Uitzethub
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Wie naar Oeganda wil, moet volgens het reisadvies goed opletten. In het land is een „verhoogd risico op aanslagen”, rondom kampen met 1,8 miljoen oorlogsvluchtelingen is het „regelmatig onrustig”. En, meldt Buitenlandse Zaken, er zijn wat lokale „wetten en gebruiken” waarvan het verstandig is vooraf kennis te nemen. Met het verbod op het dragen van camouflagekleding valt rekening te houden. Omineuzer zijn de instructies voor lhbtiq+’ers. „U kunt daar te maken krijgen met strenge straffen, en zelfs de doodstraf”, waarschuwt het ministerie met goede redenen. „Het is ook strafbaar om lhbtiq+-rechten te verdedigen en ervoor op te komen.”
Met een land dat dit soort voor Nederland wezenlijke mensenrechten aan de laars lapt, sluit je geen innige samenwerkingsovereenkomst. Toch is dat wat demissionair minister van Buitenlandse Zaken David van Weel (VVD) afgelopen week heeft gedaan. Hij kwam met zijn Oegandese ambtgenoot tot een „intentieverklaring” om in het Oost-Afrikaanse land zogenoemde transit hubs te vestigen waar in Nederland uitgeprocedeerde asielzoekers naartoe uitgezet moeten kunnen worden. Dat zouden mensen moeten zijn die „uit de regio” komen en dan in Oeganda voorbereid worden op terugkeer naar het land van herkomst. Door mensen terug te sturen naar Afrika, zei de minister, begeleidt Nederland ze „naar een nieuw leven”. Anders gezegd: Oeganda gaat een deel van het Nederlands beleid uitvoeren. Het risico van ‘uit het oog, uit het hart’ ligt op de loer.
Het is begrijpelijk dat Van Weel zoekt naar mogelijkheden om mensen die de procedure doorlopen hebben en geen reële kans maken op een verblijfsstatus daadwerkelijk het land uit te krijgen. Overal in de EU belanden migranten zonder uitzicht op papieren vaak in kwetsbare omstandigheden in de illegaliteit. Omdat soms onduidelijk is waar iemand vandaan komt of omdat herkomstlanden weigeren mee te werken, is terugkeerbeleid voor elke bewindspersoon op Asiel een hoofdpijndossier.
Van Weels plan is anders dan de eerdere asieldeals van Denemarken en het Verenigd Koninkrijk met Oeganda’s buur Rwanda. Die twee landen wilden mensen in afwachting van hun procedure naar Afrika sturen en stuitten daarmee op praktische en vooral juriridische obstakels. Maar om buiten Nederland zo’n terugkeerhub te kunnen openen, moet evengoed nog veel wetgeving aangepast worden.
De overeenkomst met Oeganda is dus op zijn minst prematuur. Hoe het terugsturen van uitgeprocedeerden naar herkomstlanden wel mogelijk zou zijn door het probleem over te laten aan een derde land, is onduidelijk. En over welke „regio” heeft de minister het eigenlijk? Enigszins in de buurt van Oeganda liggen alleen Eritrea en Somalië als landen waaruit, volgens de IND, veel eerste asielaanvragen komen. Er zijn dus nog veel losse eindjes. De aankondiging nu kan daarom moeilijk los gezien worden van de aanstaande verkiezingen.
Lang had Nederland intensieve banden met Oeganda. President Yoweri Museveni bracht na zijn aantreden in 1986 rust en ontwikkeling. Toen duidelijk werd dat bij hem voor minderheden, lhbtiq+’ers in het bijzonder, geen plek meer was, schroefde Nederland terecht de hulp terug. Aan universele mensenrechten valt niet te tornen. Ditzelfde land nu aanwijzen als uitvoerorganisatie voor penibel beleid is een klap in het gezicht van moedige Oegandezen die in hun verzet dachten steun uit Den Haag te hebben. Het ondermijnt bovendien de Nederlandse geloofwaardigheid.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC