesting, in een monitoringsrapport van begin september. De gemiddelde tijd dat wo- en hbo-studenten actief naar een kamer zochten, lag afgelopen collegejaar ruim anderhalve maand hoger dan in het collegejaar van 2016, al verschilt het per stad.

Twintigers blijven langer thuiswonen dan een decennium geleden, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). In 2003 woonde bijvoorbeeld bijna de helft van de 21- tot 24-jarigen bij de ouder(s) thuis, in 2023 was dat bijna 58 procent. Ruim een kwart van de jongvolwassenen wil wel uit huis, maar kan geen woning vinden, schreef het CBS dit voorjaar. „Voor jongeren is een eigen woonruimte een cruciale stap op weg naar zelfstandigheid”, zei koning Willem-Alexander in de Troonrede op Prinsjesdag.

Studio

Onder Mahy en studiegenootjes ontstaat een gesprek over thuiswonen. Waarom wil iemand uit huis, en wanneer is het erg als dat niet lukt? „Het ligt denk ik ook aan je thuissituatie,” zegt Jouke (23, achternaam bekend bij de redactie) uit Purmerend. „Bij mij is het thuis een beetje gespannen.” Ook hij is op zoek, „maar het is lastig. Ik heb een aantal maanden alleen in een studio op de Amsterdamse Zuidas gewoond, maar dat kon ik persoonlijk niet goed hebben.” Hij heeft ook gehospiteerd voor kamers: „De hel op aarde. Iedereen doet zich zoveel beter voor dan ze zijn, zo overdreven.”

De behoefte van jongeren om uit huis te gaan kan flink verschillen, vertelt Jolien Dopmeijer, onderzoeker mentale gezondheid bij studenten voor het Trimbos-instituut, aan de telefoon. „Dat ligt aan je persoonlijkheid, het tempo van je ontwikkeling, je thuissituatie, je cultuur, en of je op zoek bent naar hechting in een nieuwe stad.”

Mahy Jansen woont de helft van de tijd bij zijn vriendin

Het hoort wel bij de Nederlandse studentencultuur, vooral in het hoger onderwijs, om uit huis gaan te ervaren als „de volgende stap”, zegt ze. „Om op eigen benen te staan, te experimenteren met wie je bent, en dingen te kunnen doen uit het zicht van je ouders.” Als die stap door het woningtekort wordt uitgesteld, drukt dat op jongeren. „Dat komt ook in studentenwelzijnsgesprekken naar voren. Dan kunnen ze somber of eenzaam worden.”

Aan een andere lunchtafel in de hogeschool zit langstudeerder Arthur (30, achternaam bekend bij de redactie), uit de omgeving van Utrecht, met klasgenoten. Hij is ook nog niet uit huis. Nu hij toch in zijn laatste jaar zit, wacht hij met zoeken tot hij gaat werken, zegt hij. „Toen ik begon met studeren was de wachttijd op een woning al drie jaar, en het werd steeds meer. Het systeem loopt helemaal vast.”

Voor Arthur verloopt het thuiswonen „prima, want ik ben de periode van uitgaan, laat thuiskomen en brak liggen inmiddels wel voorbij”, zegt hij. „Vroeger sliep ik na het uitgaan nog weleens op de bank van vrienden.” En wat betreft daten, partners en privacy? „Ik ben wel zoek naar iets serieus, dus tegen de tijd dat ik diegene thuis zou uitnodigen zou die ook m’n ouders kunnen ontmoeten.”

Hij kreeg in de loop van zijn twintiger jaren wel behoefte aan meer zelfstandigheid, maar daar vond hij iets anders op: sinds zes jaar past hij regelmatig op huizen van anderen. „Dan woon ik weer een paar maanden op mezelf, dan weer bij mijn ouders. Dan heb ik die afwisseling van zelfstandigheid en toch die gezelligheid.” Ook van dit soort flex-wonen leer je veel, vindt Arthur. „De dynamiek tussen mij en m’n ouders is veel volwassener geworden, omdat ik bij het oppassen m’n eigen ding doe. Ik werd ook dankbaarder voor wat mijn ouders allemaal voor me doen wanneer ik bij ze ben.”

