NK fietskoerieren Veel fietskoeriers zijn hoogopgeleid, maar kiezen ervoor om voor weinig geld in weer en wind pakketjes te bezorgen, in plaats van mee te doen aan de rat race op de arbeidsmarkt. Tijdens het jaarlijkse NK fietskoerieren komen zij samen.
NK fietskoerieren, afgelopen zaterdag in Nijmegen.
‘On your marks, get set, go!” Het is half drie ‘s middags op het Nyma-industrieterrein langs de Waal in Nijmegen als zo’n zestig fietskoeriers – helmen op, bezorgtassen op de rug – wegschieten voor het NK fietskoerieren. De een met kinderen in de fietskar, een ander met een bruine boterham waaruit nog snel een hap wordt genomen. Drie uur lang voeren ze zoveel mogelijk pakketbezorgopdrachten uit. Aan het einde is er één winnaar.
Het jaarlijkse nationaal kampioenschap is dé samenkomst van de Nederlandse fietskoeriergemeenschap. Die bestaat voor een opvallend groot deel uit voormalige ambtenaren, consultants en managers die de stress van de maatschappelijke ‘ratrace’ achter zich lieten. Nu bezorgen ze post voor bedrijven, brengen medicijnen naar ouderen en leveren documenten af bij rechtbanken. De koeriers – veruit de meesten zijn man – werken vaak voor het minimumloon, hun behaalde hbo- of wo-diploma’s hebben ze niet nodig.
De vrijwillige overstap van het bedrijfsleven naar de fiets sluit aan bij een sociologisch fenomeen: downshifting. Een goedbetaalde maar veeleisende baan inruilen voor eenvoudiger werk, vaak onder je opleidingsniveau, maar met meer voldoening of vrije tijd. Hoe groot deze beweging in Nederland precies is, weten we niet – harde cijfers ontbreken. Wel past de ontwikkeling in de groeiende behoefte aan zingeving in het werk, en is bekend dat 18 procent van de Nederlanders overgekwalificeerd is in het werk. Uit een rondgang langs fietskoerierbedrijven blijkt daarnaast dat de laatste jaren steeds meer hoogopgeleiden instromen. Sommigen combineren het werk met een andere deeltijdbaan.
De fietskoeriers in Nijmegen die na drie uur afgepeigerd over de finish komen, verruilden hun bureaustoel om uiteenlopende redenen voor het fietszadel. NRC sprak met drie van hen, die één drijfveer delen: de behoefte om een concretere bijdrage te leveren aan de samenleving.
Foto Dieuwertje Bravenboer
Na zijn studies Science & Innovation Management en Sustainable Development begon Tobias Molenaar (40) een succesvol duurzaamheidsadviesbureau. Maar na zes jaar ging er iets knagen. Hoewel hij vaak tot ’s avonds laat doorwerkte, merkte hij dat echte impact uitbleef. „Ik gooide mijn ziel en zaligheid erin. Maar dan belde ik naar opdrachtgevers, en dan bleek dat zij misschien 5 procent van wat ik ze had geadviseerd, hadden uitgevoerd.”
Op reis in Ecuador vertelde Molenaar medereizigers over het fietskoerieren – dat deed hij er al bij. Over zijn eigen bedrijf vertelde hij niemand iets. „Terwijl ik daar veel meer mee verdiende. Ik besefte: ik ben veel trotser op mijn werk als fietskoerier. De stap was daarna snel gemaakt.”
Duurzaamheid speelde mee – „met elke trap bespaar ik CO2-uitstoot” – maar het grootste belang hecht Molenaar aan het menselijke contact. Met receptionisten, lokale ondernemers en ouderen. „Laatst moest ik ergens een stekker afleveren. Daar stonden teleurgestelde kinderen om een ouderwetse draaimolen. Toen we de stekker inplugden, gingen alle lichtjes aan en begonnen de kindjes te juichen. Dankzij het fietsen is Utrecht voor mij gevuld met dit soort waardevolle momenten.”
Vrienden en studiegenoten verklaarden Molenaar in het begin voor gek. „Ze zeiden: ‘je hebt een mooi bedrijf, ga daar lekker mee door’. Of laatst: toen ik iemand van de basisschool over mijn werk vertelde, vroeg hij wat ik dan had gestudeerd. De implicatie was: wat is er misgegaan?”
Toch storen die vooroordelen Molenaar niet. „Ik krijg vooral leuke vragen uit oprechte nieuwsgierigheid.” En dat vrienden meer verdienen dan hij? „Met een hoger uurloon zou ik misschien meer tijd met mijn kinderen doorbrengen. Maar degenen die meer verdienen, hebben in praktijk vaak minder vrije tijd.”
