Het Suriname Museum in Amsterdam loopt warm voor de officiële opening op 25 november, als de 50-jarige onafhankelijkheid van Suriname wordt gevierd. De gruwelijkheden uit de tijd van de slavernij blijven niet onderbelicht. ‘Mensen moeten wel weten wat er is gebeurd.’
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over fotografie en de zakelijke kant van de kunstwereld.
De eerste deur leidt naar een oerwoud. Opeens staat de bezoeker te midden van uitbundig groen en tal van opgezette dieren, waaronder een angstaanjagend lange slang. Er klinken exotische geluiden. Oude prenten geven een beeld van de inheemse volkeren die in de jungle leefden.
Het is een sereen begin in het nieuwe Suriname Museum in Amsterdam, dat de geschiedenis van het land toont in chronologische volgorde. Vredig zal het niet lang blijven; in de zalen daarna wordt het verhaal verteld van de brute Nederlandse overheersing, die drie eeuwen duurde. De tentoonstelling eindigt met de ervaringen en wapenfeiten van de vele Surinamers die na de onafhankelijkheid in 1975 naar Nederland verhuisden.
De oprichters van het museum zijn Vincent Soekra (58) en Jan Gerards (36), Nederlanders met (deels) Surinaamse voorouders. Zij zijn ook bestuursleden van de Vereniging Ons Suriname, die al 106 jaar bestaat. In deze oudste Surinaamse vereniging in Nederland kwam, na eerdere pogingen die kleinschalig bleven, het idee voor een heus museum op.
Dat daar een potentieel groot publiek voor bestaat, bewees De Grote Suriname-tentoonstelling in 2019. De expositie in de Amsterdamse Nieuwe Kerk trok 183 duizend bezoekers. ‘Dat was een eyeopener voor ons’, zegt Gerards. ‘Heel veel Surinamers zeiden daarna: wat jammer dat die tentoonstelling niet permanent is. Toen dachten wij: waarom doen we het niet zelf? De vereniging heeft zelf een joekel van een gebouw, in 1994 gekocht van de gemeente.’
In 2021 deden Gerards (nu directeur van het museum) en Soekra (voorzitter van het bestuur) in een interview hun plannen uit de doeken. Die waren nogal ambitieus. Neem het voornemen om een kelderverdieping uit te graven. Gerards, lachend: ‘Soms moet je hoog inzetten en dan land je net eronder.’
De kelder kwam er niet, maar de twee hebben, samen met projectleider Ingrid Lochem en een kleine groep andere mensen, wel drie verdiepingen weten te vullen met objecten: bruiklenen, eigen stukken en de collectie van Chris Broers, die al 25 jaar aan het verzamelen was en alles schonk aan het nieuwe museum. Tal van deskundigen leverden belangeloos kennis.
Opmerkelijk feit: Gerards en Soekra hadden geen museale ervaring. Ze zijn samen eigenaar van een bedrijf dat grote muziekfestivals heeft opgezet, zoals het Reggae Lake Festival in Amsterdam. In de covidperiode hadden de twee ondernemers geen werk omhanden en besloten ze het idee voor een museum te gaan uitvoeren. Doordat er niet veel personeel kon worden ingehuurd vanwege de beperkte middelen, was het flink aanpoten. ‘Ik werk nu al drieënhalf jaar voor dit museum zonder dat ik betaald word’, aldus Gerards.
Volgens de jaarstukken hebben hij en Soekra ook nog eens ruim 60 duizend euro geleend aan het museum. ‘Het is nog wel meer. Dit jaar hebben we ook nog uitgaven gedaan. Voor het maken van de tentoonstelling hebben we 1,4 miljoen euro aan subsidie gekregen. Maar we moesten de verbouwing van het pand zelf bekostigen. Gaandeweg wil je het steeds mooier maken. We besloten die extra uitgaven voor te schieten uit de winsten van ons bedrijf. Dat geld moet later terugkomen uit de kaartjes die we verkopen.’
De grote Surinaamse gemeenschap in Nederland is een belangrijke doelgroep, maar er wordt ook gemikt op bezoek van scholen, toeristen en Nederlanders die meer willen weten over Suriname. ‘We hopen vijftigduizend mensen per jaar te trekken.’
Een flink deel van de tentoonstelling gaat over de koloniale tijd. Niet alleen werden de inheemse volkeren vermoord en onderdrukt, er werden door Nederland ook circa tweehonderdduizend West-Afrikanen gedwongen naar Suriname getransporteerd om te werken op de plantages, die een lucratieve inkomstenbron vormden. Daarvan zijn heel wat grachtenpanden in Amsterdam gebouwd, wordt meermaals in de tentoonstelling gememoreerd.
Gerards: ‘We wilden ook de gruwelijkheden laten zien. Mensen moeten wel weten wat er is gebeurd.’ Beschrijvingen van Willem Bosman, een Nederlandse slavenhandelaar, en Olaudah Equiano, een West-Afrikaanse slaaf die zijn ervaringen als eerste in een boek vastlegde, staven hoe mensonterend de omgang met deze werkkrachten was.
De instroom zou niet tot hen beperkt blijven. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werden voor de plantages contractarbeiders geworven in China, India en Indonesië. Ook die verkeerden in deerniswekkende omstandigheden, maar zouden voor een groot deel toch in Suriname blijven.
Het was een ‘uitdaging’ om in de tentoonstelling recht te doen aan de vele bevolkingsgroepen, stelt Gerards. ‘We hebben in elke bevolkingsgroep experts die ons adviseerden. Maar we hadden zelf ook best veel kennis. Vincent Soekra heeft veel documentaires gemaakt over Suriname met het mediabedrijf dat hij ook nog bezit.’
Het museum opende vrijdag zijn deuren. Op 25 november, als de vijftigjarige onafhankelijkheid van Suriname wordt gevierd, is de officiële opening. Tot die tijd is het proefdraaien. ‘Met de feedback kunnen we in de komende twee maanden nog dingen bijschaven.’ En kan er alvast wat worden verdiend, de financiën zijn krap. Ook wordt er nog in het museum geklust. Gerards: ‘We zijn nog wat schroefjes aan het zetten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant