Home

In het Rwandese Kigali soleert Pogacar naar de wereldtitel in een van zijn ‘zwaarste wedstrijden ooit’

WK Wielrennen Slechts dertig renners haalden de finish van de loodzware WK-wegwedstrijd, die werd gewonnen door Tadej Pogacar. De omstandigheden in het Rwandese Kigali zorgden voor een uitputtingsslag. „Dit was best wel extreem.”

De Sloveen Tadej Pogacar komt juichend over de streep in Kigali na een solo van 66 kilometer.Foto Jerome Delay/AP Photo

Of dit de zwaarste koers uit zijn carrière was? Bauke Mollema hoeft niet lang na te denken. „Ja, dat is heel goed mogelijk.” Hij staat de pers te woord op badslippers, zojuist heeft hij een zak chips naar binnen gewerkt – dat kon hij wel gebruiken na zesenhalf uur koersen. Mollema is zojuist 21e geworden – de enige Nederlandse renner die de finish heeft gehaald. En zelfs híj heeft even getwijfeld of hij de wedstrijd wel zou uitrijden, zegt hij. „Wat een koers.”

De WK-wegwedstrijd bij de mannen in Kigali (Rwanda) werd zondag precies de uitputtingsslag die iedereen van tevoren had gevreesd – en misschien nog wel erger. Tadej Pogacar, de beste wielrenner ter wereld, won zijn tweede opeenvolgende wereldtitel na een solo van 66 kilometer. Tweede werd Remco Evenepoel (België), de Ier Ben Healy eindigde als derde.

Toch was het meest opmerkelijke aan de eerste WK wielrennen in Afrika niet de winnaar, maar het ongekende slagveld waarop de koers uitliep. Slechts dertig van de 165 gestarte renners reden de wedstrijd uit – het laagste aantal op een WK sinds 1995, toen twintig renners de finish haalden in Duitama, Colombia. Zelfs Pogacar, die over de finish kwam met meer dan anderhalve minuut op de nummer twee, noemde het „een van de zwaarste wedstrijden die ik ooit heb gereden.”

Bijna 5.500 hoogtemeters

Dat het zwaar zou gaan worden in Kigali, was vooraf meer dan duidelijk. Met 270 kilometer en bijna 5.500 hoogtemeters reden de renners over het op een-na-zwaarste WK-parcours uit de geschiedenis – alleen bij de editie in het Franse Sallanches (1980) moesten meer hoogtemeters overbrugd worden. Toch bleken de omstandigheden in de dagen voor de wedstrijd door andere omstandigheden nóg pittiger.

Door de hoogte – Kigali ligt op 1.500 meter boven zeeniveau – haalden renners niet hun gebruikelijke wattages, zo merkten ze in de week voor de wedstrijd. „Mijn hartslag is constant bizar hoog, en ik krijg hem niet omlaag”, vertelde de Nederlandse kopman Thymen Arensman twee dagen voor de wedstrijd. En dan was er de smog, door de vele taxibrommertjes en vrachtwagens in Kigali. Arensman: „Alsof je met een mondkapje op aan het rijden bent.” Na een trainingsrit, zei Sam Oomen, stapte je van de fiets „alsof je net twee sigaretten hebt gerookt”.

Op zaterdag bij de vrouwenkoers bleek dat er nóg iets was dat de prestaties beïnvloedt. Na de koers vertelden talloze rensters dat ze last hadden hun buik. In het vrouwenpeloton had „zeker tachtig procent van de rensters” iets onder de leden, zei Demi Vollering – zelf ook „aan de race” – zaterdag na afloop van wedstrijd.

Ook bij de mannen speelde dit probleem, zo bleek op zondag. Vrijwel iedere renner vertelde na afloop last te hebben gehad van zijn maag – zelfs Remco Evenepoel, die desondanks tweede werd. Alleen winnaar Tadej Pogacar voelde zich helemaal in orde. Maar zijn Sloveense team, zo onthulde hij, had een eigen chefkok meegenomen – die van zijn wielerploeg UAE.

Regen van opgaves

De wedstrijd was zondag vanaf de eerste lokale ronde door Kigali (15 km) loodzwaar. Het weer was warm en drukkend, het tempo lag hoog. In de eerste uren regende het meteen opgaves. Niet alleen van renners uit Panama, Mali of Turkije, maar ook coureurs uit grote Europese wielerlanden verlieten bij bosjes de koers. Biniam Girmay uit Eritrea, de eerste grote ster van het Afrikaanse wielrennen, zou de finish ook niet halen.

Na negen lokale rondes volgde een extra lus, over Mont Kigali en de beroemde kasseienklim Mur de Kigali. Op het laatste, loeisteile stuk van Mont Kigali – honderd kilometer van de finish – versnelde Pogacar, en brak daarmee de wedstrijd volledig open. Evenepoel moest lossen. Kramp door een loszittend zadel, zo zou hij later vertellen. Alleen de jonge Mexicaan Isaac del Toro kon Pogacar volgen.

Terug op het lokale circuit (nog eens zeven rondes) probeerde Pogacar Del Toro bij zich te houden, de twee zijn in het dagelijks leven ploeggenoten bij UAE. Maar 66 kilometer voor het einde zakte ook Del Toro er doorheen (maagproblemen, zo vertelde Pogacar na afloop) en reed de wereldkampioen alleen op kop verder. Pogacars voorsprong zou in de resterende 66 kilometer niet meer onder de minuut zakken. Zo transformeerde de finale van het WK tot een strijd om de tweede plek, die werd gewonnen door Evenepoel – herrezen na zijn materiaalpech.

Kramp

De Nederlandse kopman Arensman behoorde tot in de laatste ronde tot de overlevers in koers. Maar op de een-na-laatste klim, zo vertelt hij na afloop in de perstent, schoot hij „volledig in de kramp”. Einde wedstrijd. „Met kramp in je benen ga je nergens meer heen.” Aan Arensman is duidelijk te zien hoezeer hij heeft afgezien: diepe groeven van inspanning tekenen zijn gezicht. Ja, zegt hij zonder te aarzelen, ook voor hem was dit „de zwaarste koers ooit”. Hij had het „helemaal prima” gevonden „als de wedstrijd twee rondes korter was geweest”.

Ook Mollema, die er nog best wel fris uitzag na 270 kilometer, vond het „best wel extreem”, zegt hij. „Kijk eens hoe lang we erover hebben gedaan, zesenhalf uur ofzo.” Als hij te horen krijgt dat hij slechts één van de dertig gefinishte renners is, valt de verbazing van zijn gezicht te lezen. „Is dat echt alles?”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next