Sparen

Bijna de helft van de thuiswonende Nederlandse studenten wil wel uit huis, maar kan dit niet, volgens het rapport van Kences, begin september. Sommige thuiswoners geven de moeilijke zoektocht op, concluderen de onderzoekers. De vraag zal naar verwachting weer vanzelf aanzwellen als de woningmarkt versoepelt. Er blijft een tekort van 21.500 woonruimten in de negentien grootste studentensteden, schatten ze.

Oumaima (21), die net als een aantal andere studenten alleen met haar voornaam in de krant wil, is ook een van de thuiswonenden die is gestopt met zoeken. In het Douwe Egberts Café op het Bijlmerplein drinkt ze koffie met een vriendin. Ze werkt in de zorg en doet daarnaast een hbo-opleiding social work. Ze kijkt af en toe op WoningNet, „maar de enige optie is dan een hele kleine studentenkamer voor 700 euro, dat vind ik gewoon zonde.”

Met een reeds uitgevlogen broer en zus heeft Oumaima veel ruimte thuis. Met haar familie is ze hecht, en wonen met huisgenootjes ziet ze niet echt zitten. „Ik woon al met anderen in huis, met mijn ouders. Waarom zou ik dan weer met anderen gaan wonen?” Die opvatting is niet uitzonderlijk. Het aandeel studenten dat in een éénkamerwoning woont, stijgt volgens de huisvestingsmonitor. Maar het vinden van zo’n studio duurt in vergelijking met het vinden van een studentenkamer (met gedeelde keuken, badkamer en wc) wel langer.

Stress

Een eigen woning is echt niet cruciaal voor zelfstandigheid, vindt Oumaima. Tenminste, als ouders hun kinderen in de opvoeding al genoeg verantwoordelijkheid meegeven, zoals bij haar. „In de Marokkaanse cultuur gaat het net iets anders. Mijn ouders zorgen voor alles, en dat is lekker, maar iedereen helpt wel mee thuis. Ik kan koken sinds ik twaalf ben.” Haar vader leerde haar bovendien al vroeg in haar leven met geld omgaan, zegt ze. „Daarom heb ik al baantjes sinds m’n vijftiende. Sinds m’n achttiende betaal ik m’n eigen zorgverzekering, schoolgeld en benodigdheden. Dat is óók belangrijk voor volwassenheid.”

Dopmeijer is het daarmee eens. „Er zijn soms andere manieren om zelfstandigheid te krijgen binnen een gezin. Het wordt pas een probleem als die mogelijkheid er niet is, en uit huis gaan niet lukt omdat de huren te hoog zijn.”

Uit een enquête die Rabobank vorig jaar afnam onder 1.602 jongvolwassenen bleek dat huurkosten een belangrijke reden zijn om te wachten met uitvliegen. Voor 61 procent van de respondenten speelde een grote rol dat ze een geschikte woning niet konden betalen. Ook wilden veel studenten liever sparen dan hun geld besteden aan woonruimte.

De huizenmarkt zorgt hoe dan ook voor stress bij studerende jongeren, zegt Dopmeijer, ook als ze net wel een woning kunnen betalen. „Geldzorgen, ook door de hoge levenskosten in het algemeen, blijven een terugkerend fenomeen.”

Ook Oumaima bespaart liever op huurkosten tot het moment dat ze meer kan verdienen met haar hbo-diploma. „Ik moet nog maar een beetje bijverdienen en dan kan ik vrije sector huren. Ik kies liever voor zo’n woning dan dat ik voor één kamertje tweehonderd euro minder zou betalen.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Slim Leven

Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken

Source: NRC

Previous

Next