Vanaf vandaag vindt in Rotterdam Ahoy de tweede editie van het Decathlon Premier Padel-toernooi plaats. Een onverwachte speler zal er zijn opwacht maken: Martín Di Nenno, die na een zwaar ongeluk werd verteld dat hij nooit meer zou kunnen padellen. Het tegendeel bewijzen, dat is nu zijn missie.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Hardop huilend kuste de Argentijnse padelspeler Martín di Nenno drie weken geleden zijn benen. Zojuist had hij het prestigieuze padeltoernooi van Madrid gewonnen aan de zijde van landgenoot Leandro Augsburger. Het was zijn eerste belangrijke toernooiwinst in twee jaar.
Bij de mannen heerst het koppel Arturo Coello en Agustín Tapia. En als zij niet winnen dan het duo Alejandro Galán en Federico Chingotto. Niemand komt ertussen. Terwijl er vermoedelijk niemand harder traint dan Di Nenno, en er ook niemand is met méér motivatie om de beste van de wereld te zijn.
Di Nenno (28) is ook degene die komende week, tijdens de tweede editie van het Premier Padel toernooi in Rotterdam, de gunfactor zal hebben van de insiders. De huidige nummer 9 van de wereld is de beste noch de meest charismatische noch de meest technisch begaafde speler. Hij is wel degene met het grote hart. Op zijn borst prijkt niet Qatar Airways of Red Bull als sponsor, maar ‘Save the Children’, de stichting waarvan hij ambassadeur is. En er is bovenal zijn dramatische levensverhaal.
Dat verhaal begon heel vrolijk, vertelde hij anderhalf jaar geleden in Brussel tijdens het aldaar gehouden padeltoernooi. ‘Zodra ik een racket kon vasthouden, begon ik met spelen op de padelclub van mijn vader in Buenos Aires. Iedereen in mijn omgeving speelt padel.’
Argentinië is immers het land waar padel zich ontwikkelde tot de spektakelsport die het nu is. Op 15-jarige leeftijd had Di Nenno al zes juniorenwereldtitels gewonnen. Volgens kenners had de spring-in-’t-veld onbegrensde mogelijkheden.
Op 11 januari 2016 was hij, inmiddels 18 jaar oud, op weg naar een demonstratietoernooi in Paraguay, samen met zijn vrienden Elías Estrella en Hernán Rodríguez, eveneens getalenteerde padellers.
Ter hoogte van de stad Monte Grande reden de drie frontaal op een tegemoetkomende stadsbus. Beide vrienden van Di Nenno kwamen om het leven. Hijzelf overleefde de crash, maar werd zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht.
‘Ik was er heel slecht aan toe’, sprak Di Nenno in Brussel met een glazige blik in zijn ogen. ‘Tien dagen intensive care. Allebei mijn benen verbrijzeld. De dokters waren somber: het was niet zeker of ik ooit nog zou kunnen lopen, vertelden ze aan mijn vader. Padellen moest ik helemaal vergeten. Mijn vader heeft mij bewust niks gezegd. De klap zou zo groot zijn geweest. Het ongeluk heeft een enorme impact gehad. Ik ging door de moeilijkste periode van mijn leven.’
Familie en vrienden sleepten hem erdoorheen. ‘Daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor.’
Di Nenno wilde per se weer op de padelbaan staan, en dan niet als recreant, maar als wereldtopper. ‘Ik heb geknokt. Elke dag trainen, en ook nog extra oefeningen, zes uur lang. Loco, si. Ik was een beetje gek, ja. Maar ik wilde weer padellen. Voor mijn overleden vrienden. En voor iedereen die mij steunde.’
Dokters stonden versteld. Na drie maanden zette Di Nenno zijn eerste stapjes, binnen zes maanden waggelde hij over de padelbaan met een racket in zijn handen. Binnen een jaar keerde hij terug op het padelcircuit.
Eigenlijk was dat onmogelijk met alles wat hem was overkomen. Padel is bovendien de wereldwijd hardst groeiende sport, die almaar evolueert en steeds meer vergt van het atletisch vermogen. Maar Di Nenno boekte jaar na jaar progressie. In 2020 stond hij vier keer in de halve finale van een groot toernooi. Een jaar later, aan de zijde van de artistieke Paquito Navarro, haalde hij drie finales. Maar Di Nenno voelde telkens de zenuwen opspelen. Ze verloren de eindstrijd in Vigo, in Malaga, daarna op Sardinië.
En toen volgde het prestigieuze toernooi in Barcelona, de Masters, het toernooi dat iedereen wil winnen. Gehouden in het enorme Palau Sant Jordi volgepakt met padelgekken, live uitgezonden in Argentinië en Spanje. Opnieuw haalden ze de finale, die uitmondde in een slijtageslag van bijna 150 minuten. Di Nenno kreeg op het laatst hevige krampen in zijn benen, leek te moeten opgeven. Alsnog was er de winst.
Tranen stroomden onophoudelijk over de wangen van Di Nenno, van Navarro, zelfs de tegenstanders waren geëmotioneerd. De padelwereld is hecht, zo bleek eens te meer.
Di Nenno gaf Navarro een kus, kuste daarna zijn benen die zoveel te verduren hadden gekregen. Hij knuffelde zijn familie, zijn coach. De waterval aan emoties probeerde hij even te stoppen voor het interview. Het lukte niet, want hij wist aan wie hij de zege ging opdragen. Aan Hernán en Elias.
De beelden gingen de wereld over. ‘Ik heb toen zoveel liefde gevoeld van alle mensen die mij, na alles wat ik had meegemaakt, mijn terugkeer zo hard gunden,’ vertelde hij in Brussel.
Daarna vastberaden: ‘Ik heb nu nog maar één droom: ik wil de nummer 1 van de wereld worden. Ik heb een dubbele motivatie om de beste te worden. Ik wil alles winnen voor al mijn dierbaren en mijn overleden vrienden.’
Hij won na Barcelona nog meer toernooien, onder meer in Amsterdam twee jaar geleden, maar de prijzenoogst stokte. Hij wisselde doorlopend van partner, op zoek naar een winnende formule. Daarom was de winst in Madrid bijzonder. Daarom kuste hij zijn benen weer.
Om nummer 1 te worden moet Di Nenno nog oneindig veel toernooien winnen. In Rotterdam hoopt hij een volgende stap te zetten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant