De wegrit bij de wereldkampioenschappen wielrennen in Rwanda werd zoals verwacht een van de zwaarste WK-koersen ooit. Bauke Mollema was een van de slechts dertig renners die de finish haalden. Landgenoot Thymen Arensman gaf op door kramp. "Een brute dag."
Mollema staat na zijn twaalfde en laatste WK-wegrit met een zak chips voor de camera van de NOS. "Die gaat zo wel leeg", zegt de 38-jarige Groninger met een glimlach. "Goh, wat een koers. Het was echt een slijtageslag."
Met liefst 5.475 hoogtemeters kregen de 165 deelnemende renners zondag de op een na zwaarste WK-koers ooit voorgeschoteld. De hoogte (de Rwandese hoofdstad Kigali ligt ruim 1.500 meter boven zeeniveau), de lengte (267,5 kilometer), het tempo (een gemiddelde snelheid van 42 kilometer per uur) en de hitte en hoge luchtvochtigheid maakten het een extreme afvalkoers.
Mollema eindigde als 21e op ruim tien minuten van winnaar Tadej Pogacar. Hij was de enige Nederlander die de koers uitreed. "Dat is dan toch nog wat", grapt de klimmer.
"Ik heb geprobeerd te genieten in de laatste 50 kilometer, want de sfeer was mooi. Maar het beste was er toen al wel even vanaf bij mij. Op deze hoogte en op zo'n zwaar parcours herstel je heel moeilijk van een inspanning."
Daar kan Thymen Arensman over meepraten. De tweevoudig ritwinnaar in de Tour de France deelde het kopmanschap met Mollema, maar hij moest in de voorlaatste ronde opgeven. "Het was een brute dag", zegt hij tegen de NOS. "Enorm balen dat ik de finish niet kon halen, want we hebben verder als ploeg alles goed gedaan."
Het ging voor Arensman mis op de Côte de Kigali Golf, een van de twee heuvels op het lokale circuit. "Toen ik die klim opdraaide, schoot de kramp vol in mijn lies. Ik kon mijn been niet meer bewegen en moest het hek vastpakken. Daardoor verloor ik de aansluiting met de groep waarin ik met Bauke reed. Ik had toen wel door dat het niet meer mogelijk was om nog twee rondes te rijden."
Arensman hoopte bij zijn WK-debuut stiekem op brons, achter de twee topfavorieten Pogacar en Remco Evenepoel. "Op een gegeven moment reden we ook voor plek drie", vertelt hij "Maar deze koers was zo bizar zwaar en lang, dat het uiteindelijk simpelweg om de benen ging. En als je in de kramp schiet, is het klaar."
De Nederlandse ploeg bestond verder uit Menno Huising, Wout Poels en Frank van den Broek. De twintigjarige Huising liet zich in de eerste helft van de koers zien, want hij zat in de vroege vlucht. Net als Poels en Van den Broek stapte hij nog voor de finale af.
De Eritreër Amanuel Gebreigzabhier was de dertigste en laatste renner die de finish in Kigali passeerde, op ruim twaalf minuten van Pogacar.
Source: Nu.nl sport