Inmiddels runt Molenaar het koeriersbedrijf voor een deel, maar pakketjes brengt hij nog wekelijks rond. „Het blijft het lekkerste om op de fiets te stappen en te knallen. Om aan het einde van de dag te denken: het is weer gelukt.”
Foto Dieuwertje Bravenboer
Tijdens zijn master Planologie wist Daan Mathijsen (31) al dat een baan als consultant, of eigenlijk überhaupt op een kantoor, niet voor hem was weggelegd. Tijdens een opdracht om een Europese stad te benchmarken, besefte hij: ik kan gewoon wat opschrijven, het wordt toch wel goedgekeurd. „Terwijl bedrijven lachend 300 euro per uur factureren voor dat soort adviezen, die vaak in de prullenbak belanden.”
Die nutteloosheid frustreerde Mathijsen. Hij dacht vooral: „de wereld staat in de fik, we moeten er iets moois van proberen te maken.” Als bijbaantje was hij het fietskoerieren al ingerold, en nadat hij gedesillusioneerd de universiteit had verlaten, dacht hij: waarom niet als échte baan, een veel concreter verschil maken?
De eerste vier jaar fietste Mathijsen fulltime door de straten van Den Bosch. „Het was soms zwaar, vooral die ernstige kou die ik soms nog in mijn rug voel. Maar ik vond het ook heerlijk om te laten zien: fuck it, zo kan het ook. In de regen jezelf de vernieling in trappen. Veel liever dan ongelukkig worden in die consultancybubbel.”
Soms wrong het bij Mathijsen. Want was het niet zijn verplichting het maximale uit zijn carrière te halen? „Het was natuurlijk een privilege om te kúnnen kiezen voor een praktisch geschoolde baan. Dat zie ik ook bij andere fietskoeriers: het wereldje is behoorlijk wit. We zijn allemaal met een extra paar vinkjes begonnen, zeg maar.”
Nog steeds twijfelt Mathijsen wel eens. „Ik heb inmiddels een kind, veel meer verplichtingen. Het was heel relaxed geweest als ik nu comfortabel in een leasebak had kunnen rondrijden.”
Toch wil ook Mathijsen de fietskoerierwereld niet verlaten. Daarvoor houdt hij te veel van het „familiaire sfeertje” waarin iedereen „nog écht naar elkaar omkijkt”. Met zijn academische achtergrond én ervaring op het fietspad blijft een baan bij een adviesbureau over mobiliteit wel een optie. „Maar echt niet meer dan één dag per week.”
Foto Dieuwertje Bravenboer
Door de jaren heen werkte Jan-Willem Sterenborg (46) zich gestaag omhoog binnen het operationeel management van Ahold. Elke paar jaar kreeg hij een nieuwe functie, met meer verantwoordelijkheid en een groter team onder zich. Maar of hij daar gelukkig van werd, die vraag stelde hij zichzelf niet. „Ik ging gewoon door, nam mijzelf niet serieus.”
Dat veranderde in 2020. Sterenborg volgde een ontwikkeltraject in de corporate wereld van Ahold en stond op het punt een zwaardere managementfunctie in Rotterdam te accepteren, maar raakte juist toen overspannen en kreeg fysieke klachten. „Er werd steeds meer van mij gevraagd, ik dacht mee te moeten in de bedrijfscultuur van output en je targets halen. Mijn klachten waren een belangrijke wake up call.”
Sterenborg, die personeel & arbeid (hbo), ociologie en filosofie (beide wo, niet afgemaakt) studeerde, had bovendien een droom: een roman schrijven. Hij nam ontslag bij Ahold en kwam in de zoektocht naar iets minder stressvols voor erbij uit bij het fietskoerieren. Dat doet hij sindsdien drie dagen per week. „Het is een ideale combinatie. Ik vind het heerlijk om buiten te zijn, en ben een observator. Flarden van gesprekken, de Nijmeegse landschappen: ik neem het als schrijver allemaal mee.”
Familie en vrienden vonden de carrièreswitch van Sterenborg moedig, maar waren ook sceptisch. Hoe ga je dat allemaal bekostigen, hoorde hij vaak. „Nog steeds laten mijn ouders mij wel eens vacatures zien. ‘Is dit niet leuk?’, vragen ze dan. Ik begrijp het ook. De gedachte is toch dat je een opleiding hoort te verzilveren.”
Sterenborg sluit niet uit ooit het bedrijfsleven weer in te gaan – „ik heb ook een gezin en een hypotheek”. Maar hij benadrukt zich sinds zijn overstap veel helderder en gelukkiger te voelen. „Het is zonde wat je mentaal allemaal weggooit voor zo’n managementbaan. Je moet altijd ‘aan’ staan. Het fietskoerieren neem je nooit mee naar huis.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC