De Nota Ruimte, het bestemmingsplan voor Nederland dat minister Mona Keijzer (Wonen) vrijdag presenteerde, komt precies op het juiste moment.
Nu de protesten tegen azc’s steeds grimmiger worden en de democratische besluitvorming bedreigen, is het een verademing om verder in de toekomst te kijken. Om niet alleen te vechten om de schaarse woningvoorraad van nu, maar vooral na te denken hoe Nederland voldoende woningen voor iedereen kan bouwen, hoe voorkomen kan worden dat sommige regio’s achteropraken en hoe het volle Nederland een prettige leefplek kan blijven, voor mens en natuur.
In de nota worden vier nationale en 127 regionale grootschalige woningbouwlocaties aangewezen. Elke regio krijgt een duidelijk ontwikkelingsplan. Krimpregio’s krijgen economische ondersteuning, snelgroeiende regio’s als Amsterdam en Eindhoven krijgen de ruimte.
In de nota wordt een poging gedaan om alle functies van de Nederlandse bodem (wonen, werken, wegen, landbouw en natuur) met elkaar in balans te brengen. Het is verfrissend om BBB-minister Keijzer voor de natuur te horen pleiten. ‘Daarnaast is een robuuste en veerkrachtige natuur de basis voor een gezonde en veilige leefomgeving en drinkwatervoorziening. We voldoen aan internationale afspraken voor een robuuste natuur en combineren dit zoveel mogelijk met andere opgaven.’
De nota heeft veel te lang op zich laten wachten. Tot begin jaren negentig maakte de Rijksoverheid om de zeven à acht jaar een Nota Ruimtelijke Ordening, waarin precies werd vastgelegd waar nieuwe huizen moesten worden gebouwd om de snelgroeiende bevolking te huisvesten. Nederland heeft er de groeikernen aan te danken en later de Vinex-locaties, plaatsen waarin in één keer grote hoeveelheden woningen konden worden neergezet.
In de Paarse jaren en in al de jaren daarna, waarin de liberale VVD vrijwel onafgebroken in het kabinet zat, was de overtuiging dat de markt vooral zijn werk moest doen. De overheid trok zich terug. Een kapitale blunder.
De verdeling van de ruimte is in Nederland zo’n complex vraagstuk dat regie van bovenaf onontbeerlijk is. Marktpartijen kunnen op alle mogelijke manieren behulpzaam zijn, maar alleen als er een duidelijk plan is hoe de woningbouw zich moet ontwikkelen.
Hoe al die nieuwe huizen moeten worden gebouwd, is nog onduidelijk. De belangrijkste horde, het omlaagbrengen van de stikstofuitstoot, is nog steeds niet genomen. Woningcorporaties en private partijen snakken naar meer financiële ruimte – en in sommige gevallen meer overheidsgaranties – om grootschalig te gaan bouwen.
Het is te hopen dat de kabinetten hierna met serieuze antwoorden komen en vooral deze lijn voortzetten. In plaats van eindeloos te vechten over de verdeling van de taart in het nu, moet het veel meer gaan over de toekomstige taart: een duurzame economie met genoeg woningen en werk voor iedereen.
Het is hoopvol dat de belangrijkste middenpartijen vorige week een stembusakkoord sloten waarin ze zich committeerden aan een ‘stabiel, betrouwbaar en toereikend overheidsbeleid’, ‘een robuust energiesysteem’ en ‘emissievrije mobiliteit voor iedereen’. Een duidelijk toekomstperspectief kan Nederland hopelijk weer verenigen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant