Het is een bak water van 140 meter lang, bijna drie olympische zwembaden, maar in de breedte zou maar één zwemmer passen. Dit is de ‘sleeptank’ van de TU Delft, waar scheepsbouwkundigen al decennia ontwerpen testen. Over de volle lengte van de zacht zoemende hal, die toch naar zwembad ruikt, staan blauwe en gele rompen hoog opgestapeld: schaalmodellen van tankers, oude en nieuwe vrachtschepen, marinefregatten, een skûtsje.
Onder een rolwagen vol meetapparatuur wordt zo’n model door de tank gesleept om te zien hoe het zich met wisselende snelheden en hellingshoeken gedraagt in golven en stroming. Sinds vorige week heet de sleeptank officieel naar Lex Keuning (1950-2023), de man die hier veertig jaar lang baanbrekend onderzoek deed. Onder meer naar de slimste vorm voor zeegaande wedstrijdjachten. Ook die rompen staan er nog, elke scheepsromp net ietsje anders, in een schaal van 1:6. En aan manieren om kleinere werkschepen, zoals loodsboten, ook in hoge zee snel en zo comfortabel mogelijk te laten varen.
Hoe oncomfortabel het kon zijn, ondervond Keuning zelf ooit op een schip dat zo’n smak in de golven maakte dat hij beide knieën verbrijzelde. In zijn hoofd verbrijzelde het ongeluk tegelijkertijd een klassieke scheepsbouwconventie. Want wat gebeurt er, dacht Keuning, als je een voorschip nu eens smaller maakt, zodat het door de golven snijdt?
„Hij werd er aanvankelijk om uitgelachen,” zegt Jasper den Ouden, die nu sleeptankexperimenten begeleidt. Een minder ‘vol’ voorschip zou drijfvermogen kosten, dus zeewaardigheid. Maar Keuning tekende en rekende verder en liet rond de eeuwwisseling in de sleeptank een model te water met een smal, relatief lang voorschip en een rechte steven die ver onder water steekt. De bijlboeg was een feit.
Bij scheepswerf Damen, die het concept hielp ontwikkelen en de licentie kocht, liep in 2006 het eerste schip met zo’n boeg van stapel: een snel schip dat verbindingen met offshore-installaties verzorgt. Intussen zijn ruim tweehonderd schepen volgens het Sea Axe Design gebouwd. Ook de KNRM heeft nu de eerste all-weather-reddingboot met een bijlboeg in dienst, de Nh1816, die in IJmuiden is gestationeerd.
Keuning had persoonlijk rijk kunnen worden van zijn gepatenteerde uitvinding, zoals veel wetenschappers die profiteren van werk voor het bedrijfsleven of er hun eigen bedrijfje mee beginnen. In dat geval had hij een gelikt jacht kunnen laten bouwen, al was hij daar als kustzeiler en botenknutselaar met pijp en hond misschien de man niet naar. In plaats daarvan liet hij zijn volledige licentievergoeding ten gunste komen van een nieuw fonds, het Bijlboegfonds, dat tot zo’n tien miljoen euro is gegroeid en waaruit TU Delft promovendi financiert.
Zij specialiseren zich in het nieuwe onderzoeksveld waarvoor Keuning zelfs na zijn pensioen in 2015 nog een paar dagen per week bij ‘zijn’ sleeptank was te vinden: wind-assisted ship propulsion (WASP). Noem het ‘het nieuwe zeilen’, waarbij windkracht zelfs vrachtschepen via ‘rotorzeilen’ helpt om brandstof te besparen. Om zulke schepen te testen volstaat deze sleeptank trouwens niet langer; het gebeurt nu deels in een windtunnel.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC