Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Voor een parlementair debat dat over woorden en hun maatschappelijke gevolgen ging, werd er donderdag belabberd gesproken. Bijna geen woord kwam voorbij de drie lettergrepen, het was een treurmis van geagiteerde monosyllabes. Niet één redenaar van formaat, nergens een flard Perikles.
Al wat ons parlement op dat vlak te bieden heeft, zijn eenvoudige tegenstellingen, op maat gesneden voor de achterban. Het enige gloedvolle aan veel betogen is de hoge toon. Daar waar de hoge toon ontbreekt, klinkt veelal amechtig gestamel. Ook Bikker en Bontenbal, ondanks hun godsvrucht de tale Kanaäns niet machtig, zijn in hun bijdragen zwaar van mond en zwaar van tong.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In Wilders komen de monosyllabe en de hoge toon samen in een onvruchtbaar huwelijk. ‘Nestor’ van de Kamer noemt hij zich tijdens het debat in een bijzin. Na meer dan een kwarteeuw het langstzittende Kamerlid, met geen ander gereedschap dan minachting en hoon. De jij-bak zal zijn voornaamste bijdrage aan de parlementaire geschiedenis zijn.
Zijn woordenschat, bleek opnieuw tijdens het debat, is pijnlijk beperkt. Hij kan geen andere gedachten hebben dan hij heeft omdat hem daarvoor de woorden ontbreken. De grenzen van zijn taal beperken zijn wereld tot een paar enkelvoudige gedachten die hij ‘de waarheid’ noemt – ‘Ik spreek de waarheid’, zei hij ook nu weer. Elke grotere gedachte dan ‘azc-ellende’, ‘nationale zelfmoord’ of ‘de mensen zijn het spuugzat’ is voor hem onhaalbaar. De politieke theorie die hem ontbreekt, compenseert hij met krachtige instincten en reflexen. Alles in een vocabulaire van zo’n duizend woorden, alle even striemend, bitter, opruiend.
Geert Wilders droomt tierend.
Nederland is voor hem de projectie van zijn eigen tragische, bedreigde bestaan, en hij zal niet rusten voordat iedereen zijn koortsvisioen deelt van het land als één groot asielzoekerscentrum.
Twee kabinetten hielp hij vormgeven en twee kabinetten blies hij op, en het enige dat hij tot stand bracht, zijn een nationaal pesthumeur, fopgrenscontroles en het weigeren van medische hulp aan gewonde Palestijnse kinderen. Diep begaan met de woningnood, naar eigen zeggen, maar de enige bakstenen die hij in beweging krijgt, zijn die uit het wegdek.
Nestor.
Dat zijn woorden de laagste instincten aanspreken en de overgang naar geweld wettigen, is niet incidenteel of per ongeluk, maar bedoeld: ‘De mensen zijn boos en woedend, ga weg met uw NCTV-boekje’. De daders van het rechts-extreme geweld moeten worden gestraft, vindt hij, ‘maar de mensen zijn boos’. De asielproblematiek, zegt hij, ‘is geen reden om geweld te gebruiken, maar de mensen zijn boos’. Die cruciale ‘maar’, dat is de hefboom, die wordt in kapitalen verstaan door het deel van zijn electoraat dat bereid is tot geweld.
Boos en woedend en alles spuugzat is iedereen in Wilders’ wereld en zelf heeft hij zich gereduceerd tot algoritme, een geautomatiseerde functie in dienst van herhaling en versterking. Hij zal er alles aan doen om angstige, eenzame mensen wrokkig en rancuneus te maken en te houden. Daarvoor bedrijft hij zijn politiek van de galspuwing.
Sinds de rellen en het debat waren er gewelddadige demonstraties bij azc’s in het hele land en werden open dagen op sommige locaties afgeblazen vanwege bedreigingen.
Collectief hallucineren over nationale zelfmoord, de rand van de afgrond, een asieltsunami…
En dan toegeven aan het eenvoudige genoegen iets te slopen, een hekwerk of een democratie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant